Archive for the ‘Weblog NL’ Category

maart 23rd, 2019 · by John · Filosofie NL, Weblog NL

“Er is niets belangrijker in de wereld dan vrijheid. Vrijheid is het waard om opofferingen voor te doen, het is het waard om er je baan voor te verliezen, het is het waard om er voor in de gevangenis te zitten.” Deze woorden zijn meer dan vijftig jaar geleden uitgesproken door Martin Luther King (1929-1968). Vrijheid is inderdaad een centraal begrip in de mensenrechten, waar het in een groot aantal betekenissen wordt gebruikt. Zo is er bijvoorbeeld persoonlijke, intellectuele, politieke en academische vrijheid. Daarnaast wordt er ook onderscheid gemaakt tussen ‘vrijheid van’ en ‘vrijheid tot’. Wat houdt het begrip vrijheid echter concreet in?

Wat is vrijheid?

Een veelgebruikte, maar te eenvoudige definitie van vrijheid is “doen en laten wat je zelf wilt”. Ik gebruik de kwalificatie ‘te eenvoudig’, omdat je in deze betekenis van vrijheid alleen volledig vrij kunt zijn als je alleen op de wereld bent. En dat is niet het geval. Aristoteles (384-322 BCE) stelde al dat de mens een gemeenschapswezen is, en daarom zijn er grenzen aan de individuele vrijheid.

Niemand zal willen dat ík vrij ben om zijn bezittingen te stelen of te vernietigen, alleen maar omdat ík dat toevallig wil.

Leven in een gemeenschap maakt het noodzakelijk met elkaar om te gaan en samen te werken. We moeten daarom vaak onze eigen drijfveren opzij zetten, en ook aan het belang van anderen denken en werken. Niemand zal willen dat ík vrij ben om zijn bezittingen te stelen of te vernietigen, alleen maar omdat ík dat toevallig wil. Het is onmogelijk in een gemeenschap te leven, zonder dat er beperkingen worden opgelegd aan een of alle individuen. Maar beslissen welke individuele vrijheden moeten of mogen worden beperkt en welke niet, is niet eenvoudig.

Het woord vrijheid roept positieve associaties bij ons op. Noemen we iemand een vrijheidsstrijder, dan steunen we het doel waarvoor hij strijdt. Noemen iemand, die exact hetzelfde doet een terrorist, dan is het duidelijk dat we zijn gedrag afkeuren. Het begrip vrijheid is dus niet neutraal, het is iets nobels en waardevol. Velen hebben dan ook hun leven geofferd om vrijheid te bevechten. Maar hoe positief vrijheid ook klinkt, het betekent voor iedereen iets anders, en dat anders is vaak tegenstrijdig.

Een andere te eenvoudige definitie van vrijheid is, dat een individu vrij is als hij niet gevangen is. Zit iemand in de gevangenis, dan is hij niet vrij. Hij kan niet uitgaan om een pizza te eten of naar de bioscoop te gaan. Maar ook als je in de gevangenis zit, is vrijheid geen eenduidig begrip. Behalve als je in een wel heel erg wrede gevangenis zit, ben je namelijk altijd vrij om te denken, op en neer te wandelen in je cel of naar de wand te staren.

In de gevangenis mag je vaak ook een studie volgen. Dat wordt zelfs gepropageerd om, bij vrijlating je overgang naar de maatschappij te vergemakkelijken. Echter, studie vereist concentratie. En probeer je maar eens te concentreren als je medegevangenen de hele dag de tv hard aanzetten en luidruchtig commentaar leveren. Geen van hen legt beperkingen op aan je vrijheid om te studeren, maar studeren wordt de facto wel onmogelijk gemaakt.

Naast individuele vrijheid spreken we ook over de vrijheid van een natie. Dan betekent vrijheid dat je land niet wordt bezet door een vreemde mogendheid. In de tweede wereldoorlog was Nederland bezet door het Derde Rijk. In 1945 werden we bevrijd, maar dat betekende niet dat ons vanaf dat moment geen restricties meer werden opgelegd. Anderzijds waren we zelfs onder de bezetting niet geheel beperkt in ons doen en laten.

Een vrije natie kan ook betekenen dat we niet totalitair worden bestuurd. In een totalitaire staat willen de autoriteiten volledige controle uitoefenen over ons persoonlijk leven. In zijn meest extreme vorm is de essentie daarvan beschreven door George Orwell (1903-1950) in zijn roman ‘1984’. In het land dat hij daarin beschrijft, heeft de staat de volledige controle over het leven van zijn onderdanen overgenomen en wordt letterlijk iedereen in de gaten gehouden: “big brother is watching you”. In dat land is er geen privédomein waarin individuen hun vrije keuze kunnen uitoefenen en leven of zelfs denken zoals ze willen. Elk gebied van het leven is onderworpen aan controle door de staat.

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat vrijheid geen kwestie is van alles of niets. Tussen volledig vrij zijn wat onmogelijk is, of volledig beperkt worden in je handelen en denken wat niet wenselijk is, zijn er vele mogelijkheden. Je kunt in sommige opzichten vrij zijn en in andere weer niet, daarnaast kun je ook in meerdere of mindere mate vrij zijn. Vrijheid is niet het soort term dat in de context van een woordenboek kan worden beschreven. Het is een begrip waar al eeuwen over wordt gedebatteerd en er is geen onomstreden manier om het te definiëren.

Tussen volledig vrij zijn wat onmogelijk is, of volledig beperkt worden in je handelen en denken wat niet wenselijk is, zijn er vele mogelijkheden.

Twee Vormen van Vrijheid

Isaiah Berlin (1909-1997) was een Brits filosoof, historicus en politicoloog. Om enigszins inhoud aan het begrip vrijheid te geven, introduceerde hij het concept van negatieve (vrijheid van) en positieve vrijheid (vrijheid tot).

Negatieve Vrijheid

Bij negatieve vrijheid gaat het om vrij zijn van bemoeienis met hetgeen je denkt en doet. De vraag hier is dan ook: Wat is het gebied waarbinnen het aan een persoon of groep personen moet worden overgelaten om te zijn wie ze willen zijn en te doen wat ze willen doen, zonder inmenging door anderen?

Diverse theorieën beschrijven de aanvaardbare grenzen van inmenging in het leven van anderen. Je beperkt mijn negatieve vrijheid als je het aantal keuzes begrenst dat ik kan maken. De mate van mijn negatieve vrijheid wordt dus bepaald door het aantal opties dat voor mij openligt. Het wordt daarnaast ook bepaald door de soorten keuzes die beschikbaar zijn. Niet elke keuze heeft een gelijkwaardige status, sommige zijn van groter belang dan andere. Voor de meesten van ons zal de vrijheid van meningsuiting belangrijker zijn dan de vrijheid om te kiezen tussen tien soorten waspoeder.

Het doet er daarbij niet toe of ik daadwerkelijk gebruik maak van de keuzes die mij worden geboden. Negatieve vrijheid is een kwestie van deuren die openstaan, niet van de vraag of ik al dan niet besluit over een bepaalde drempel te stappen.

  • Als jij je auto op mijn oprit parkeert en daardoor verhindert dat ik weg rijd, beperk je mijn vrijheid. Oók als ik ervoor kies om in bed te blijven lezen, en dat óók zou hebben gedaan hebben als je mijn oprit niet had geblokkeerd.
  • Als de overheid mij ervan weerhoudt om te demonstreren door een betoging te verbieden, dan wordt mijn vrijheid beknot. Zélfs als niets te betogen heb, of niet van plan ben óóit een demonstratie bij te worden.

Negatieve vrijheid is een kwestie van deuren die openstaan, niet van de vraag of ik al dan niet besluit over een bepaalde drempel te stappen.

Anderzijds is niet elke beperking van mijn opties een inbreuk op mijn negatieve vrijheid. Alleen beperkingen die worden opgelegd door anderen kunnen mijn vrijheid beïnvloeden. Ik kan zeggen dat ik niet vrij ben om tien meter in de lucht te springen, of dat ik niet vrij ben om een obscure passage in een boek van de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1967) te begrijpen, maar deze beperkingen zijn mij niet opgelegd. Ze zijn veroorzaakt door de aard van het universum en het gestel van het menselijk lichaam, en daarom niet relevant voor onze discussie over vrijheid.

De duidelijkste gevallen waarin je persoonlijke vrijheid wordt beperkt is wanneer iemand je dwingt iets te doen wat je niet wilt.

  • Je kan gedwongen te worden om in het leger te gaan, als je in een land zou wonen waar de militaire dienstplicht geldt.
  • De wet kan je verplichten een valhelm te dragen elke keer dat je op je snorfiets rijdt.
  • Je partner kan je dwingen thuis te blijven en niet naar de bioscoop te gaan, of de keuken op te ruimen in plaats van nog een uur te studeren.

Is armoede een beperking van de individuele vrijheid? Armoede vergrendelt inderdaad veel deuren, maar deze deuren worden niet noodzakelijkerwijs geblokkeerd door de acties van anderen. Armoede kan te wijten zijn aan slechte weersomstandigheden die leiden tot hongersnood, of aan een ziekte of een ongeluk. Of armoede al dan niet als een beperking van vrijheid moet worden beschouwd, hangt af van je visie op de oorzaken van die armoede. Ben ik te arm om een brood te kopen als gevolg van andermans handelingen, dan is mijn vrijheid ingeperkt. Maar als mijn armoede het gevolg is van een door droogte veroorzaakte hongersnood, beperkt dat mijn negatieve vrijheid niet.

Positieve Vrijheid

Negatieve vrijheid is een kwestie van het aantal en de soort keuzes die voor je open staan en hun relevantie voor je leven. Het is een kwestie van niet worden beperkt. Bij positieve vrijheid gaat het om het kunnen bereiken wat je kunt en wat je wilt of om in de woorden van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) te spreken, “te worden wie je bent”. Daarbij staan alle deuren voor je open en zijn er geen externe belemmeringen om te bereiken wat je wilt bereiken. Maar ook dan kunnen er belemmeringen zijn, die je verhinderen dat te doen.

Bij positieve vrijheid gaat het om het kunnen bereiken wat je kunt en wat je wilt, om te worden wie je bent.

Ik weet bijvoorbeeld dat studeren belangrijk voor me is, want ik wil later een leuke baan hebben en een aardig salaris verdienen. Maar ik word vaak afgeleid door minder belangrijke, maar wel leuke activiteiten, zoals uitgaan of tv kijken. Ik weet dat ik een grotere mate van positieve vrijheid zal ondervinden, als mijn ‘hogere’ rationele kant (studeren is goed) het wint van mijn ‘lagere’ neigingen (uitgaan is leuk). Maar theoretisch weten en feitelijk doen zijn twee verschillende dingen.

In tegenstelling tot de gevangene, heb ik wel degelijk de mogelijkheid om te studeren. Niemand weerhoudt mij ervan dat te doen. Niemand doet mijn boeken op slot en niemand verbergt mijn pen en papier. Niemand sleurt me de deur uit om naar de kroeg te gaan.

Positieve vrijheid is een kwestie van in staat zijn om van de geboden gelegenheid gebruik te maken door controle over je leven te hebben en rationele keuzes voor jezelf te kunnen maken. Maar die controle heb ik niet, ik ben niet echt vrij. Ik ben een slaaf ben van mijn neiging om kortstondig plezier voorrang te geven, boven mijn lange termijn welbevinden. Mijn ‘hogere’ zelf verlang er naar te worden wat het is, het wil graag waardevolle en nobele doelen nastreven. Maar mijn ‘lagere’ zelf wordt gemakkelijk op een dwaalspoor gebracht, vaak door irrationele overwegingen.

Net zoals negatieve vrijheid niet alleen speelt op individueel niveau, omvat het begrip positieve vrijheid ook de controle over het gemeenschappelijke leven. Een vrije samenleving, in de zin van positieve vrijheid, is een maatschappij waarin de leden een actieve rol spelen bij het beheersen van die gemeenschap, bijvoorbeeld door hun deelname aan democratische instellingen. De mensen in die samenleving zijn vrij, omdat zij gezamenlijk het leven in hun gemeenschap onder controle hebben en de doelen kunnen bereiken die ze gezamenlijk wensen.

Vrijheid en Verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid is het spiegelbeeld van vrijheid. Als je, rekening houdend met door anderen opgelegde beperkingen, vrij bent om te doen en laten wat je zelf wilt, en als je kunt bereiken wat je wilt bereiken, dan ben je ook zelf verantwoordelijk voor hetgeen je doet, of nalaat te doen.

In de filosofie van Jean Paul Sartre (1905-1980) staat de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens centraal. Ons bestaan is volgens hem een dynamisch proces waarin wij, als individueel persoon, onszelf definiëren door onze acties en keuzes. De mens is zomaar in een zinloze wereld geworpen en het komt er vervolgens op aan onszelf te ontwerpen en te realiseren. Inderdaad, worden wat je bent. Hoe we dat doen, staat ons vrij. Die vrijheid belast ons echter met een enorme verantwoordelijkheid. Volgens Sartre zijn we zelfs “gedoemd tot vrijheid’. Kiezen biedt volgens hem echter de enige mogelijkheid tot een daadkrachtig, authentiek en vrij leven.

Als je vrij bent om te doen en laten wat je wilt, en als je kunt bereiken wat je wilt bereiken, dan ben je ook zelf verantwoordelijk voor hetgeen je doet, of nalaat te doen.

Conclusie

Vrijheid is niet simpelweg doen en laten wat je zelf wilt. Niemand leeft alleen, iedereen is lid van een gemeenschap. Dat kan je gezin zijn, je buurt, je werk, je stad, je land en ja zelfs de gehele wereld. Jouw persoonlijke vrijheid houdt echter daar op, waar die de vrijheid van anderen beperkt. En uiteraard ook andersom: de vrijheid van anderen houdt op daar waar die jouw vrijheid inperkt. Op dat punt moeten jij en de ander jezelf beperkingen opleggen, dan wel beperkingen láten opleggen door bijvoorbeeld de overheid of de leiding van de organisatie waar je toebehoort.

Gaat het bij het streven naar negatieve vrijheid om het minimaliseren het aantal mogelijkheden die anderen voor je hebben afgesloten. Bij positieve vrijheid zijn er geen beperkingen van buiten. Gegeven je uitgangspositie in het leven, kun je alles bereiken wat je wilt. Je moet daarvoor wel afwegingen maken en bijvoorbeeld kiezen voor minder plezier op de korte termijn, om een beter leven te krijgen op de lange termijn. Maar daarin ben je volledig vrij, maar ook volledig verantwoordelijk.

Binnen een samenleving bestaat een grote mate van negatieve vrijheid als die niet wordt bezet door een macht van buiten of niet totalitair wordt bestuurd. Positieve vrijheid in een maatschappij wordt bereikt als de leden van die gemeenschap bijdragen aan het succesvol maken van die samenleving. Daarin zijn zij volledig vrij, maar ook volledig verantwoordelijk.

John Greijmans

Rotterdam, maart 2019

februari 1st, 2019 · by John · Weblog NL

De vraag naar de zin van het leven van het leven wordt veel gesteld, maar zelden beantwoord. Waarschijnlijk zal er ook nooit een unaniem antwoord op kunnen worden gegeven. Alle mensen zijn namelijk verschillend, en zoveel mensen, zoveel zinnen. Maar waar de meesten onder ons het wel over eens zullen zijn, is dat het bij het bepalen van zingeving gaat om de doelen die je wilt bereiken. Sommigen onder ons zoeken zingeving in zichzelf, en richten zich op zelfontplooiing en het nastreven van geluk. Anderen vinden betekenis in het helpen van hun medemensen of aan het leveren van een bijdrage aan de maatschappij.

Als je jezelf doelen stelt, dan wil je die ook bereiken. En om dat te kunnen, moet je een idee hebben hoe dat moet worden gedaan. Je hebt met andere woorden kennis nodig. Kennis is immers het vermogen om informatie om te zetten in kwalitatief goede beslissingen. Scientia Potentia Est, ofwel Kennis is Macht. Met deze uitspraak maakte de Engelse filosoof Francis Bacon (1561-1626) al duidelijk dat kennis een van de belangrijkste dingen in ons leven is. Het hebben en delen van kennis legt de basis voor het verbeteren van je reputatie en het verkrijgen van invloed op jezelf en op anderen. Macht wordt in dit kader daarom vaak gedefinieerd als het vermogen om iets te (laten) doen zoals jij het wilt.

Als je jezelf doelen stelt, dan wil je die ook bereiken. Om dat te kunnen, moet je een idee hebben hoe dat moet worden gedaan. Je hebt dus kennis nodig.

Het leren van kennis

Helaas heeft Bacon maar gedeeltelijk gelijk. Met kennis zelf kun je namelijk niet veel doen. Het gaat niet om leren of het opdoen van kennis, maar om het toepassen van die kennis, om op basis daarvan lessen te leren. Dat geeft macht, en dat leidt tot resultaten.

De term gevalideerd leren (validated learning) komt uit de Lean Startup methodologie die is gericht op het snel succesvol maken van startende ondernemingen. De kern van de methode is snel te leren wat werkt en wat niet werkt. In plaats van met een uitgewerkt idee van je nieuwe product te komen, begin je daarom met een eenvoudig prototype. Daarmee test je of het in de smaak valt. Dat testen gebeurt bij de klant, die geeft feedback en helpt daarmee bij de doorontwikkeling van het product. Door het telkens weer toepassen van deze cirkel van bouwen-meten-leren, versnel je de innovatie en beperk je de kosten.

Dit proces is niet alleen van toepassing op startende ondernemingen, het kan ook worden gebruikt in je persoonlijk leven, voor het behalen van je persoonlijke doelen. Het biedt de mogelijkheid om extra snel te leren en inzicht te krijgen in wat voor jou werkt. Hoe kun je gevalideerd leren toepassen in je persoonlijk leven?

 

Wat is gevalideerd leren?

Gevalideerd leren in je persoonlijk leven kan worden gedefinieerd als het proces van het verkrijgen van een brok kennis, om dat onmiddellijk in de praktijk te brengen en het resultaat daarvan te meten, teneinde de effecten te valideren. Levert de verkregen kennis je iets op? Zo ja, wat? Zo nee, waarom niet? Op basis van dat antwoord zoek je naar het volgende brok kennis om te testen. Je komt daarmee in een cyclus terecht van zich steeds verder uitbreidende bruikbare kennis. Het proces van gevalideerd leren bestaat aldus uit drie stappen:

  1. Verkrijg een brok kennis
  2. Implementeer die kennis onmiddellijk
  3. Meet het resultaat, en valideer wat je hebt geleerd

Wat zeiden de wijzen?

In zijn Ideeënleer stelt Plato (427-347 BCE) dat onze ziel voor de geboorte in de Ideeënwereld was, en daar volmaakte kennis heeft opgedaan. Bij onze geboorte vergeten we die kennis weliswaar, maar hij zit nog steeds ergens diep in ons, en kan dus weer naar boven worden gehaald. Volgens Plato is onze kennis dus niet gebaseerd op ervaring. Zijn leerling Aristoteles (384-322 BCE) stel echter, dat kennis niet moet worden gezocht in een transcendente wereld, maar in de fenomenologische wereld, de wereld zoals die zich aan ons voordoet. Kennis komt volgens Aristoteles voort uit waarneming, ervaring dus.

René Descartes (1596-1650) hanteert een radicale methodologische twijfel waarin hij alles verwerpt als onzeker. Vandaaruit zoekt hij weer naar zekerheden, dat wil zeggen kennis. Zijn eerste en meest beroemde zekerheid is: ik denk dus ik ben. Hieruit leidt hij verdere kennis over de wereld af. Voor hem is het verstand (ratio) de uiteindelijke bron van onze kennis. Tegenover het rationalisme van Descartes staat het empirisme. Dat stelt dat al onze kennis afkomstig is uit zintuiglijke ervaring. De meest radicale vertegenwoordiger daarvan is David Hume (1711-1776). Hij zegt dat we zaken als oorzakelijkheid, persoonsidentiteit of God niet kunnen waarnemen, en dus ook niet zeker kunnen weten.

In de geschiedenis van het denken kunnen we twee stromingen onderscheiden. Enerzijds vinden Plato en Descartes dat we alle kennis kunnen opdoen door er goed over na te denken. Aan de andere kant stellen Aristoteles en Hume dat we kennis opdoen door de werkelijkheid zelf waar te nemen. Een synthese tussen deze respectievelijk rationalistische en empirische methoden vindt zijn weerslag in de wetenschappelijke methode.

De wetenschappelijk methode gaat uit van een probleem. Op basis van daarover na te denken wordt een voorlopige oplossing geformuleerd. Deze hypothese wordt getoetst aan de werkelijkheid, en kan aldus worden gefalsificeerd of geverifieerd. Falsificatie betekent dat de hypothese wordt verworpen, verificatie houdt in dat de volgende stap naar verdere theorievorming of praktische toepassing kan worden gedaan. Gevalideerd leren is een variant op de wetenschappelijke methode, waarin een brok kennis (hypothese) wordt geïmplementeerd (getoetst) en een volgende stap bepaald (validatie).

De wetenschappelijk methode begint me een probleem. Op basis van daarover nadenken wordt een oplossing geformuleerd. Deze wordt getoetst, en kan aldus worden gefalsificeerd of geverifieerd.

1.    Verkrijgen van kennis

Een brok kennis is een logisch consistente kenniseenheid die gemakkelijk in praktijk te brengen is, goed is te herzien en gemakkelijk te onthouden. Door grote stukken kennis in kleinere brokken op te delen, kun je beetje bij beetje de voor jou noodzakelijke kennis opbouwen. Er zijn veel manieren waarop je brokken kennis kunt verwerven. Je kunt bijvoorbeeld luisteren naar lezingen, boeken lezen of workshops bezoeken. Ook kun je kennis vergaren door te observeren, onderzoek te doen of gebruik maken van je creativiteit.

2.    Implementeren van kennis

Heb je een brok kennis verworven, dat moet je dat zo snel mogelijk toetsen aan de realiteit. Is de kennis betrouwbaar? Kun je er iets mee doen? Voor de beantwoording van deze vragen is het noodzakelijk de kennis te verwerken. Dat doe je door die te verbinden met wat je al weet, bijvoorbeeld door zelfreflectie, een discussie met anderen of analyseren hoe de kennis kan worden gebruikt. De centrale vraag is dus, hoe kun je kennis het beste in de praktijk brengen?

Tot nu toe, heb je alleen nog maar kennis opgedaan. Je moet een stap verder gaan om die kennis in macht om te zetten. Dat doe je door het brok kennis te implementeren, het resultaat daarvan meten en bepalen waar die nieuwe kennis je naartoe leidt. Als het implementeren niet leidt tot een verandering in je persoonlijk gedrag, hetzij in je woorden, gedachten of acties, dan heb je niets nieuws geleerd.

Je kunt je gedrag alleen veranderen op basis van gevalideerd leren. Eerst ga je dus bepalen of, en op welke wijze, het nieuwe brok kennis nuttig is. Dat doe je door experimenten uit te voeren. Probeer bijvoorbeeld op een andere wijze naar dingen te kijken of ga bepaalde dingen zaken doen, of juist laten. Meten is weten, dus in alle gevallen bepaal je wat de resultaten van het experiment, en dus van je gewijzigd gedrag zijn. Dat kun je doen door feedback te vragen.

Als het toepassen van kennis niet leidt tot een verandering in je persoonlijk gedrag, in woorden, gedachten of acties, dan heb je niets nieuws geleerd.

Tot nu toe kan mijn betoog abstract overkomen. Laat ik daarom enkele concrete voorbeelden geven om te laten zien hoe leren en implementeren kan plaatsvinden in de praktijk.

  • Je leest een artikel over hoe je het beste de paragrafen in een blog kunt maken (kennis), je past het toe in je volgende blog (implementatie) en je meet het resultaat door naar het aantal views te kijken (valideren).
  • Je bezoekt een beurs waar een nieuw dieet wordt gepresenteerd dat je helpt om gewicht te verliezen (kennis), je probeert het uit (implementatie) en na zeven dagen zie je het resultaat op de weegschaal (valideren).

3.    Valideren van kennis

Na verkrijgen en implementeren volgt het valideren van kennis. Daarin bepaal je of het toepassen van de nieuw verkregen kennis voor jou persoonlijk werkt. Vaak zal dat niet zo zijn, waardoor je weer terug moet gaan naar oude gedragspatronen of andere dingen uitproberen. Het constateren dat dingen niet werken, is overigens ook een vorm van leren is. Ook een mislukt experiment is waardevol. Je weet nu immers wat in ieder geval niet werkt, en dat brengt je een stap dichter bij een werkende oplossing.

Om te weten of de nieuwe kennis werkt, moet je de resultaten van je experiment meten. Op basis bepaal je wat te doen: doorgaan met de nieuw gevonden kennis, of naar een andere oplossing zoeken. Feedback is daarbij een belangrijk hulpmiddel.

  • Interne feedback komt van binnen uit en vloeit voort uit zelfreflectie. Dit lijkt moeilijk te meten, maar je zou kunnen denken aan een geluks-index, je competentieniveau of het feit dat je al dan niet dichter bij het behalen van je persoonlijke doelstellingen komt.
  • Externe feedback komt van uit je omgeving, van bijvoorbeeld je familie, vrienden of collega’s. In vele gevallen zullen zij je willen steunen om je in staat stellen je doelstellingen te bereiken.

Feedback kan zowel kwalitatief als kwantitatief zijn. In alle gevallen moet het kunnen aantonen of je vooruitgang hebt geboekt door de kennis te implementeren. Pas overigens op met kwalitatieve feedback. Als die negatief is, kun je er vaak op vertrouwen, mensen zijn namelijk geneigd om je positief te waarderen. We zijn allemaal aardig voor elkaar. Als de feedback dan toch negatief is, dan is er echt wat aan de hand. Positieve kwalitatieve feedback kan ook voortvloeien uit de onze neiging om aardig te zijn, en die is dan juist niet betrouwbaar. Probeer daarom altijd ook objectieve kwantitatieve resultaten te krijgen.

Constateren dat dingen niet werken is ook leren. Een mislukt experiment is waardevol, want je weet nu wat niet werkt, en dat brengt je een stap dichter bij een oplossing.

Na elk experiment ga je de resultaten meten en beoordelen wat er mee te doen. Dat is de definitie van valideren. Om dat goed te doen, ga je voor elk experiment bij je zelf te rade, en stel je jezelf de volgende vragen.

  • Wat kan ik doen met de nieuwe kennis?
  • Wat weet ik nu, wat ik niet eerder wist?
  • Wat is de beste manier om die kennis toe te passen?
  • Wat ging goed in de implementatie, en wat ging niet als verwacht?
  • Wat is het volgende dat ik moet leren?

Op basis van de antwoorden die je jezelf hebt gegeven, neem je drie beslissingen, waaraan je je moet houden. Welke beslissingen dat zijn ligt besloten in het antwoord op de volgende drie vragen.

  • Welke nieuwe dingen ga ik doen op basis van de nieuwe verworven kennis?
  • Waarmee stop ik op basis van de nieuwe verworven kennis?
  • Wat zal ik blijven doen op basis van de opgedane nieuwe kennis?

De cyclus van verkrijgen, implementeren en valideren van kennis hoeft niet lang te duren. Het gaat om het zo snel mogelijk toepassen van verworven kennis, om vervolgens het effect te meten en te analyseren of de verandering voor je werkt. Dat bepaalt wat je in de toekomst gaat doen. Ik wil daarvoor terugkomen op de eerder gegeven voorbeelden.

  •  Het aantal views op je blog met de nieuwe indeling voor paragrafen is significant hoger dan normaal. Je besluit dus om de nieuwe methode te blijven hanteren. Of je vertrouwt het niet helemaal en herhaalt het experiment enkele malen.
  • Er was resultaat op de weegschaal te zien, maar dat was niet conform verwachting. Je gewicht is zelfs toegenomen. Je concludeert dat het dieet niet werkt, in ieder geval niet voor jou.

Als je de methode van gevalideerd leren consequent toepast kun je veel leren, over jezelf, over de wereld en wat wellicht het belangrijkste is, over hoe je sneller en effectiever dichter bij het behalen van je persoonlijke doelstellingen komt. Blijf daarom gevalideerd leren. Je weet nu hoe het moet.

John Greijmans

Rotterdam, Februari 2019

oktober 1st, 2018 · by John · Weblog NL

In elk nieuw managementboek wordt het telkens weer herhaald: het meten van prestaties draagt bij aan betere bedrijfsresultaten. Maar is dat werkelijk de enige reden dat we de prestaties van medewerkers en collega’s meten? Laten we eens kijken of er niet meer motieven zijn en wat de achtergrond van elk daarvan is.

 

Reden #1: We meten omdat we geacht worden dat te doen?

De eerste reden om prestaties te meten ligt voor de hand. Onze leidinggevende heeft gezegd dat we dat moeten doen. Of de controller heeft doelstellingen voor kpi’s in het operationeel plan gezet en vindt dat we moeten aantonen dat die ook zijn gehaald. En tsja, iedereen in het bedrijf meet, dus waarschijnlijk moeten wij dat dan ook maar gaan doen. Maar prestaties meten kost tijd, tijd die ten koste gaat van het “echte werk”.

Meten moet meer opbrengen dan het kost, anders is het niet zinvol.

Reden #2: Red je eigen hachje

Als je laat zien dat je veel werk verricht, de goede dingen doet en ook veel gedaan krijgt, dan ontvang je goede beoordelingen en word je niet onder druk gezet om harder en beter te werken. Dat doe je immers toch al? Het is eigenlijk heel eenvoudig. Zoek een paar indicatoren die vaak of altijd een positieve trend laten zien en je levert het bewijs dat je de dingen goed doet. Inderdaad,  verbeter wat gemakkelijk te verbeteren is. De vraag blijft echter of je wel de goede dingen doet?

Reden #3: Prestaties van je medewerkers managen

Bij het jaarlijkse doelstellingengesprek worden ze vastgesteld: prestatieafspraken en kpi’s om ze te meten. Het maakt het bij het eveneens jaarlijkse beoordelingsgesprek gemakkelijker om vast te stellen dat iemand al dan niet voldoet. Hier ligt een relatie met reden #2. Maar ook het gevaar van sub-optimalisatie ligt om de hoek: iedereen doet het goed, maar met de organisatie als geheel gaat het slecht.

Reden#4: Onderhandelen over meer budget

Je meet omdat je wilt laten zien hoe nuttig je output is of hoe capabel je team opereert, maar vooral om anderen te overtuigen dat je nog veel beter kunt als je maar meer budget krijgt. Want niemand wil minder geld, dat gaat namelijk ten koste van al die leuke projecten die je nog wilt uitvoeren. Het resultaat is dat we meer budget toekennen aan dingen die goed gaan, en juist minder aan wat moet worden verbeterd.

Reden #5: De uitvoering van de strategie monitoren

Alle strategische initiatieven moeten worden geïmplementeerd zoals gepland. Het toverwoord hier is mijlpalen halen. Maar houdt dat ook in dat daarmee automatisch en in alle gevallen de performance van het bedrijf beter wordt?

 Het resultaat is dat we meer budget toekennen aan dingen die goed gaan, en juist minder aan wat moet worden verbeterd.

Reden #6: Doelstellingen halen

Als je focust op het bepalen van verschillen tussen geplande en gerealiseerde prestatieniveaus, om dan met Lean-technieken oorzaken te achterhalen en verbeteringen door te voeren, dan haal je haast vanzelf je doelstellingen. Deze op resultaat en voortdurende leren gerichte cultuur kan prachtig werken, als tenminste het overgrote deel van de mensen in de organisatie om die reden prestaties meet. Stel je eens voor, je gaat elke dag naar je werk, wetende dat alles wat jij en je collega’s doen aantoonbaar bijdraagt aan het verbeteren van de wereld. Dat zou toch mooi zijn?

 

Ik ben geen tegenstander van prestaties meten, en ik ben het hartgrondig eens met wat ik onder #6 heb gezegd. Maar ik wil het wel iedereen aanraden zich af te vragen wat de toegevoegde waarde van het meten van een specifieke prestatie is? Het criterium daarbij is of de meting bijdraagt aan het verbeteren van de prestatie van het hele bedrijf.

John Greijmans

september 17th, 2018 · by John · Weblog NL

In onze eeuw is het begrip werkvloer niet meer beperkt tot fabriekshallen of magazijnen. De kantoortuinen van het nieuwe werken en eventuele thuiswerkplekken vallen er ook onder. In die zin is de titel van dit artikel enigszins misleidend. Maar dat geldt ook voor de term “diversiteit”, want wat is dat nou eigenlijk? Er zijn mensen die denken dat diversiteit alleen gaat over het al dan niet achterstellen van mensen op basis van uiterlijke kenmerken. Anderen vinden dat je eenvoudig aan diversiteit kunt doen door je te houden aan vastgestelde of zelfopgelegde quota. Maar diversiteit is meer dan dat.

Wat is diversiteit en waarom is het belangrijk?

Diversiteit betreft het bevorderen van acceptatie, respect en samenwerken, ondanks verschillen tussen werknemers in termen van kleur, leeftijd, gender, taal, politieke partij, religie, seksuele gerichtheid of stijl van communiceren. Vernieuwing en innovatie vloeien haast altijd voort uit het in dienst hebben van werknemers met een verscheidenheid aan achtergrond en eigenschappen. Nu zijn de afgelopen decennia de meeste werkplekken divers geworden, maar helaas zijn er niet alleen voordelen, maar ook nadelen ontstaan. Wat zijn dan de belangrijkste problemen, en wat kunnen we er aan doen?

1. Acceptatie en respect

Respect tussen collega’s is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle gediversifieerde werkplek. Een gebrek aan acceptatie van verschillen in overtuigingen en culturele achtergrond leidt tot conflicten. Het accepteren van verschillen resulteert daarentegen in uitwisseling van ideeën en effectieve samenwerking. In dit verband, helpen diversiteitstrainingen elkaars verschillen te begrijpen en te accepteren.

Analoog aan de scheiding tussen kerk en staat, geldt op de werkvloer een scheiding tussen persoonlijke overtuiging en professionele verantwoordelijkheid

2. Scheid Werk en Overtuiging

In een diverse omgeving met culturele, spirituele en politieke verschillen moeten medewerkers, teneinde conflicten te voorkomen, hun overtuigingen niet aan anderen opleggen. Als analogie met de scheiding tussen kerk en staat, geldt op de werkvloer een scheiding tussen persoonlijke overtuiging en professionele verantwoordelijkheid.

3. Etnische en culturele verschillen

Helaas zijn er nog steeds problemen met etnische en culturele verschillen. Sommigen onder ons koesteren inderdaad vooroordelen tegen mensen met een andere etnische of religieuze achtergrond. Discriminatie kunnen we echter nooit tolereren, niet op de werkplek noch elders. Verkondig en implementeer daarom een beleid met duidelijke en objectieve regels om te voorkomen dat werknemers vooroordelen tonen.

Discriminatie kunnen we nooit tolereren, niet op de werkplek noch elders

4. Gendergelijkheid

Nog steeds en in teveel gevallen worden mannen eerder dan vrouwen aangenomen. In teveel bedrijven hebben mannen meer kans op promotie dan vrouwen. Bovendien blijken vrouwen nog steeds minder salaris te krijgen dan mannen. Als dit waar is, dan is dat een onwenselijke situatie. Als werkgever moet je deze vorm van discriminatie voorkomen en gelijke kansen creëren bij werving, salaris en carrièreverloop.

5. Fysieke en mentale beperkingen

Gehandicapte werknemers hebben het soms moeilijk om zich op hun werkplek goed te kunnen bewegen, omdat die niet is aangepast. Te denken valt daarbij aan zaken als rolstoelhellingen en faciliteiten voor hulphonden. Ondersteun daarom je medewerkers of collega’s, en zorg voor een comfortabele werkomgeving voor mensen met een beperking.

6. Generatiekloof

Medewerkers kunnen moeite hebben zich aan te passen aan veranderingen op werkplek en in werkcultuur die een jongere generatie teweegbrengt. In grotere bedrijven met gediversifieerde leeftijdsgroepen, worden vaak sociale kringen gevormd, waarbij sommige werknemers zich buitengesloten kunnen voelen. Om dit tegen te gaan moet je zorgen voor een cultuur met open communicatie en daardoor de kloof tussen generaties overbruggen.

7. Taal en communicatie

Een divers personeelsbestand kan leiden tot problemen op het gebied van taal en communicatie. En  dan doel ik niet alleen op talen als Arabisch, Tamazight en Turks, maar ook op expats uit westerse landen. Deze problemen kunnen worden aangepakt door taallessen of het inschakelen van tweetalige mensen.

In een stad als Rotterdam met meer dan 50% inwoners met een niet-Nederlands achtergrond is diversiteit op de werkplek vaak een feit. Daarnaast is het ook waar dat diversiteit tot problemen kan leiden. De Engelse sociale wetenschapper Meredith Belbin toonde al in 1980 aan dat, als mensen met verschillende talenten en ideeën samenwerken, er betere resultaten worden bereikt. Reden genoeg om problemen te zien als kans om te verbeteren om daardoor ten volle te kunnen profiteren van alle voordelen die diversiteit biedt.

John Greijmans

augustus 20th, 2018 · by John · Weblog NL

Ondernemen is leuk, spannend en uitdagend. Dat vinden we allemaal. Het vreet haast al je tijd op. En ook dat vinden we eigenlijk best wel leuk. Maar helaas heb je ook andere verplichtingen. Een daarvan is het (laten) bijhouden van je boekhouding. En dat vinden we helemaal niet leuk. Maar het moet wel, want de Belastingdienst kan komen controleren. Daarom een aantal tips van een ondernemende boekhouder om het leven wat gemakkelijker te maken.

  • Ga online boekhouden

Als je gebruik maakt van een online boekhoudpakket bespaar je veel tijd en ellende. Online boekhouden doe je in de cloud. Daardoor is jouw boekhouding altijd en overal toegankelijk en veilig opgeslagen. Een online boekhoudpakket automatiseert je boekhouding. Berekeningen verlopen automatisch en de btw wordt netjes gerapporteerd aan de Belastingdienst. Tot slot kun je de boekhouding koppelen aan bijvoorbeeld bank, webshop en incassobureau. Zo hoef je de boekhouding alleen nog maar te controleren.

  • Neem afscheid van papier

We kunnen er niet om heen, boekhouding gaat over documenten. En die documenten moeten in je administratie worden verwerkt. Denk bijvoorbeeld aan facturen, contracten, bankafschriften en urenregistraties. Het is verplicht deze documenten zeven jaar te bewaren. Vroeger gebeurde dat in ordners, maar dat is nergens meer voor nodig.

Veel documenten worden al elektronisch aangeleverd en andere kun je scannen. Net zoals je vroeger documenten in ordners opborg doe je dat nu op je computer. En dan liefst in de cloud, want dan hoef je je geen zorgen te maken over back-ups. Maak voor ieder type document een aparte map aan en begin elk jaar met een nieuwe map. Een nieuw jaar is een nieuw begin, ook voor je administratie.

  • Scheid werk- en privétransacties.

Als je een kleine ondernemer ben lopen werk en privé vaak in elkaar over. Je bent immers 24/7 ondernemer. De Belastingdienst eist echter dat je werk en privé strikt scheidt in je administratie. Open daarom altijd een zakelijke rekening die je exclusief voor je bedrijf gebruikt. Hiermee voorkom je dat je ook je privéadministratie moet ordenen en zeven jaar bewaren.

  • Werk op datum.

Voorzie alle documentatie voor de administratie van een datum. Zelfs als je de papieren niet direct scant en in de juiste map opbergt, is het slim ze wel op datum apart te leggen. Wanneer je dan voor de boekhouding gaat zitten, ligt alles al op de juiste volgorde.

  • Boekhoud op een vast tijdstip.

Kies een vast moment in de maand waarop je de boekhouding doet. Dan weet je elke maand precies hoe je er financieel voorstaat, en zie je ook direct welke rekeningen en facturen nog niet betaald zijn. De aanmaningen gaan dus op tijd de deur uit.

Ik hoop dat je iets aan deze tips hebt gehad. In een volgende artikel zal ik ingaan op de vraag wie de boekhouding moet doen? Doe je dat zelf, of besteed je het uit.

John Greijmans

juli 17th, 2018 · by John · Weblog NL

Elke organisatie en ieder bedrijf opereert in een bepaalde omgeving. En die omgeving is aan veranderingen onderhevig die vaak snel en veelvuldig zijn. Je organisatie zal zich daaraan moeten aanpassen. Verandermanagement richt zich op het doorvoeren van veranderingen in bedrijven. Het betreft daarbij vaak ingrijpende processen die een goede communicatie vergen om mensen zo ver te krijgen dat ze meewillen werken aan die veranderingen. En met die communicatie gaat het juist vaak mis.

Zorg dat je een verhaal hebt

Communiceren over veranderingen lijkt simpel. Je laat een consultant een paar prachtige PowerPoint-slides maken. Die presentatie zet je op de e-mail naar je middenmanagement met het verzoek die op het eerstkomende werkoverleg te bespreken. Die sturen het, wederom via de e-mail, ter informatie door naar hun medewerkers met de vraag of er nog vragen zijn.

Deze vorm van communicatie werkt niet! Je kunt niet van mensen verwachten dat ze veranderingen omarmen die ze niet begrijpen. Bovendien vergroot deze indirecte en onpersoonlijke manier van communiceren de kloof tussen het management dat onbegrijpelijke plannen heeft bedacht, en de werkvloer die deze plannen moeten gaan uitvoeren. Medewerkers willen betrokken worden bij iets dat zij begrijpen en onderschrijven.

Hoe moet het dan wel? Elke verandering heeft een “verhaal” nodig om orde aan te brengen in schijnbaar willekeurige en onsamenhangende informatie. Dat verhaal doet mensen snappen waar het over gaat. En het moet goed worden verteld; hoe interessanter en meeslepender hoe beter. In bijvoorbeeld speeches, een filmpje of een leuk veranderboek.

Zorg dat je geloofwaardig bent

Het is altijd goed om het verhaal positief te maken; dat kan mensen motiveren. Maar wat je nooit moet doen is alleen voordelen benoemen en nadelen onvermeld laten. Probeer ook niet te pretenderen dat de verandering snel en eenvoudig kan worden doorgevoerd. Ieder mens weet dat er aan een verandering nadelen kleven, en dat een doel nooit bereikt wordt zonder inspanningen, tegenslagen en opofferingen. Zeventig procent van alle verandertrajecten mislukt nu eenmaal. Je bent dan dus niet geloofwaardig en mensen zullen niet gemotiveerd zijn om te veranderen.

Hoe moet het dan wel? Wees niet alleen maar positief over het veranderproces. Communiceer eerlijk over de nadelen, de moeilijkheden en de risico’s. Dat is de enige manier om van een kritisch publiek dat je bij een verandering altijd tegenover je hebt, het voordeel van de twijfel te krijgen.

Vertel wat medewerkers kunnen en mogen verwachten

Vaak is het doel van een veranderingsproces, dat medewerkers meer initiatieven gaan nemen, dat zij hun kennis, ervaring, talent en inzichten gaan inzetten. En daarbij hoort een nieuw type leiderschap, dat meer op ontwikkeling van mensen dan op beheersing en controle is gericht. Dit impliceert echter dat het “oude leiderschap” een cultuur uitdroeg waarin initiatieven nemen juist niet de bedoeling was. En mensen moeten dus maar geloven dat die cultuur van “denken, daar word jij niet voor betaald”, in één keer wordt afgeschaft? Dat doen ze dus niet: ze gaan achterover zitten, met de armen over elkaar, en zeggen: “nou, kom maar op dan met je visie”. En vervolgens verandert er niets.

Hoe moet het dan wel? Verandermanagement is ook verwachtingen managen. Als het doel is dat medewerkers meer gaan meedenken, dan moet je ze daar expliciet toestemming voor moeten geven. En dan niet op de manier van: “voortaan moeten jullie meedenken”, maar door te zeggen: “voortaan mogen jullie meedenken”. Mensen uitnodigen mee te denken en follow-up geven op hun inbreng is een vorm van waardering, een van de belangrijkste ingrediënten voor een goede relatie. En die verandering? Die gaat dan haast vanzelf!

John Greijmans

juni 29th, 2018 · by John · Weblog NL

Vergeleken met nog geen twintig jaar geleden is ons werk er heel anders uit gaan zien. Velen hebben bijvoorbeeld geen vaste werkplek meer. Daarnaast zijn we letterlijk 24/7 te bereiken, via diverse kanalen. Dit is zo snel gegaan dat we zijn vergeten ons aan te passen aan deze veranderde en veranderende wereld. Onze “werk-privé-balans” is niet meer in evenwicht. Wat zijn de feiten?

Dankzij nieuwe technologieën en voortschrijdende globalisering zijn we niet meer gebonden aan een negen-tot-vijf werkpatroon. De term “werk-privé-balans” is dan ook een drogredenering. Er is maar één ding wat telt en dat is jouw persoonlijke leven. Dat leven omvat meer dan je werk en de term privé dekt die lading niet. Het omvat niet alleen je gezin, maar bijvoorbeeld ook je vrienden en hobby’s; kortom alles wat belangrijk is in je leven. Dus ook je werk, al was het alleen maar om in je levensonderhoud te voorzien. Dat “gehele leven” moeten we zien te managen. Hoe doen we dat?

1. Maak bewuste en weloverwogen keuzes

Als je beslissingen maakt over wat je op een bepaalde dag gaat doen, neem dan alle relevante aspecten van je leven in de overwegingen mee. Gebruik maar één agenda met daarin zowel je zakelijke als je andere, niet noodzakelijkerwijs werk gerelateerde afspraken. Daardoor houd je het overzicht en kun je weloverwogen keuzes maken over wat je wanneer prioriteit geeft.

2. Maak wekelijks een plan  

Ons werk is flexibel geworden en dat betekent dat we niet per se al onze zakelijke activiteiten binnen het tijdsbestek van negen tot vijf moeten afronden, om daarna aan de andere belangrijke zaken in je leven te denken. Maak daarom aan het begin van elke week een overzicht van de activiteiten die je die week moet of wilt doen. Dat kunnen bijvoorbeeld zijn, zaken die je moet kopen, een offerte die je moet uitbrengen of een uur naar de sportschool. Met dit overzicht kun je dan plannen wat je die week wanneer gaat doen. En ja, als je teveel op je bord hebt genomen zul je prioriteiten moeten stellen. Vraag je dan bij elke activiteit af of deze belangrijk en urgent is.

3. Erken dat iedere week verschillend is

De ene week kom je terug van een zakenreis en de andere week ben je scheidsrechter bij een voetbalwedstrijd van je dochter. Daarnaast heb je taken die maar één keer voor komen en andere activiteiten moet je met enige regelmaat uitvoeren. Zorg daarom dat je voldoende tijd overhoudt voor de eenmalige taken, en dat je niet verdrinkt in de waan van de week.

4. Vier je successen

Hoe goed je ook plant, er zullen zich altijd onverwachte dingen voordoen in je leven. Leuke en minder leuke. Het zal dan ook voorkomen dat je de ene week met gemak al je taken afrondt, en de week daaropvolgend helemaal niet. That’s life! Naar perfectie moet je streven, maar je zult het nooit bereiken. Een beetje vooruitgang is nog altijd beter dan stilstand. Wees blij met wat je in een bepaalde week hebt gedaan, en zie uit naar de volgende week waarin je wellicht meer kunt doen.

John Greijmans

juni 21st, 2018 · by John · Weblog NL

De afgelopen week sprak ik met een goede vriendin. Zij denkt er over om zelfstandig ondernemer te worden. Maar, zei ze, “ik weet niet of ik dat kan, want als ondernemer moet je netwerken, en verkopen kan ik niet”. Die avond ging ik naar een bijeenkomst van een club, op uitnodiging van diezelfde vriendin. Van te voren gaf ze me daarbij duidelijk aan dat het niet de bedoeling was om daar te gaan netwerken: “we zijn er immers voor de gezelligheid, en daar horen geen commerciële activiteiten bij”.

Een paar dagen later las ik een column in het NRC van Tom-Jan Meeus getiteld “Netwerkbederf bij GroenLinks en OM”. Meeus was, naar zijn zeggen op LinkedIn beland omdat hij “had opgevangen dat netwerken enorm belangrijk is geworden, en als dingen enorm belangrijk zijn wil je ze niet missen”. Hij krijgt nu vaak een bericht als ‘Feliciteer Piet Pieterse met vier jaar in dienst bij Piet Pieterse BV’, maar denkt nooit: “goed idee, even Piet Pieterse feliciteren”. Hij denkt namelijk dat “je meer hebt aan goed werk – aan kwaliteit, collegialiteit, oog voor de wereld, etc.” En even verder “want handig contacten kunnen leggen voor je carrière – wat zegt dat nou helemaal?”

Het is een bekend en hardnekkig misverstand, maar netwerken is geen netter woord voor verkopen. En iedereen kan netwerken. Het is zelfs onmogelijk om géén netwerk te hebben. We hebben namelijk bijna alle maal tientallen warme contacten. Zulke netwerken zijn waardevol. Niet om aan te verkopen, want een netwerk bouw je niet op om je product aan te slijten. Dat verkopen, maar ook inkopen, besteed je uit aan derden: aan dat netwerk.

Uitbesteden aan je contacten is de kern van echt netwerken: de mensen in je netwerk leggen contact met de doelgroep buiten dat netwerk. Zij bevelen je bij iedereen die bij jouw product is gebaat en vormen zo je gratis marketingteam. Of ze kennen iemand die jouw specifieke probleem kan oplossen. Een team dat altijd aan het werk is, ook als jij ‘Schuld en Boete’ zit te lezen of een uitvoering van de ‘Zauberflöte’ bezoekt.

Dus beste vriendin, netwerken is niet verkopen, netwerken is het opbouwen en onderhouden van contacten. Contacten die ooit iets voor jou kunnen betekenen. Of jij voor hun! En dat laatste is echt het grote verschil met verkopen: netwerken is wederkerig. De oude romeinen zeiden het al ‘do ut des’ of ‘ik geef opdat mij gegeven wordt’.

En dus beste Tom-Jan Meeus, op mijn LinkedIn heb ik veel buitenlandse contacten, verspreid over de hele wereld, waarmee ik samen heb gewerkt of die ik anderszins heb ontmoet. Ik zal hen hoogstwaarschijnlijk nooit meer zien. En toch feliciteer ik ze met hun verjaardag of hun nieuwe baan, als LinkedIn me daarover een bericht stuurt. Want stel dat ik weer eens in Franschhoek in Zuid-Afrika kom en mijn favoriete restaurant zit vol, dan kan Jessica wel wat regelen. Uiteraard nodig ik haar dan ook uit mee te eten, want dat is wel zo gezellig.

John Greijmans

PS: Jessica bestaat echt en als Zuid-Afrikaanse kan ze deze blog lezen. Weer een kans benut om het contact met mijn netwerk te onderhouden.

juni 15th, 2018 · by John · Weblog NL

Ik had beloofd niet meer over de bitcoin te schrijven, en ga dat ook niet doen. Maar in mijn laatste blog over cryptovaluta was ik positief over de mogelijkheden die de onderliggende blockchain-technologie kan bieden. Daarop wil ik hier terugkomen, maar ik beloof het b-woord niet te gebruiken.

Blockchain is een populair onderwerp op sociale en traditionele media. Het voorkomt ruis, misverstanden en fraude, en zorgt over de hele administratieve keten voor transparantie. Onderzoeksbureau Gartner stelt dat “de blockchain is hoog in de hype en bevindt zich op het hoogtepunt van alle verwachtingen” en het “gaat de wereld op grote schaal veranderen”. Dat klinkt prachtig, maar is het ook waar?

Wat is blockchain?

Een blockchain is één gedistribueerde database die over meerdere computers (nodes) verspreid is opgeslagen en wordt bijgehouden. Het is een groeiende lijst van data-items, zoals geld, spaarpunten of contracten, die beschermd zijn tegen manipulatie en vervalsing. Zelfs de beheerder van de nodes kan deze gegevens niet vervalsen. Binnen dit gedistribueerde systeem vindt uitwisseling en verificatie van gegevens plaats tussen de vele nodes.

Nadelen van blockchain

Op papier en voor cryptovaluta functioneert de blokchaintechnologie ‘perfect’, maar in de praktijk zijn er nogal wat nadelen.

Het energieverbruik is extreem hoog, doordat elke transactie door een grote hoeveelheid computers moet worden gevalideerd. Vanwege het open-source karakter en de grote hoeveelheid data die voor altijd geregistreerd staan, groeit het block-chainnetwerk exponentieel. Het versturen van een ethereum, een alternatief voor het b-woord,  kost per transactie evenveel energie als anderhalf huishouden per dag. Dat is ongeveer vijfduizend keer duurder als een transactie met Visa. Een niet echt milieuvriendelijke oplossing dus.

Over vriendelijk gesproken. Voor technisch georiënteerden onder ons zal het allemaal wel te begrijpen zijn, maar voor de meeste mensen kenmerkt de blockchain-technologie zich niet door gebruiksvriendelijkheid. Met name de snelheid behoeft verbetering.

Voor de anarchisten onder de blockchainliefhebbers zal het een voordeel zijn, maar er is een groot probleem met de ontbrekende governance. Transacties kunnen worden afgesloten, maar er is geen toezichthouder die er voor kan zorgen dat ze ook worden afgedwongen. Dit wordt mede veroorzaakt omdat de identiteit van de betrokkenen niet is vast te stellen. In de meeste gevallen zijn de namen van betrokken partijen namelijk niet zichtbaar. Zou dat wel het geval zijn, dan is er een ander probleem: de ongewenste transparantie op transactieniveau. Alles is voor alle betrokkenen zichtbaar, en nog erger: het kan niet verwijderd worden. In het kader van de AVG is dat laatste wel een issue.

Niet doen dus, die blockchain?

Nee, dat gaat me te ver. Problemen zijn er om op te lossen en de ontwikkelingen gaan snel. Op allerlei gebieden worden experimenten uitgevoerd. Bij de gemeente Haarlem is een ‘proof of concept’ ontwikkeld voor het verifiëren van waardepapieren via een publiek blockchainnetwerk. De gebruikte technologie kan verifiëren dat informatie die wordt uitgewisseld correct is en niet kan worden gemanipuleerd.   

Als de echtheid van digitaal verstrekte documenten gewaarborgd is, hoeven mensen niet meer naar het gemeentehuis voor bijvoorbeeld een aanvraag voor een woning bij de woningbouwvereniging. Ook andere innovaties zijn mogelijk. De in Haarlem gebruikte  technologie neemt bovendien een aantal van de genoemde nadelen weg, zoals het energieverbruik  en de lage transactiesnelheid.

De blockchaintechnologie is (nog) geen wondermiddel, daarvoor zijn er te veel onopgeloste problemen. Anderzijds gaan de ontwikkelingen snel en biedt de technologie grote voordelen. Ik blijf het in ieder geval positief kritisch volgen. B-woord of geen b-woord.

John Greijmans

juni 7th, 2018 · by John · Weblog NL

Het is iets wat je probeert te vermijden, maar het komt toch regelmatig voor: een arbeidsconflict. Ook mij is het helaas een aantal keren overkomen. Een arbeidsconflict is vervelend voor alle betrokkenen en moet daarom snel worden opgelost. Daarbij hoort de werkgever, meestal in de persoon van de direct leidinggevende het voortouw te nemen. Dat is misschien lastig, maar het hoort bij goed werkgeverschap en is onderdeel van je functie als leidinggevende. Dertig jaar ervaring heeft mij, met vallen en opstaan, een aantal zaken geleerd. Deze wil ik graag met jullie delen.

Wacht niet tot de bom barst

Zie de feiten zo snel mogelijk onder ogen. Als je merkt dat er spanningen zijn tussen medewerkers, mag je wel even wachten voordat je ingrijpt, maar ga er nooit vanuit dat het in alle gevallen vanzelf zal verdwijnen. Een onopgelost conflict blijft namelijk sluimeren totdat de bom barst. Niet alleen de “kemphanen” hebben last van het conflict; het hele team heeft te kampen met de stress die het oplevert. Handel daarom snel voordat er twee kampen ontstaan binnen je organisatie.

Onderhandel en communiceer

Breng de partijen bij elkaar en geef ze de gelegenheid het verhaal vanuit hun kant toe te lichten. Zeg daarbij nadrukkelijk dat het conflict alleen kan worden opgelost door te communiceren en te onderhandelen. Het probleem midden op de werkvloer uitpraten heeft geen zin; neem de partijen apart en spreek achter gesloten deuren. Maak duidelijk dat het gesprek maar één doel heeft: een oplossing vinden voor het conflict. Luister en blijf objectief en zeg vooraf dat je geen van beide kanten kiest.

Breng het probleem in kaart

Stel vragen om achter de exacte reden van het conflict te komen. Benoem de belangrijkste problemen en vertel hoe ze van invloed zijn op de individuele prestaties, hoe ze de dienstverlening verstoren en daardoor de relaties met klanten beschadigen. Zorg dat iedereen het eens is met de aard van het probleem, voordat je op zoek gaat naar een oplossing.

Zoek naar een oplossing

Het kan zijn dat het probleem niet werk gerelateerd is, maar het gevolg van conflicterende persoonlijkheden. Maak dan duidelijk dat een werk gerelateerd conflict nog te aanvaarden is, maar dat ruzie op basis van persoonlijkheden onprofessioneel is en niet wordt getolereerd. Het kan zijn dat iemand het gevoel heeft -en uit- dat hij bij een oplossing als winnaar uit de bus komt. De kans is groot dat de andere partij dan ontevreden blijft, en er een nieuw conflict kan ontstaan. Richt je daarom op oplossingen waarmee beide partijen tevreden zijn. Vraag ze bijvoorbeeld mogelijke oplossingen aan te bieden en hoe ze zich persoonlijk daarvoor zullen inzetten.

Los het conflict op

Nadat mogelijke oplossingen zijn besproken, moet er worden besloten welke oplossing het beste is voor iedereen. Zet deze op papier en zorg dat beide partijen het met die oplossing eens zijn. Spreek momenten af waarop je gezamenlijk controleert of de uitkomst wordt nageleefd. Houd regelmatig in de gaten of het goed blijft gaan, en spreek je waardering uit als je ziet dat dit het geval is. En dan is het wachten op een volgend andersoortig conflict met andere partijen…

John Greijmans

« Older Entries