Archive for the ‘Weblog NL’ Category

mei 11th, 2018 · by John · Weblog NL

In 2016 heb ik een aantal kritische blogs over de Autoriteit Financiële Markten (AFM) geschreven. Zo hekelde ik het feit dat de AFM individuele medewerkers in een organisatie dwingt zich aan de geldende wet- en regelgeving te houden en het klantbelang centraal te stellen, maar weigert deze medewerkers te ondersteunen als dat tot een conflict met het management van die organisatie leidt.

Nu schrijf ik wederom over de AFM, maar dan in positieve zin. Wat las ik namelijk in een artikel in het NRC van 12 april 2018? De AFM stelt dat: “de tijd is rijp voor aanpak cryptomunten en digitale beursgangen”, en even verder “toezichthouder volhardt in kritiek op digitale ‘beursgangen’”.

In recente blogs heb ik duidelijk gemaakt dat ik niets van de bitcoin en andere cryptovaluta moet hebben. Zo schreef ik op 9 februari 2018: “je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is [..] wat de gek er voor geeft. En op 13 maart van dit jaar: “Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.”

En nu pleit de AFM dat er snel Europese afspraken moeten komen over de regels rondom cryptovaluta en digitale  ‘beursgangen’. Deze oproep volgt op twee waarschuwingen. In juni 2017 wees de toezichthouder op de grote risico’s van beleggen in virtuele valuta, en in november van dat jaar waarschuwde zij over oplichting en manipulatie bij Initial Coin Offerings (ICO’s), een alternatief voor een traditionele beursgang. Bij een ICO geeft een bedrijf digitale ‘tokens’ uit (bewijzen van deelname), die dan kunnen worden gekocht en verhandeld door ‘investeerders’.

De waarde van de bitcoin steeg in 2017 van 900 dollar naar bijna 19.000 dollar en staat nu op minder dan 7.000 dollar. Er zijn dus mensen die aardig wat geld hebben verloren. In het echt als ze in december gekocht en later verkocht hebben, en virtueel als ze nog niet verkocht hebben, in de hoogstwaarschijnlijk ijdele hoop dat de prijs wel weer omhoog zou gaan.

Cryptomunten als bitcoin  waren oorspronkelijk bedoeld als betaalmiddel, maar daarvoor zijn ze in de praktijk te duur en te langzaam. Daarna zijn ze geëvolueerd naar een speculatieve belegging. “Investeerders lopen een zeer hoge kans op verlies van hun volledige inleg” zegt ook de AFM. ICO’s baren de toezichthouder al helemaal zorgen: de “anonimiteit leidt tot veel problemen. Crimineel gedrag, terrorismefinanciering [en] witwassen.

Wellicht enigszins megalomaan om me op gelijke voet te stellen met de AFM, maar als wij beiden het met elkaar eens zijn, dan moet het toch waar zijn: de bitcoin is niets waard.

John Greijmans

mei 3rd, 2018 · by John · Weblog NL

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geldt vanaf 25 mei, en schrijft voor dat je duidelijk maakt welke persoonsgegevens je verwerkt, hoe je daarmee omgaat en welke maatregelen je neemt om die gegevens te beschermen. Persoonsgegevens zijn gegevens over natuurlijke personen, of gegevens die herleidbaar zijn naar natuurlijke personen

Concreet, moet je kunnen aantonen en dus vastleggen hoe je aan onderstaande eisen voldoet:

  • Gegevensbeperking: alleen noodzakelijke persoonsgegevens mogen worden verzameld
  • Transparantie: de persoon van wie gegevens worden verwerkt, is daarvan op de hoogte, heeft daarvoor toestemming gegeven en kent zijn rechten
  • Doelbeperking: persoonsgegevens mogen alleen voor een wettelijk toegestaan doel worden verwerkt en niet voor andere zaken worden gebruikt
  • Juistheid: persoonsgegevens moeten juist zijn en blijven
  • Bewaarbeperking: persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig
  • Integriteit en vertrouwelijkheid: persoonsgegevens moeten worden beschermd tegen toegang door onbevoegden, verlies of vernietiging.

 

Wat hoef je wanneer niet te doen?

Middelgrote en kleine ondernemingen, met kleinschalige verwerking van gegevens, en niet werkzaam uit sectoren met gevoelige informatie (financiële dienstverlening, zorg, onderwijs, maatschappelijke hulp- en dienstverlening of charitatieve instellingen): 
o   Hoeven geen DPO (data protection officer) aan te stellen
o   Zijn vrijgesteld van het bijhouden van een logboek
o   Hoeven geen PIA (privacy impact assessment) uit te voeren

Je hoeft geen FG (functionaris voor gegevensbescherming) aan te stellen als je van minder dan 5.000 personen de gegevens bewaart, tenzij het gevoelige gegevens betreft, zoals medische gegevens, ras, seksuele voorkeur, politieke opvatting, geloofsovertuiging of strafrechtelijk verleden. Ook financiële gegevens, bankrekeningnummers en gegevens over kredietwaardigheid, of fraudegevoelige- of identiteitsgegevens (BSN-nummers) zijn gevoelig en kunnen, eventueel tezamen met andere persoonsgegevens, worden gekwalificeerd als ‘bijzonder’.
Als je een ‘eenpitter’ bent en wel bijzondere gevens bijhoudt, zoals individuele artsen of advocaten, zal je waarschijnlijk door de Autoriteit Persoons AP niet worden gezien als een grootschalige verwerker en geldt bovenstaande niet.

 

Wat moet je wel doen?

Je moet je datastromen vastleggen, verwerkingsovereenkomsten vaststellen, een privacy-statement maken en je medewerkers goed informeren. Daarnaast moet je voorbereid zijn als het dan toch onverhoopt misgaat. Wat dat allemaal inhoudt, verklaar ik hieronder.

 

1. Datastromen vastleggen

Iedere organisatie verwerkt gegevens van personen, al is het maar naam en e-mailadres. Het verwerken van deze gegevens is een datastroom, en de AVG schrijft voor dat je deze datastromen in kaart brengt:

  • Je moet weten welke persoonsgegevens je opslaat
  • Je moet weten bij welke externe partijen je gegevens onderbrengt
  • Je moet het gebruik van data kunnen verantwoorden

Alle procedres met betrekking tot het opslaan en gebruik van data, moeten worden vastgelegd. Daarmee kun je aantonen dat: je daadwerkelijk toestemming hebt verworven, data niet langer worden bewaard dan nodig en data niet op andere wijze wordt gebruikt als afgesproken

Datastromen leg je vast door een overzicht te maken van de verwerking van persoonsgegevens (data flowchart). Daar staat in:

  • wie of wat de bron is van de datastroom
  • hoe je deze data verkrijgt
  • wie toegang heeft tot de data
  • wat de beveiligingsmaatregelen zijn
  •  waar de data naartoe gaan

 

2. Verwerkingsovereenkomst vaststellen

Verwerkingsovereenkomsten zijn afspraken die je maakt met externe partijen die voor jou gegevens verwerken. Daarin leg je vast hoe zij met die gegevens moeten omgaan.

  • Waarom verwerken ze die gegevens, wat mogen ze ermee doen en welke middelen gebruiken ze daarvoor?
  •  Afspraken over de beveiliging van de gegevens. Leg vast dat zij er op een verantwoorde manier mee omgaan en ze niet gebruiken voor zaken waar jij geen opdracht voor gegeven hebt.

 

3. Privacy-statement maken

Je bent verplicht mensen van wie je gegevens opslaat (betrokkenen) te informeren. Je moet ze laten weten wat je met hun data doet, waarom je die hebt opgeslagen en waar ze naartoe kunnen als ze het hier niet mee eens zijn. Dit doe je in een privacy-statement. Dit bevat minimaal:

  • Identiteit van je organisatie
  • Contactgegevens
  • Het doel en de juridische basis van de verwerking
  • De bewaartermijn van de gegevens die je opslaat
  • De rechten van de betrokkenen
  • Het recht om toestemming voor de verwerking van gegevens in te trekken
  • Het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthouder
  • Welke derde partijen voor jou gegevens verwerken

 

4. Medewerkers informeren

Datalekken worden bestraft als blijkt dat je onvoldoende voorzorgsmaatregelen hebt genomen. Informeer daarom je eigen medewerkers, want de meeste datalekken gebeuren door menselijk handelen. Kweek databewustzijn bij de mensen in je organisatie. Stel een plan op waarin je hen erop wijst voorzichtig om te gaan met persoonsgegevens. Deel de handleiding die vertelt wat te doen als het onverhoopt een keer misgaat.

 

5. Als het dan toch misgaat

Wat als het misgaat en klantgegevens op straat liggen? Er is sprake van een datalek als er bijvoorbeeld  een USB-stick is kwijtgeraakt, een laptop is gestolen of een inbraak door een hacker is geweest waar persoonsgegevens op stonden.

Een simpel ‘sorry’ voldoet in ieder geval niet. Je moet open communiceren met de persoon wiens gegevens zijn gelekt en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Maak daarom een draaiboek voor de meldplicht datalekken en documenteer alle datalekken.

 

John Greijmans

 

april 16th, 2018 · by John · Weblog NL

Het lijkt een simpele vraag: waarom betalen we rente? Maar er worden al meer dan tweeduizend jaar forse discussies over gevoerd. Twee grote filosofen, Aristoteles en Aquinas, waren bijvoorbeeld faliekant tegen het heffen en betalen van rente. En toch doen we het bijna allemaal. Reden om maar eens in meer detail naar rente te kijken.  

Wat is rente?

Rente is de vergoeding die je ontvangt voor het uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent. Rente heeft twee kenmerken: (1) het is periodiek verschuldigd en (2) het wordt berekend als een jaarlijks percentage. Overigens kan het zijn dat de rente niet expliciet wordt genoemd bij het aangaan van een lening. Zo kun je overeenkomen om nu €100,- te lenen en over twee jaar €121,- terug te betalen. Impliciet betekent dit echter 10% rente per jaar.  

Aristoteles en Aquinas

Aristoteles (384-322 voor onze jaartelling) was een Grieks filosoof en een van de invloedrijkste filosofen in de westerse traditie. Hij veroordeelde het lenen van geld tegen rente als ‘onnatuurlijk’. Geld is ‘onvruchtbaar’ en kan zelf geen rijkdom vergroten. 

Aquinas (1225-1274) was een Italiaanse theoloog en een invloedrijke denker op wijsgerig gebied. Ook hij was tegenstander van rente. Volgens hem was het woeker, voortvloeiend uit hebzucht en leidend tot uitbuiting van de persoon die de lening nodig had. Het verkopen of kopen van iets voor meer of minder dan het waard was, was volgens hem een zonde. 

Zowel Aristoteles als Aquinas zagen de voordelen van geld en een geldeconomie. Geld vergemakkelijkt het ruilen en leidt daardoor tot een hogere productiviteit en economische groei. Maar rente was een ‘no go area’. Wat opvalt in hun argumentatie is dat deze sterk normatief gekleurd is. Aristoteles stelt dat het onnatuurlijk is omdat “geld geen kinderen kan krijgen”, en Aquinas stelt dat het “zondig” is om rente te rekenen.  

Waarom betalen en ontvangen we dan toch rente?

Met de normatieve redenering van Aristoteles en Aquinas kun je het, afhankelijk van je (religieuze) overtuiging eens of oneens zijn. Maar wat zijn de rationele argumenten voor rente? 

Stel ik wil van een van de lezers €100,- lenen en over een jaar terugbetalen. De lezer heeft dat geld, en hij heeft het niet zelf nodig. Waarom zou hij daarvoor dan rente moeten ontvangen? Het antwoord daarop is dat het lenen van geld kosten met zich meebrengt, en om die kosten te dekken is een vergoeding op zijn plaats.  

Wat zijn die kosten dan? In de eerste plaats is er het risico dat ik het geld over een jaar niet kan terugbetalen. Wellicht is de kans niet groot, maar als het gebeurt, is hij de €100,- kwijt. Daarnaast bestaat er het risico van inflatie: als de prijzen gemiddeld stijgen dan is  de koopkracht van het geleende geld na een jaar minder dan €100,-. Tot slot heeft de lezer het geld nu niet nodig, maar hij zou er wel wat mee kunnen doen. Hij ziet dus af van onmiddellijke consumptie. In de economie wordt dit met opportuniteitskosten aangeduid. Het is dus niet vreemd dat de lezer als vergoeding van het dragen van kosten rente vraagt.

En ik dan? Ik heb het geld nodig, en ik zal dus de kosten van de rente die ik moet betalen aan de lezer afwegen tegen de voordelen die het me biedt om het geld nu uit te geven en over een jaar terug te betalen. 

John Greijmans

april 8th, 2018 · by John · Weblog NL

Meer en meer omvat moderne informatietechnologie ons leven. Neem e-mail. Vanaf het moment dat je wakker wordt, lijkt het wel of je inbox je toeroept om te kijken welke nieuwe berichten nu weer binnen zijn gekomen. En jij, net als de meeste anderen ons, geeft toe en opent het eerste e-mail, en daarna volgen nog vele anderen. Ons brein haat onzekerheid. Daarom willen we graag weten wat er is gebeurd en zijn we bang iets te missen. Maar na 30 of 40 e-mails te hebben verwerkt raakt je geest uitgeput en hou je nauwelijks tijd over om andere, meer zinvolle dingen te doen.

Ons vermogen om beslissingen te nemen is ontstaan in een tijd waarin mensen veel minder over veel minder complexe zaken moesten nadenken. Dat vermogen is niet in gelijke mate mee-geëvolueerd met de ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie en sociale media. We kunnen dus niet alles bijhouden en we zouden het daarom ook niet moeten proberen. Maar hoe managen we de continue stroom van e-mailberichten dan? 

Krijg je e-mail onder controle

Ga op een geheel andere manier met e-mail om. Begin bijvoorbeeld je dag niet meer met e-mail, en stel je e-mail-app zo in dat er niet automatisch e-mail wordt gedownload. Schakel in ieder geval de “you’ve got mail”-melding uit. Bepaal zelf het tijdstip waarop je je e-mails gaat verwerken. Dat is bij voorkeur later op de dag als je al hersenkracht voor andere belangrijkere zaken hebt gebruikt. 

Zorg dat je collega’s en vrienden weten hoe jij je e-mail wilt gebruiken. E-mails moeten kort en bondig zijn en alleen worden gebruikt als een persoonlijk of telefonisch gesprek geen optie is. Hoe eenvoudiger communicatie is, hoe waarschijnlijker het is dat de berichten het gewenste effect hebben op de geadresseerden. 

Het kan zijn dat je tegen het equivalent van een faillissement aanloopt: je bent volledig ondergesneeuwd door e-mail en hebt geen tijd om alles op te ruimen. Harde maatregelen zijn dan noodzakelijk: veeg je inbox schoon, gooi alles weg en begin met een schone lei. Het is drastisch, maar het werkt. Natuurlijk gooi je dan ook belangrijke documenten weg, maar er zijn genoeg vriendelijke mensen die je een reminder sturen als je niet reageert, dus dat komt wel goed. 

Geef je prioriteiten prioriteit

Begin met het stellen van duidelijke doelen. We hebben allemaal de neiging dat te doen – we willen immers allemaal iets bereiken –, maar we vergeten die doelen ook weer snel. Door doelstellingen op te schrijven verhoog je de kans dat ze worden bereikt. Prioritering is een van de meest energieverslindende processen in de hersenen. Dat betekent dat het beste kunt doen als je geest fris en uitgerust is. Reserveer daarom tijd om je gedachten te ordenen.  

De Eisenhower-matrix is een veelgebruikt model binnen timemanagement. De matrix bestaat uit vier kwadranten: belangrijk / urgent, belangrijk / niet urgent, niet belangrijk / urgent en niet belangrijk / niet urgent. Door te bepalen binnen welk kwadrant een e-mail of taak valt wordt tegelijkertijd de prioriteit gesteld, en kun je beslissen taken over te dragen of te delegeren dan wel het onmiddellijk te doen of in een planning op te nemen.  

E-mail, en overigens ook alle vergelijkbare berichtenverspreiders als whatsapp, is een groot en belangrijk goed. Maar zorg dat het je niet overvleugelt. Jij bent immers de baas en je bepaalt je eigen doelstellingen, en het ligt niet voor de hand om “e-mail lezen” als belangrijkste doel in je leven te benoemen. 

John Greijmans

maart 13th, 2018 · by John · Weblog NL

In mijn vorige blog over bitcoins schreef ik dat in het verleden edelmetalen als geld werden gebruikt, net zo als sommigen onder ons nu denken dat de bitcoin als geld gebruikt kan worden. Deze week wil ik een andere overeenkomst tussen zilver en bitcoins behandelen, en ook daarvoor moet ik terug in de geschiedenis.

Piet Hein en de Zilvervloot

Vanaf de vijftiende eeuw veroverden Spaanse conquistadores een groot deel van Zuid-Amerika. Officieel om het christendom te verspreiden, maar in werkelijkheid ging het de Spanjaarden vooral om de grote hoeveelheden zilver en andere kostbaarheden die er te roven waren. Dat zilver werd in grote hoeveelheden naar Spanje vervoerd. En passant zorgde onze nationale zeeheld Piet Hein er ook voor dat een deel naar de Republiek der Verenigde Nederlanden werd getransporteerd: de beroemde Zilvervloot. Spaanse matten zijn namelijk niet om op te slapen, maar zijn zilveren munten.

Wat gebeurde er met dat zilver?

De toestroom van zilver zorgde echter voor inflatie. Een voorbeeld om dat duidelijk te maken. Stel je hebt een economie met één aanbieder van koek die twintig euro kost en twee vragers met elk een inkomen van tien euro. Deze willen en kunnen dus elk een halve koek kopen. Dan worden de inkomsten verhoogt tot twintig euro. Beide vragers willen nu een hele koek kopen. Dat is echter niet mogelijk, want er is maar één koek.  De aanbieder is slim en verhoogt dan de prijs naar veertig euro. Ondanks een honderd procent verhoging van de inkomsten kunnen de vragers elk nog steeds maar een halve koek kopen.

Ook in het Spanje van de zestiende eeuw werd de vraag veel groter dan het aanbod en stegen de prijzen. Hierdoor kon de Spaanse economie niet meer concurreren met andere landen, en gebruikten zij het geroofde zilver om goedkopere producten in het buitenland te kopen. Een geweldloze manier om zilver naar onder andere Nederland te krijgen, daar kon Piet Hein nog wat van leren.

En wat heeft dat nu met de bitcoin te maken?

In mijn vorige blog was ik terecht negatief over de bitcoin, maar een positief punt is dat deze cryptovaluta een ingebouwde beveiliging tegen inflatie heeft. Om bitcoins te maken, moet een computer namelijk heel complexe langdurige calculaties maken. Dit beperkt dus een snelle instroom van nieuwe bitcoins. Een nadeel daarvan is wel dat het rekenen gigantisch veel energie kost, als gevolg waarvan hele bossen verdwijnen. Een ander nadeel is dat de ingebouwde beveiliging kan worden omzeild.

Afgelopen maand probeerde iemand de supercomputer van een Russische kerncentrale te hacken. Dat is niet gelukt, maar het is wachten op de keer of keren dat dat wel lukt. In hetzelfde artikel werd vermeld dat een Russische miljonair twee kerncentrales met supercomputers had gekocht om bitcoins te kunnen maken. Daarnaast, praat ik telkens over de bitcoin, maar er zijn nog vele andere cryptovaluta: ethereum, ripple, litecoin en nog honderden andere. We worden dus letterlijk overspoeld door deze valuta. De zilvervloot is er niets bij.

Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.

John Greijmans

februari 26th, 2018 · by John · Weblog NL

Nee, deze blog gaat niet over hoe de afdeling Finance er in de toekomst uit zou kunnen zien. Hier wil ik laten zien hoe Finance met die toekomst zou moeten omgaan. Historisch zijn financiële afdelingen vooral gericht op het achteraf verantwoording afleggen van hetgeen in het verleden is gebeurd. Dit is echter een heel erg beperkte, en gelukkig verouderde taakopvatting.

Vergelijk het met het besturen van een auto, dan kijk je ook niet alleen in de achteruitkijkspiegel. Sterker nog een groot deel van je tijd besteed je aan het vooruitkijken naar wat verder op de weg gebeurt. Zo zou Finance het ook moeten doen: vooruitkijken! Of met andere woorden proberen te voorspellen wat de toekomst gaat brengen. Als je namelijk weet wat er gaat gebeuren kun je op tijd maatregelen treffen om nadelige gevolgen daarvan op te vangen.

‘Voorspellen is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat’, aldus de historicus A.J.P. Taylor. Dit neemt echter niet weg dat ‘waarzeggen’ belangrijk is en gedaan moet worden. Twee belangrijk hulpmiddelen daarbij zijn: het gebruik van niet-financiële gegevens en het bouwen en doorrekenen van financiële modellen.

Niet-financiële gegevens

Financiële gegevens die betrekking hebben op het verleden zijn voor mensen relatief eenvoudig te begrijpen. Omzet is bijvoorbeeld het geld wat een onderneming binnen heeft gekregen, of in ieder geval binnen gaat krijgen. Omzet in de toekomst is echter lastig te bevatten. Een voorspelling is juist daarom moeilijk omdat er zoveel factoren een rol spelen bij het tot stand komen van de omzet.

Als het financiële gegevens zijn lijkt voorspellen nog wel te doen. De prijs bepaalt het bedrijf toch zelf? Als de onderneming een monopolist ja! Maar helaas zijn er maar weinig bedrijven de enige aanbieder op de markt, en dan is ook de prijs van een groot aantal factoren afhankelijk. Veel van die factoren, en uiteindelijk alle, hebben een niet-financieel karakter. Het is dus zaak inzicht te krijgen in de relatie tussen financiële en niet-financiële gegevens.

De omzet wordt bijvoorbeeld bepaald door prijs en hoeveelheid. De prijs is financieel maar wordt beïnvloed door de situatie en ontwikkelingen op de markt. Te denken valt daarbij aan gedrag en omvang van de concurrentie, maar ook aan richtlijnen van de overheid, zoals het btw-percentage. Bepalende factoren bij het voorspellen van de hoeveelheid of afzet, zijn dan bijvoorbeeld het aantal klanten, demografische ontwikkelingen en macro-economische groei. Met een middag brainstormen kom je een heel eind bij het vinden van de relevante factoren.

Financieel model

Een financieel model legt een kwantitatieve relatie tussen financiële en niet-financiële gegevens, waardoor het mogelijk wordt die financiële gegevens te berekenen. Hoe eenvoudig dit nu moge klinken, het was voor velen een verassing te zien, dat financiële cijfers niet meer uit de boekhouding kwamen, maar uit een financieel model. En dan hadden ze ook nog betrekking op de toekomst.

Nu is het bouwen van een model niet gemakkelijk. Maar als je het eenmaal hebt, dan hoef je alleen maar de waarde van een aantal niet-financiële indicatoren in te geven en je weet wat omzet, winst en het rendement worden. Dat maakt voorspellen een stuk gemakkelijker. Daarnaast kan het model ook worden gebruikt om alternatieve scenario’s door te rekenen (stel de Brexit gaat niet door?) of sensitiviteitsanalyses uit te voeren (wat is de invloed op de winst, bij een één en twee procentpunt hogere economische groei?). Zo kan op elk gewenst moment naar de toekomst worden gekeken en op tijd worden bijgestuurd om de prestaties in die toekomst te verbeteren.

John Greijmans

februari 9th, 2018 · by John · Weblog NL

Op diverse plekken kom ik mensen tegen die graag spreken over bitcoins en hoeveel geld je er wel niet mee kunt verdienen. Ik ga nooit op deze gesprekken in. Hooguit maak ik een opmerking over het feit dat we vroeger in de zeventiende eeuw tulpenbollen hadden en dat daar ook mensen heel rijk van zijn geworden… Maar mensen kunnen heel vasthoudend zijn, want ze kennen allemaal iemand die er heel veel geld mee heeft verdiend.

Laat ik het daarom maar eens een keer heel duidelijk stellen: ik geloof niet in bitcoins, noch in enige andere cryptomunt, en ik verklaar iedereen voor gek die daar geld in steekt. Waarop baseer ik deze boude bewering?

 

Waarom hebben we eigenlijk geld?

In het verre verleden is geld ontstaan als ruilmiddel voor handelsdoeleinden. Ruilhandel heeft namelijk één groot nadeel: een transactie is alleen mogelijk tussen producenten die een wederzijds voordeel hebben bij elkaars product. Ik heb een kuipje margarine en dat wil ik ruilen tegen een potje pindakaas. Dan moet ik dus iemand gaan zoeken die één potje pindakaas wil ruilen tegen één kuipje margarine, en dat kan heel lang duren. Geld maakt het mogelijk eerst margarine te verkopen aan iemand die dat nodig heeft, en dan met dat geld pindakaas te kopen van iemand die dat in de aanbieding heeft.

Geld is dus een goed ruilmiddel, of beter gezegd een betaalmiddel. Daarnaast heeft geld nog twee andere functies. Het is een waarde-middel voor de toekomst; we kunnen geld sparen om er later iets duurs van aan te schaffen. En geld is ook een rekeneenheid; het laat zich makkelijk tellen en biedt de mogelijkheid om aan allerlei zaken een waarde toe te kennen.

 

Wat is een bitcoin eigenlijk?

Ooit bestond geld uitsluitend uit muntgeld. Aan die munten werd een waarde toegekend doordat ze een bepaald gewicht aan goud of zilver bevatten. Die edelmetalen stonden dus garant voor de waarde van de munten.

Met de toename van de handel, nam ook de behoefte aan geld als ruilmiddel toe. Banken startten daarom met het uitgeven van bankbiljetten. In tegenstelling tot munten hebben biljetten echter nauwelijks een intrinsieke waarde; oud papier brengt namelijk niet al te veel op. De waarde van deze biljetten  wordt daarom gegarandeerd door de overheid. Je weet dus wat een euro waard is, en wat je er voor kunt kopen in Nederland, vandaag en morgen.

Cryptovaluta als de bitcoin zijn te vergelijken met bankbiljetten, in die zin dat ze geen intrinsieke waarde hebben. Er is echter één fundamenteel verschil: in tegenstelling tot bankbiljetten wordt de waarde van de bitcoin door niemand gegarandeerd. Vandaag kun je er wellicht tienduizend euro voor krijgen, maar morgen misschien helemaal niets.

 

Is de bitcoin eigenlijk wel geld?

Geld heeft zoals gezegd drie functies: betaalmiddel, waarde-middel en rekeneenheid. In principe kun je met een bitcoin betalen, met name in het criminele circuit wordt dat dan ook veel gedaan. Maar zolang ik bij de dealer op de hoek geen volkswagenpolo kan kopen voor één bitcoin, zou ik het geen echt betaalmiddel willen noemen.

Een waarde-middel is de bitcoin wel. Je kunt ze sparen en er zelfs rijk van worden. Daarover later. Een rekeneenheid is het in beginsel ook. Probleem is echter dat de waarde bitcoin nogal fluctueert; gisteren was een polo nog één bitcoin waard, maar vandaag alweer drie. Dus ja, een bitcoin is geld, maar vervult die functie niet al te best.

 

Maar je kun toch rijk worden met bitcoins?

Je kunt inderdaad rijk worden. Dat gaat zelfs relatief eenvoudig. Je hoeft alleen maar het “find te next fool” principe toe te passen. Dat gaat als volgt. Je koopt een euro van iemand voor zeg duizend euro. Dan ga je iemand zoeken die zo gek is daar meer voor te geven. Als dat lukt verkoop je die bitcoin voor bijvoorbeeld twaalfhonderd euro en heb je twintig procent winst gemaakt. Vind je die volgende gek echter niet, dan maak je honderd procent verlies.

Dus ja, je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is inderdaad wat de gek er voor geeft.

 

John Greijmans

januari 5th, 2017 · by John · Weblog NL

Eind vorig jaar schreef ik twee blogs over de zorg in Nederland. Begin november publiceerde ik “Het is geen marktwerking, het is geen zorg!”. Mijn conclusie was dat er, in tegenstelling tot de heersende mening, geen sprake is van marktwerking in de zorg. De zorg in Nederland heeft het karakter van een planeconomie: zorgverzekeraars leggen ziekenhuizen een bindend budget op. Blijven ziekenhuizen daar binnen, dan krijgen ze minder geld. Komen ze er boven, dan moeten ze gratis werken.

Twee weken later liet ik in “Meer, niet Minder Marktwerking in de Zorg!” zien hoe marktwerking in er wel uit zou kunnen zien. Zorgverzekeraars zien alle prijzen en kunnen daardoor tarieven vergelijken, en verklaringen vragen. Daarnaast kunnen ze kwaliteitseisen definiëren, kwaliteits-handboeken publiceren en kwaliteitsaudits houden. Kunnen prijzen niet afdoende worden verklaard of voldoen zorgaanbieders niet aan de kwaliteitseisen, dan worden ze van de lijst met preferred suppliers gehaald en krijgen ze geen business meer. Feitelijk komt dit neer op onvrijwillige uittreding. De positie van de patiënt wordt daardoor versterkt.

Toegegeven, mijn voorstel was zeker nog niet ideaal, maar het liet in ieder geval meer marktwerking zien dan simpelweg budgetten opleggen. Althans, dat dacht ik. Maar na het lezen van wat berichten over zorgverzekeraars sloeg bij mij de twijfel toe. Wat is er aan de hand?

De keuzevrijheid van de klant wordt beperkt,

Voor wat betreft de basispolis is de situatie simpel: wettelijk is vastgelegd dat die voor iedereen hetzelfde is. De premies van de basispolissen lijken relatief gemakkelijk te vergelijken, maar kunnen qua dekking enorm verschillen. Veel verzekeringsconcerns hebben prijsvechters in de markt gezet. Achmea opereert bijvoorbeeld onder de naam ZieZo. Deze prijsvechters bieden een goedkope budgetpolis waarbij verzekerden vaak niet naar een academisch ziekenhuis kunnen.

Vergelijking op tarief lijkt gemakkelijk, maar de vraag is of je wel appels met appels vergelijkt? Aan de keuzevrijheid rond de basispolis hangen allerlei voorwaarden en prijskaartjes. Maar bij aanvullende polissen, waarvan de inhoud niet wettelijk is bepaald, is vergelijken is nauwelijks mogelijk.

en de voorwaarden zijn niet transparant

Zo lijkt Ditzo (ASR) de goedkoopste vrije-keuzepolis te hebben, maar daar geldt de keuze alleen voor ziekenhuizen; voor fysiotherapeuten en psychologen is die er niet. Kleine letters creëren een groot gebrek aan transparantie: de voorwaarden omvatten vaak meer dan 150 pagina’s. In mijn blog van 7 november 2016 wees ik al op het feit dat doordat de verzekeraars een maximaal bedrag aan zorg inkopen, het budget daarom in de loop van het jaar kan opraken. Je kiest dus een polis met daarin het door jou gewenste ziekenhuis, maar komt toch voor een gesloten deur te staan.

Een overzicht met gecontracteerde ziekenhuizen is veelal niet voorhanden. Daarnaast kan de inkoop per medische behandeling verschillen: wel orthopedie in het ene ziekenhuis, maar geen cardiologie. Daarvoor hebben verzekeraars hebben nu een keuzemenu op hun site. Vul je aandoening, je postcode en je zorgpolis in, en je weet naar welk ziekenhuis je mag gaan.

Maar we hebben toch prijsvergelijkers?

Prijsvergelijkingssites geven inderdaad een betere indruk van de verschillen tussen polissen. Maar het blijft een indruk. Deze sites krijgen namelijk provisie van de verzekeraar en het is niet altijd helder welke overwegingen meespelen bij de online-adviezen. Zo vergelijkt Zorgkiezer standaard alle polissen op prijs, maar Independer (Achmea) laat andere factoren meewegen onder de noemer ‘kwaliteit’. Hoe dat in zijn werk gaat is niet duidelijk.

De klant moet er maar op vertrouwen dat de vergelijkingssite polissen niet beter waardeert omdat de verzekeraar meer commissie betaalt. De Consumentenbond ontvangt bijvoorbeeld ruim 45 euro per overstappende klant, en verdient daar jaarlijks miljoenen mee.

Maar de klant kan toch de ‘goedkoopste’ kiezen om het bovengenoemde risico uit te sluiten? Niet bij Independer en Pricewise! Die pluggen polissen in een top-drie met de vermelding: voldoet net niet, maar is wel interessant. Pricewise vergelijkt daarnaast standaard alleen polissen waar het een contract mee heeft.

Kies je een standaard basispolis en maximaal vrije keuze, dan nog verschillen de adviezen van vergelijkingssites. Voor een man van 26 uit de Randstad met een standaard eigen risico komen Zorgkiezer en Consumentenbond tot dezelfde top-drie, maar vindt de Consumentenbond de ene polis toch weer beter passen dan de ander. Kennelijk omdat de kwaliteit van de verzekeraar beter wordt beoordeeld.

Beperkte keuzevrijheid, gebrek aan transparantie in de voorwaarden en prijsvergelijkers die onafhankelijk advies geven, maar wel worden betaald door de zorgverzekeraars. Er is nog veel te verbeteren in de zorg.

John Greijmans

november 18th, 2016 · by John · Weblog NL

De conclusie in mijn vorige blog was dat er, in tegenstelling tot de heersende mening, géén sprake is van marktwerking in de zorg. Sterker, er is sprake van een planeconomie: zorgverzekeraars leggen ziekenhuizen een bindend budget op. Blijven ziekenhuizen binnen dat budget, dan krijgen ze minder geld. Komen ze er boven, dan moeten ze gratis werken. In deze blog wil ik laten zien hoe marktwerking in de zorg er wel uit zou kunnen zien.

Hoe ziet een ideaaltypische marktwerking er uit?

Volgens de economische wetenschap is sprake van een markt van volledig vrije mededinging als er veel vragers en aanbieders zijn. Daarnaast moet er sprake zijn van volledig transparante informatie en van vrije toe- en uittreding. Hoe werkt dat? Stel de vraag naar een product stijgt, bij gelijkblijvend aanbod betekent dit dat de prijs omhoog gaat. Door die hogere prijs gaan bestaande aanbieders meer produceren en treden er nieuwe aanbieders toe tot die markt. En daardoor daalt de prijs weer. Vraag en aanbod worden dus door “een onzichtbare hand” op elkaar afgestemd.

Maar de zorgmarkt is toch niet ideaaltypisch?

Laten we de bovenstaande voorwaarden voor een ideaaltypische markt toepassen op de zorg. Als eerste, er zijn veel patiënten. Dus aan de voorwaarde van veel vragers wordt voldaan. Echter, die vraag wordt in geval van de zorg (mede) bepaald door de aanbieders. Zij zijn immers de specialisten, die kunnen beslissen wat wij als patiënten nodig hebben.

Zijn er ook veel aanbieders? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Er zijn bijvoorbeeld relatief veel huisartsen, maar die zitten bijna allemaal vol en kunnen geen nieuwe patiënten aannemen. In Nederland zijn er veel ziekenhuizen, maar ook dat is relatief. Als je in Maastricht woont, ga je niet snel naar een specialist in Groningen. Van volledig transparante informatievoorziening is eveneens geen sprake. We mogen in Nederland zelfs niet weten wat de prijzen zijn.

Tot slot kost het bouwen van een ziekenhuis veel geld en duurt een artsenstudie minimaal acht jaar, en dan praat ik nog niet eens over de numerus fixus. Van flexibel aanpassen in de vorm van vrije toe- en uittreding is dus ook geen sprake.

Hoe kunnen we dan marktwerking in de zorg introduceren?

Naast het ideaaltypische model van volledig vrije mededinging heeft de economische wetenschap ons andere, meer werkbare concepten gebracht. Een daarvan is de countervailing power theorie van John Kenneth Galbraith (1952). Countervailing power is volgens hem de tegenwerkende kracht bij economische machtsposities. Die kracht vermindert de macht van een dominante partij op de markt, die daardoor richting het ideaaltype beweegt.

Op de zorgmarkt zijn patiënten de zwakste partij omdat er én maar weinig aanbieders zijn én deze ook nog (een deel van) de vraag bepalen. Volgens de wet hebben zorgverzekeraars de plicht om te zorgen dat voldoende zorg wordt ingekocht tegen acceptabele prijzen en van voldoende kwaliteit. Zij zijn daarmee de ideale tegenkracht. Hoe kunnen ze die rol invullen?

Zorgverzekeraars betalen de rekening en zien dus alle prijzen. Zij kunnen daardoor tarieven van verschillende aanbieders vergelijken, en verklaringen vragen bij grote afwijkingen. Daarnaast zijn ze groot genoeg, om kwaliteitseisen te definiëren, kwaliteitshandboeken met best practices te publiceren en regelmatig kwaliteitsaudits te houden.

Kunnen hoge prijzen niet afdoende worden verklaard of voldoen zorgaanbieders niet aan de kwaliteitseisen, dan worden ze van de lijst met preferred suppliers gehaald en krijgen ze geen business meer. Feitelijk komt dit neer op onvrijwillige uittreding. De positie van de patiënt wordt daardoor versterkt.

Mijn voorstel is zeker nog niet ideaal, maar het laat in ieder geval meer marktwerking zien dan simpelweg budgetten opleggen.

John Greijmans

november 7th, 2016 · by John · Weblog NL

“Ik beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.” Dit is de eerste zin van de eed die alle artsen in Nederland hebben afgelegd. Maar die eed lijkt niet meer van toepassing in Nederland. Een ziekenhuis in Drachten stuurt namelijk nieuwe patiënten naar huis; in 2017 mogen ze dan weer terugkomen. Soortgelijke ontwikkelingen speelden zich ook af in Amersfoort en het Medisch Spectrum Twente. 

Een ziekenhuis dat patiënten weigert, hoe kan dat? Wellicht verassend, maar het is dit keer eens niet de schuld van de marktwerking, want er is geen sprake van de markt in de zorg! 

Maar iedereen spreekt toch over marktwerking in de zorg?

Dat klopt, maar dat betekent niet dat die markt er is. In de economie wordt een markt omschreven, als een (virtuele) plaats waar aanbieders en vragers van een product elkaar ontmoeten en waar als gevolg daarvan een prijs en transactie tot stand komt. 

De aanbieders in de zorg zijn bijvoorbeeld de ziekenhuizen en de vragers zouden dan de patiënten zijn. Maar hier lopen we al tegen een aantal problemen aan. In een normale markt betaalt de vrager de prijs. In de zorg is dat echter grotendeels de verzekeraar.  Maar het is nog complexer: de patiënten bepalen de vraag niet of nauwelijks. Dat doen de aanbieders die zowel de diagnose stellen als de therapie bepalen. 

Afnemers die niet betalen en aanbieders die de vraag bepalen. Vraag en aanbod zijn diffuse begrippen in de zorg. Maar de prijs dan? De verzekeraars betalen immers de rekening, dus er is wel sprake van een prijs dan. Ja en vooral nee!  

De zorg in Nederland heeft alle kenmerken van een planeconomie

Ziekenhuizen moeten van verzekeraars jaarlijks vooraf inschatten hoeveel zorg hun patiënten afnemen. Deze inschatting fungeert dan als een hard budget. Overschrijdt het ziekenhuis dit budget, dan krijgt het geen geld extra en zijn er twee mogelijkheden: gratis zorg verlenen of patiënten weigeren.  

Wettelijk zijn zorgverzekeraars verplicht de zorg voor verzekerden te regelen, door voldoende in te kopen en voldoende te vergoeden. Patiënten weigeren mag dus niet. Zorgverzekeraars leggen daarom ziekenhuizen de plicht op om – onbetaald – patiënten te behandelen als zij hun budget hebben overschreden. Patiënten naar huis sturen mag niet, maar gratis zorg leidt tot exploitatietekorten en zelfs faillissementen. 

Maar als er alleen over een budget gesproken wordt, waarom hebben we dan nog prijzen? Zorgverzekeraars zijn inderdaad nauwelijks  geïnteresseerd in de tarieven voor medische handelingen. Het budget is leidend, en de tarieven mogen worden bepaald door het ziekenhuis zelf. Het resultaat zijn onverklaarbaar grote prijsverschillen tussen de verschillende ziekenhuizen. 

Dus we zijn weer terug bij af?

Ondanks de stelselwijziging, in 2006  ingevoerd door Minister Hans Hoogervorst (VVD) is van marktwerking geen sprake. Minister Edith Schippers (ook VVD) wilde enkele jaren geleden de groei van de zorguitgaven afremmen en bepaalde dat de branche jaarlijks maximaal 1 procent mag groeien. De zorgsector koos voor de eenvoudigste oplossing en zette een rem op de uitgaven: ziekenhuizen moeten binnen budget blijven en desnoods gratis zorg verlenen. 

Maar eenzijdig het risico van overschrijdingen bij ziekenhuizen leggen, die dat wellicht (op termijn) niet kunnen dragen, leidt tot een patiëntenstop en wachtlijsten. Daarmee houden zorgverzekeraars zich niet aan hun wettelijke verplichting voldoende zorg in te kopen en voldoende zorg te vergoeden. 

Budget-denken is dus geen goed middel om de uitgavengroei in de zorg binnen de perken te houden. In een volgende blog zal ik mijn ideeën uit de doeken doen over hoe dat wel zou kunnen.   

John Greijmans

« Older Entries
Newer Entries »