Archive for the ‘Weblog NL’ Category

maart 13th, 2018 · by John · Weblog NL

In mijn vorige blog over bitcoins schreef ik dat in het verleden edelmetalen als geld werden gebruikt, net zo als sommigen onder ons nu denken dat de bitcoin als geld gebruikt kan worden. Deze week wil ik een andere overeenkomst tussen zilver en bitcoins behandelen, en ook daarvoor moet ik terug in de geschiedenis.

Piet Hein en de Zilvervloot

Vanaf de vijftiende eeuw veroverden Spaanse conquistadores een groot deel van Zuid-Amerika. Officieel om het christendom te verspreiden, maar in werkelijkheid ging het de Spanjaarden vooral om de grote hoeveelheden zilver en andere kostbaarheden die er te roven waren. Dat zilver werd in grote hoeveelheden naar Spanje vervoerd. En passant zorgde onze nationale zeeheld Piet Hein er ook voor dat een deel naar de Republiek der Verenigde Nederlanden werd getransporteerd: de beroemde Zilvervloot. Spaanse matten zijn namelijk niet om op te slapen, maar zijn zilveren munten.

Wat gebeurde er met dat zilver?

De toestroom van zilver zorgde echter voor inflatie. Een voorbeeld om dat duidelijk te maken. Stel je hebt een economie met één aanbieder van koek die twintig euro kost en twee vragers met elk een inkomen van tien euro. Deze willen en kunnen dus elk een halve koek kopen. Dan worden de inkomsten verhoogt tot twintig euro. Beide vragers willen nu een hele koek kopen. Dat is echter niet mogelijk, want er is maar één koek.  De aanbieder is slim en verhoogt dan de prijs naar veertig euro. Ondanks een honderd procent verhoging van de inkomsten kunnen de vragers elk nog steeds maar een halve koek kopen.

Ook in het Spanje van de zestiende eeuw werd de vraag veel groter dan het aanbod en stegen de prijzen. Hierdoor kon de Spaanse economie niet meer concurreren met andere landen, en gebruikten zij het geroofde zilver om goedkopere producten in het buitenland te kopen. Een geweldloze manier om zilver naar onder andere Nederland te krijgen, daar kon Piet Hein nog wat van leren.

En wat heeft dat nu met de bitcoin te maken?

In mijn vorige blog was ik terecht negatief over de bitcoin, maar een positief punt is dat deze cryptovaluta een ingebouwde beveiliging tegen inflatie heeft. Om bitcoins te maken, moet een computer namelijk heel complexe langdurige calculaties maken. Dit beperkt dus een snelle instroom van nieuwe bitcoins. Een nadeel daarvan is wel dat het rekenen gigantisch veel energie kost, als gevolg waarvan hele bossen verdwijnen. Een ander nadeel is dat de ingebouwde beveiliging kan worden omzeild.

Afgelopen maand probeerde iemand de supercomputer van een Russische kerncentrale te hacken. Dat is niet gelukt, maar het is wachten op de keer of keren dat dat wel lukt. In hetzelfde artikel werd vermeld dat een Russische miljonair twee kerncentrales met supercomputers had gekocht om bitcoins te kunnen maken. Daarnaast, praat ik telkens over de bitcoin, maar er zijn nog vele andere cryptovaluta: ethereum, ripple, litecoin en nog honderden andere. We worden dus letterlijk overspoeld door deze valuta. De zilvervloot is er niets bij.

Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.

John Greijmans

februari 26th, 2018 · by John · Weblog NL

Nee, deze blog gaat niet over hoe de afdeling Finance er in de toekomst uit zou kunnen zien. Hier wil ik laten zien hoe Finance met die toekomst zou moeten omgaan. Historisch zijn financiële afdelingen vooral gericht op het achteraf verantwoording afleggen van hetgeen in het verleden is gebeurd. Dit is echter een heel erg beperkte, en gelukkig verouderde taakopvatting.

Vergelijk het met het besturen van een auto, dan kijk je ook niet alleen in de achteruitkijkspiegel. Sterker nog een groot deel van je tijd besteed je aan het vooruitkijken naar wat verder op de weg gebeurt. Zo zou Finance het ook moeten doen: vooruitkijken! Of met andere woorden proberen te voorspellen wat de toekomst gaat brengen. Als je namelijk weet wat er gaat gebeuren kun je op tijd maatregelen treffen om nadelige gevolgen daarvan op te vangen.

‘Voorspellen is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat’, aldus de historicus A.J.P. Taylor. Dit neemt echter niet weg dat ‘waarzeggen’ belangrijk is en gedaan moet worden. Twee belangrijk hulpmiddelen daarbij zijn: het gebruik van niet-financiële gegevens en het bouwen en doorrekenen van financiële modellen.

Niet-financiële gegevens

Financiële gegevens die betrekking hebben op het verleden zijn voor mensen relatief eenvoudig te begrijpen. Omzet is bijvoorbeeld het geld wat een onderneming binnen heeft gekregen, of in ieder geval binnen gaat krijgen. Omzet in de toekomst is echter lastig te bevatten. Een voorspelling is juist daarom moeilijk omdat er zoveel factoren een rol spelen bij het tot stand komen van de omzet.

Als het financiële gegevens zijn lijkt voorspellen nog wel te doen. De prijs bepaalt het bedrijf toch zelf? Als de onderneming een monopolist ja! Maar helaas zijn er maar weinig bedrijven de enige aanbieder op de markt, en dan is ook de prijs van een groot aantal factoren afhankelijk. Veel van die factoren, en uiteindelijk alle, hebben een niet-financieel karakter. Het is dus zaak inzicht te krijgen in de relatie tussen financiële en niet-financiële gegevens.

De omzet wordt bijvoorbeeld bepaald door prijs en hoeveelheid. De prijs is financieel maar wordt beïnvloed door de situatie en ontwikkelingen op de markt. Te denken valt daarbij aan gedrag en omvang van de concurrentie, maar ook aan richtlijnen van de overheid, zoals het btw-percentage. Bepalende factoren bij het voorspellen van de hoeveelheid of afzet, zijn dan bijvoorbeeld het aantal klanten, demografische ontwikkelingen en macro-economische groei. Met een middag brainstormen kom je een heel eind bij het vinden van de relevante factoren.

Financieel model

Een financieel model legt een kwantitatieve relatie tussen financiële en niet-financiële gegevens, waardoor het mogelijk wordt die financiële gegevens te berekenen. Hoe eenvoudig dit nu moge klinken, het was voor velen een verassing te zien, dat financiële cijfers niet meer uit de boekhouding kwamen, maar uit een financieel model. En dan hadden ze ook nog betrekking op de toekomst.

Nu is het bouwen van een model niet gemakkelijk. Maar als je het eenmaal hebt, dan hoef je alleen maar de waarde van een aantal niet-financiële indicatoren in te geven en je weet wat omzet, winst en het rendement worden. Dat maakt voorspellen een stuk gemakkelijker. Daarnaast kan het model ook worden gebruikt om alternatieve scenario’s door te rekenen (stel de Brexit gaat niet door?) of sensitiviteitsanalyses uit te voeren (wat is de invloed op de winst, bij een één en twee procentpunt hogere economische groei?). Zo kan op elk gewenst moment naar de toekomst worden gekeken en op tijd worden bijgestuurd om de prestaties in die toekomst te verbeteren.

John Greijmans

februari 9th, 2018 · by John · Weblog NL

Op diverse plekken kom ik mensen tegen die graag spreken over bitcoins en hoeveel geld je er wel niet mee kunt verdienen. Ik ga nooit op deze gesprekken in. Hooguit maak ik een opmerking over het feit dat we vroeger in de zeventiende eeuw tulpenbollen hadden en dat daar ook mensen heel rijk van zijn geworden… Maar mensen kunnen heel vasthoudend zijn, want ze kennen allemaal iemand die er heel veel geld mee heeft verdiend.

Laat ik het daarom maar eens een keer heel duidelijk stellen: ik geloof niet in bitcoins, noch in enige andere cryptomunt, en ik verklaar iedereen voor gek die daar geld in steekt. Waarop baseer ik deze boude bewering?

 

Waarom hebben we eigenlijk geld?

In het verre verleden is geld ontstaan als ruilmiddel voor handelsdoeleinden. Ruilhandel heeft namelijk één groot nadeel: een transactie is alleen mogelijk tussen producenten die een wederzijds voordeel hebben bij elkaars product. Ik heb een kuipje margarine en dat wil ik ruilen tegen een potje pindakaas. Dan moet ik dus iemand gaan zoeken die één potje pindakaas wil ruilen tegen één kuipje margarine, en dat kan heel lang duren. Geld maakt het mogelijk eerst margarine te verkopen aan iemand die dat nodig heeft, en dan met dat geld pindakaas te kopen van iemand die dat in de aanbieding heeft.

Geld is dus een goed ruilmiddel, of beter gezegd een betaalmiddel. Daarnaast heeft geld nog twee andere functies. Het is een waarde-middel voor de toekomst; we kunnen geld sparen om er later iets duurs van aan te schaffen. En geld is ook een rekeneenheid; het laat zich makkelijk tellen en biedt de mogelijkheid om aan allerlei zaken een waarde toe te kennen.

 

Wat is een bitcoin eigenlijk?

Ooit bestond geld uitsluitend uit muntgeld. Aan die munten werd een waarde toegekend doordat ze een bepaald gewicht aan goud of zilver bevatten. Die edelmetalen stonden dus garant voor de waarde van de munten.

Met de toename van de handel, nam ook de behoefte aan geld als ruilmiddel toe. Banken startten daarom met het uitgeven van bankbiljetten. In tegenstelling tot munten hebben biljetten echter nauwelijks een intrinsieke waarde; oud papier brengt namelijk niet al te veel op. De waarde van deze biljetten  wordt daarom gegarandeerd door de overheid. Je weet dus wat een euro waard is, en wat je er voor kunt kopen in Nederland, vandaag en morgen.

Cryptovaluta als de bitcoin zijn te vergelijken met bankbiljetten, in die zin dat ze geen intrinsieke waarde hebben. Er is echter één fundamenteel verschil: in tegenstelling tot bankbiljetten wordt de waarde van de bitcoin door niemand gegarandeerd. Vandaag kun je er wellicht tienduizend euro voor krijgen, maar morgen misschien helemaal niets.

 

Is de bitcoin eigenlijk wel geld?

Geld heeft zoals gezegd drie functies: betaalmiddel, waarde-middel en rekeneenheid. In principe kun je met een bitcoin betalen, met name in het criminele circuit wordt dat dan ook veel gedaan. Maar zolang ik bij de dealer op de hoek geen volkswagenpolo kan kopen voor één bitcoin, zou ik het geen echt betaalmiddel willen noemen.

Een waarde-middel is de bitcoin wel. Je kunt ze sparen en er zelfs rijk van worden. Daarover later. Een rekeneenheid is het in beginsel ook. Probleem is echter dat de waarde bitcoin nogal fluctueert; gisteren was een polo nog één bitcoin waard, maar vandaag alweer drie. Dus ja, een bitcoin is geld, maar vervult die functie niet al te best.

 

Maar je kun toch rijk worden met bitcoins?

Je kunt inderdaad rijk worden. Dat gaat zelfs relatief eenvoudig. Je hoeft alleen maar het “find te next fool” principe toe te passen. Dat gaat als volgt. Je koopt een euro van iemand voor zeg duizend euro. Dan ga je iemand zoeken die zo gek is daar meer voor te geven. Als dat lukt verkoop je die bitcoin voor bijvoorbeeld twaalfhonderd euro en heb je twintig procent winst gemaakt. Vind je die volgende gek echter niet, dan maak je honderd procent verlies.

Dus ja, je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is inderdaad wat de gek er voor geeft.

 

John Greijmans

januari 5th, 2017 · by John · Weblog NL

Eind vorig jaar schreef ik twee blogs over de zorg in Nederland. Begin november publiceerde ik “Het is geen marktwerking, het is geen zorg!”. Mijn conclusie was dat er, in tegenstelling tot de heersende mening, geen sprake is van marktwerking in de zorg. De zorg in Nederland heeft het karakter van een planeconomie: zorgverzekeraars leggen ziekenhuizen een bindend budget op. Blijven ziekenhuizen daar binnen, dan krijgen ze minder geld. Komen ze er boven, dan moeten ze gratis werken.

Twee weken later liet ik in “Meer, niet Minder Marktwerking in de Zorg!” zien hoe marktwerking in er wel uit zou kunnen zien. Zorgverzekeraars zien alle prijzen en kunnen daardoor tarieven vergelijken, en verklaringen vragen. Daarnaast kunnen ze kwaliteitseisen definiëren, kwaliteits-handboeken publiceren en kwaliteitsaudits houden. Kunnen prijzen niet afdoende worden verklaard of voldoen zorgaanbieders niet aan de kwaliteitseisen, dan worden ze van de lijst met preferred suppliers gehaald en krijgen ze geen business meer. Feitelijk komt dit neer op onvrijwillige uittreding. De positie van de patiënt wordt daardoor versterkt.

Toegegeven, mijn voorstel was zeker nog niet ideaal, maar het liet in ieder geval meer marktwerking zien dan simpelweg budgetten opleggen. Althans, dat dacht ik. Maar na het lezen van wat berichten over zorgverzekeraars sloeg bij mij de twijfel toe. Wat is er aan de hand?

De keuzevrijheid van de klant wordt beperkt,

Voor wat betreft de basispolis is de situatie simpel: wettelijk is vastgelegd dat die voor iedereen hetzelfde is. De premies van de basispolissen lijken relatief gemakkelijk te vergelijken, maar kunnen qua dekking enorm verschillen. Veel verzekeringsconcerns hebben prijsvechters in de markt gezet. Achmea opereert bijvoorbeeld onder de naam ZieZo. Deze prijsvechters bieden een goedkope budgetpolis waarbij verzekerden vaak niet naar een academisch ziekenhuis kunnen.

Vergelijking op tarief lijkt gemakkelijk, maar de vraag is of je wel appels met appels vergelijkt? Aan de keuzevrijheid rond de basispolis hangen allerlei voorwaarden en prijskaartjes. Maar bij aanvullende polissen, waarvan de inhoud niet wettelijk is bepaald, is vergelijken is nauwelijks mogelijk.

en de voorwaarden zijn niet transparant

Zo lijkt Ditzo (ASR) de goedkoopste vrije-keuzepolis te hebben, maar daar geldt de keuze alleen voor ziekenhuizen; voor fysiotherapeuten en psychologen is die er niet. Kleine letters creëren een groot gebrek aan transparantie: de voorwaarden omvatten vaak meer dan 150 pagina’s. In mijn blog van 7 november 2016 wees ik al op het feit dat doordat de verzekeraars een maximaal bedrag aan zorg inkopen, het budget daarom in de loop van het jaar kan opraken. Je kiest dus een polis met daarin het door jou gewenste ziekenhuis, maar komt toch voor een gesloten deur te staan.

Een overzicht met gecontracteerde ziekenhuizen is veelal niet voorhanden. Daarnaast kan de inkoop per medische behandeling verschillen: wel orthopedie in het ene ziekenhuis, maar geen cardiologie. Daarvoor hebben verzekeraars hebben nu een keuzemenu op hun site. Vul je aandoening, je postcode en je zorgpolis in, en je weet naar welk ziekenhuis je mag gaan.

Maar we hebben toch prijsvergelijkers?

Prijsvergelijkingssites geven inderdaad een betere indruk van de verschillen tussen polissen. Maar het blijft een indruk. Deze sites krijgen namelijk provisie van de verzekeraar en het is niet altijd helder welke overwegingen meespelen bij de online-adviezen. Zo vergelijkt Zorgkiezer standaard alle polissen op prijs, maar Independer (Achmea) laat andere factoren meewegen onder de noemer ‘kwaliteit’. Hoe dat in zijn werk gaat is niet duidelijk.

De klant moet er maar op vertrouwen dat de vergelijkingssite polissen niet beter waardeert omdat de verzekeraar meer commissie betaalt. De Consumentenbond ontvangt bijvoorbeeld ruim 45 euro per overstappende klant, en verdient daar jaarlijks miljoenen mee.

Maar de klant kan toch de ‘goedkoopste’ kiezen om het bovengenoemde risico uit te sluiten? Niet bij Independer en Pricewise! Die pluggen polissen in een top-drie met de vermelding: voldoet net niet, maar is wel interessant. Pricewise vergelijkt daarnaast standaard alleen polissen waar het een contract mee heeft.

Kies je een standaard basispolis en maximaal vrije keuze, dan nog verschillen de adviezen van vergelijkingssites. Voor een man van 26 uit de Randstad met een standaard eigen risico komen Zorgkiezer en Consumentenbond tot dezelfde top-drie, maar vindt de Consumentenbond de ene polis toch weer beter passen dan de ander. Kennelijk omdat de kwaliteit van de verzekeraar beter wordt beoordeeld.

Beperkte keuzevrijheid, gebrek aan transparantie in de voorwaarden en prijsvergelijkers die onafhankelijk advies geven, maar wel worden betaald door de zorgverzekeraars. Er is nog veel te verbeteren in de zorg.

John Greijmans

november 18th, 2016 · by John · Weblog NL

De conclusie in mijn vorige blog was dat er, in tegenstelling tot de heersende mening, géén sprake is van marktwerking in de zorg. Sterker, er is sprake van een planeconomie: zorgverzekeraars leggen ziekenhuizen een bindend budget op. Blijven ziekenhuizen binnen dat budget, dan krijgen ze minder geld. Komen ze er boven, dan moeten ze gratis werken. In deze blog wil ik laten zien hoe marktwerking in de zorg er wel uit zou kunnen zien.

Hoe ziet een ideaaltypische marktwerking er uit?

Volgens de economische wetenschap is sprake van een markt van volledig vrije mededinging als er veel vragers en aanbieders zijn. Daarnaast moet er sprake zijn van volledig transparante informatie en van vrije toe- en uittreding. Hoe werkt dat? Stel de vraag naar een product stijgt, bij gelijkblijvend aanbod betekent dit dat de prijs omhoog gaat. Door die hogere prijs gaan bestaande aanbieders meer produceren en treden er nieuwe aanbieders toe tot die markt. En daardoor daalt de prijs weer. Vraag en aanbod worden dus door “een onzichtbare hand” op elkaar afgestemd.

Maar de zorgmarkt is toch niet ideaaltypisch?

Laten we de bovenstaande voorwaarden voor een ideaaltypische markt toepassen op de zorg. Als eerste, er zijn veel patiënten. Dus aan de voorwaarde van veel vragers wordt voldaan. Echter, die vraag wordt in geval van de zorg (mede) bepaald door de aanbieders. Zij zijn immers de specialisten, die kunnen beslissen wat wij als patiënten nodig hebben.

Zijn er ook veel aanbieders? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Er zijn bijvoorbeeld relatief veel huisartsen, maar die zitten bijna allemaal vol en kunnen geen nieuwe patiënten aannemen. In Nederland zijn er veel ziekenhuizen, maar ook dat is relatief. Als je in Maastricht woont, ga je niet snel naar een specialist in Groningen. Van volledig transparante informatievoorziening is eveneens geen sprake. We mogen in Nederland zelfs niet weten wat de prijzen zijn.

Tot slot kost het bouwen van een ziekenhuis veel geld en duurt een artsenstudie minimaal acht jaar, en dan praat ik nog niet eens over de numerus fixus. Van flexibel aanpassen in de vorm van vrije toe- en uittreding is dus ook geen sprake.

Hoe kunnen we dan marktwerking in de zorg introduceren?

Naast het ideaaltypische model van volledig vrije mededinging heeft de economische wetenschap ons andere, meer werkbare concepten gebracht. Een daarvan is de countervailing power theorie van John Kenneth Galbraith (1952). Countervailing power is volgens hem de tegenwerkende kracht bij economische machtsposities. Die kracht vermindert de macht van een dominante partij op de markt, die daardoor richting het ideaaltype beweegt.

Op de zorgmarkt zijn patiënten de zwakste partij omdat er én maar weinig aanbieders zijn én deze ook nog (een deel van) de vraag bepalen. Volgens de wet hebben zorgverzekeraars de plicht om te zorgen dat voldoende zorg wordt ingekocht tegen acceptabele prijzen en van voldoende kwaliteit. Zij zijn daarmee de ideale tegenkracht. Hoe kunnen ze die rol invullen?

Zorgverzekeraars betalen de rekening en zien dus alle prijzen. Zij kunnen daardoor tarieven van verschillende aanbieders vergelijken, en verklaringen vragen bij grote afwijkingen. Daarnaast zijn ze groot genoeg, om kwaliteitseisen te definiëren, kwaliteitshandboeken met best practices te publiceren en regelmatig kwaliteitsaudits te houden.

Kunnen hoge prijzen niet afdoende worden verklaard of voldoen zorgaanbieders niet aan de kwaliteitseisen, dan worden ze van de lijst met preferred suppliers gehaald en krijgen ze geen business meer. Feitelijk komt dit neer op onvrijwillige uittreding. De positie van de patiënt wordt daardoor versterkt.

Mijn voorstel is zeker nog niet ideaal, maar het laat in ieder geval meer marktwerking zien dan simpelweg budgetten opleggen.

John Greijmans

november 7th, 2016 · by John · Weblog NL

“Ik beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.” Dit is de eerste zin van de eed die alle artsen in Nederland hebben afgelegd. Maar die eed lijkt niet meer van toepassing in Nederland. Een ziekenhuis in Drachten stuurt namelijk nieuwe patiënten naar huis; in 2017 mogen ze dan weer terugkomen. Soortgelijke ontwikkelingen speelden zich ook af in Amersfoort en het Medisch Spectrum Twente. 

Een ziekenhuis dat patiënten weigert, hoe kan dat? Wellicht verassend, maar het is dit keer eens niet de schuld van de marktwerking, want er is geen sprake van de markt in de zorg! 

Maar iedereen spreekt toch over marktwerking in de zorg?

Dat klopt, maar dat betekent niet dat die markt er is. In de economie wordt een markt omschreven, als een (virtuele) plaats waar aanbieders en vragers van een product elkaar ontmoeten en waar als gevolg daarvan een prijs en transactie tot stand komt. 

De aanbieders in de zorg zijn bijvoorbeeld de ziekenhuizen en de vragers zouden dan de patiënten zijn. Maar hier lopen we al tegen een aantal problemen aan. In een normale markt betaalt de vrager de prijs. In de zorg is dat echter grotendeels de verzekeraar.  Maar het is nog complexer: de patiënten bepalen de vraag niet of nauwelijks. Dat doen de aanbieders die zowel de diagnose stellen als de therapie bepalen. 

Afnemers die niet betalen en aanbieders die de vraag bepalen. Vraag en aanbod zijn diffuse begrippen in de zorg. Maar de prijs dan? De verzekeraars betalen immers de rekening, dus er is wel sprake van een prijs dan. Ja en vooral nee!  

De zorg in Nederland heeft alle kenmerken van een planeconomie

Ziekenhuizen moeten van verzekeraars jaarlijks vooraf inschatten hoeveel zorg hun patiënten afnemen. Deze inschatting fungeert dan als een hard budget. Overschrijdt het ziekenhuis dit budget, dan krijgt het geen geld extra en zijn er twee mogelijkheden: gratis zorg verlenen of patiënten weigeren.  

Wettelijk zijn zorgverzekeraars verplicht de zorg voor verzekerden te regelen, door voldoende in te kopen en voldoende te vergoeden. Patiënten weigeren mag dus niet. Zorgverzekeraars leggen daarom ziekenhuizen de plicht op om – onbetaald – patiënten te behandelen als zij hun budget hebben overschreden. Patiënten naar huis sturen mag niet, maar gratis zorg leidt tot exploitatietekorten en zelfs faillissementen. 

Maar als er alleen over een budget gesproken wordt, waarom hebben we dan nog prijzen? Zorgverzekeraars zijn inderdaad nauwelijks  geïnteresseerd in de tarieven voor medische handelingen. Het budget is leidend, en de tarieven mogen worden bepaald door het ziekenhuis zelf. Het resultaat zijn onverklaarbaar grote prijsverschillen tussen de verschillende ziekenhuizen. 

Dus we zijn weer terug bij af?

Ondanks de stelselwijziging, in 2006  ingevoerd door Minister Hans Hoogervorst (VVD) is van marktwerking geen sprake. Minister Edith Schippers (ook VVD) wilde enkele jaren geleden de groei van de zorguitgaven afremmen en bepaalde dat de branche jaarlijks maximaal 1 procent mag groeien. De zorgsector koos voor de eenvoudigste oplossing en zette een rem op de uitgaven: ziekenhuizen moeten binnen budget blijven en desnoods gratis zorg verlenen. 

Maar eenzijdig het risico van overschrijdingen bij ziekenhuizen leggen, die dat wellicht (op termijn) niet kunnen dragen, leidt tot een patiëntenstop en wachtlijsten. Daarmee houden zorgverzekeraars zich niet aan hun wettelijke verplichting voldoende zorg in te kopen en voldoende zorg te vergoeden. 

Budget-denken is dus geen goed middel om de uitgavengroei in de zorg binnen de perken te houden. In een volgende blog zal ik mijn ideeën uit de doeken doen over hoe dat wel zou kunnen.   

John Greijmans

oktober 30th, 2016 · by John · Weblog NL

Startups zijn hot, en dat is goed. Het is goed voor de economie -die krijgt er een behoorlijke portie dynamiek bij- en het is goed voor de startende ondernemer, die de kans grijpt om zijn droom te realiseren. Bij het starten van een eigen bedrijf komt echter veel kijken. Veel adviseurs raden je daarom aan om eerst een ondernemingsplan te schrijven. Dus dat ga je doen. En na enkele maanden is het resultaat daar: een dik pak papier vol berekeningen en goed doordachte analyses. Op basis daarvan wil de bank wel een financiering geven en kun je nu echt aan het werk gaan. Maar wat blijkt? Ondanks alle tijd en onderzoek die je heb gestoken in het ondernemingsplan, kopen de klanten je product niet! 

Een ondernemingsplan lijkt dus weinig zin te hebben, maar wat is het alternatief? Zomaar wat proberen en kijken wat er uit komt? Ook dat heeft weinig zin. Deze methode kan weliswaar leiden tot een geslaagde startup, maar dat wordt dan eerder bepaald door het toeval. Met andere woorden de kans op succes is even groot als bij een ondernemingsplan. Ik adviseer daarom de Lean Startup methode. 

Het basisprincipe van Lean Startup: experimenteren en testen

Een ding wat je als startend ondernemer moet accepteren is dat je fouten zult maken, en dat dat een positief aspect van ondernemerschap is. Je kun er namelijk van leren en dus weer een stap verder komen in het bouwen van je bedrijf. Je ondernemingsplan was goed doordacht, maar je ging het pas testen bij de klant, toen je product al klaar was. Dat had veel eerder moeten en kunnen gebeuren. 

Voordat je je baan opzegt, je spaargeld aanspreekt en investeerders benadert, moet je vaststellen, dat je een bestaand probleem oplost, voor een zo gedetailleerd mogelijke klantendoelgroep, die  genoeg wil betalen voor een oplossing, zodat je zeker weet dat je er een gezond bedrijf van kan maken. 

En hoe gaat dat testen in zijn werk?

De beste manier om van je klanten te leren is open vragen te stellen, het liefst face-to-face, waarbij je vraagt naar hun ervaringen rondom het probleem dat je in gedachten hebt. Ervaren ze die problemen inderdaad en welke alternatieven hebben zij nu, om die problemen op te lossen? Daarbij geldt dat “niets” ook een alternatief is. 

In plaats van een lijvig ondernemingsplan, maak je daarom een één-A4-actieplan. Daarin staat dat je (1) een zo specifiek mogelijke doelgroep moet vinden die bereid is je product te testen. Met deze early adopters ga je (2) bepalen of er een probleem is, en of dat probleem een oplossing waard is. Tot slot (3) maak je een zo simpel mogelijke uitvoering van je oplossing en gaat die testen bij de doelgroep. Op basis van de uitkomst daarvan pas je je oplossing aan en…gaat weer testen.  

Dit testen gaat net zo lang door, tot jij er van overtuigd bent dat je oplossing inderdaad de problemen van je doelgroep oplost én dat je klanten er voldoende voor willen betalen om je product op een winstgevende manier in de markt te kunnen zetten. 

Samenvattend: de voordelen van Lean Startup

De traditionele methode voor het creëren een startup was om veel tijd en geld te steken in een goed doortimmerd ondernemingsplan en dan aan de slag te gaan. Bij een Lean Startup investeer je ook tijd, maar relatief weinig geld. Deze nieuwe methode dwingt je te leren, in plaats van te gokken.

Het geeft je daarmee richting voor de korte termijn en voorkomt verspilling op de lange termijn. Precies wat we van Lean mogen verwachten.  

John Greijmans

juli 14th, 2016 · by John · Weblog NL

In mijn blogs geef ik regelmatig kritiek op de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Maar ik moet ook eerlijk zijn en zeggen dat ik deze organisatie heel belangrijk vind. De AFM houdt namelijk toezicht op de financiële markten: op sparen, beleggen, verzekeren en lenen. Zij vindt het belangrijk dat het publiek, het bedrijfsleven en de overheid vertrouwen hebben in de financiële markten. En dat de markten op een duidelijke en eerlijke manier werken. 

Geloven jullie mij niet? Denken jullie dat ik weer eens sarcastisch ben? Dat is niet zo! Kijk maar op www.afm.nl, daar staat het echt!

Wat doet de AFM dan?

Het werk van de AFM is niet alleen belangrijk ze heeft ook wettelijk (Wet op het financieel toezicht,  artikel 1:25) voorgeschreven taakomschrijving: 

1.       Gedragstoezicht is gericht op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten.

2.       De AFM heeft tot taak dit gedragstoezicht uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot die markten.

En dat doet de AFM goed?

Okay, ik geeft het toe. Enigszins sarcastisch was ik wel. Jullie weten dat ik niet zo te spreken over de kwaliteit van de AFM en daar heb ik in het verleden ook genoeg voorbeelden van laten zien. Daarom laat ik nu de mening van onze kwaliteitskrant (NRC Handelsblad, donderdag 30 juni 2015).

Het onderzoeksbureau Alvarez & Marsal publiceerde eind juni zijn rapport over het optreden van de AFM over de mkb-derivaten. De conclusie was duidelijk: de AFM had op alle fronten gefaald. Zij was niet streng genoeg geweest, had inconsistent gehandeld en de wet onvoldoende nageleefd.

Het derivaten-dossier draait om financiële producten die banken hebben verkocht aan mkb-ondernemers. Die producten waren bedoeld hen te beschermen tegen een stijgende rente. Na 2008 ging de rente echter dalen en moesten veel klanten bijbetalen. Sommige ondernemers claimden dat de banken hen onvoldoende hadden voorgelicht en hen bewust te risicovolle producten hadden verkocht.

De AFM begon in 2012 een onderzoek en constateerde dat alles goed ging. Eind vorig jaar kwam de AFM daar op terug: de banken hadden tóch allerlei fouten gemaakt en vooral vanuit hun eigen belang gewerkt. Dat was wel erg veel draaikonterij. Vandaar het onderzoek van Alvarez & Marsal. Dit zijn hun belangrijkste bevindingen: 

  • Aanvankelijk waren er weinig mensen (1,25 fte) en veel wisselingen.  
  • Mensen werden geselecteerd op basis van beschikbaarheid, niet geschiktheid.
  • Werknemers durfden door een cultuur van terughoudendheid niet alles te melden.

En wat wordt daaraan gedaan?

Een opeenstapeling van missers en een falende interne organisatie heeft bij bedrijven onder toezicht van de AFM geleid tot het vertrek van bestuurders. Zo niet bij de AFM zelf. De raad van toezicht van de toezichthouder spreekt ondubbelzinnig het vertrouwen uit.

Mij en jullie rest niets dan wachten tot het klantbelang weer ergens geschaad wordt, en dan kunnen we weer hard roepen: toezichthouder, waar was u?

John Greijmans

juli 7th, 2016 · by John · Weblog NL

In blog #6 in mijn cyclus over de klant centraal stellen, heb ik gezegd dat innovatie in het klantbelang is. Het creëert immers een voortdurende opwaartse druk op de kwaliteit en een neerwaartse druk op de prijs. Daar sta ik nog steeds achter. Toch wil ik mijn uitspraken enigszins nuanceren. Dit aan de hand van een werkelijk ingezette ontwikkeling.

Innovatie in de wereld van verzekeringen…

Verzekeraars baseren hun producten op klantgegevens. Met die gegevens schatten zij risico’s in en bepalen zo de premiehoogte. Maar de hoeveelheid gegevens neemt snel toe, en de technieken om die te analyseren worden steeds beter. Dat leidt tot nieuwe, scherpere inzichten in het gedrag van klanten en daarmee tot de opkomst van nieuwe producten.

…kan leiden tot lagere premies en betere dienstverlening,…

Een heer in het verkeer of een degelijk en defensief rijdende dame, kan een nieuw soort autoverzekering afsluiten. Het idee is simpel. Een apparaatje in de auto registreert hoe snel iemand rijdt, hoe hard zij remt en optrekt en hoe ze bochten neemt. Die gegevens gaan naar de verzekeraar en die bepaalt hoeveel korting die persoon krijgt. Veilige rijders betalen wel tot 30% korting minder premie.

Maar innovatie in verzekeringsland kan ook de dienstverlening verbeteren. Voorbeelden zijn een snellere schade-afhandeling (het apparaat in de auto heeft al doorgegeven dat de klant een aanrijding heeft gehad) en preventie (een waarschuwing als een gevaarlijke verkeerssituatie nadert).

…maar heeft nadelige consequenties voor privacy en solidariteit.

Deze ontwikkelingen zijn toch allemaal in het klantbelang? Ja en nee! Dat klanten die bereid zijn zich te laten monitoren minder betalen, is een voordeel voor hen die meedoen, maar een nadeel voor degenen die weigeren: zij betalen een hogere premie. Je kunt je afvragen of je zo niet een sociale klasse dwingt richting dit type verzekering. Mensen die een hogere premie niet kunnen betalen hebben geen keus. Je krijgt dan een soort selectie op basis van inkomen.

Bij een autoverzekering met apparaat geef je een deel van je privacy weg. De verzekeraar krijgt veel meer informatie over jou dan nu het geval is. En die gegevens zijn veel meer privacygevoelig. Hoe gaan verzekeraars daarmee om.

Het idee achter verzekeren is solidariteit. Mensen delen risico’s, omdat niemand weet of hij ernstig ziek zal worden of niet. Maar als het gebeurt, kan hij de kosten niet in zijn eentje dragen. Als iedereen zich tegen dit soort narigheden verzekert, is er altijd voldoende geld en staan mensen nooit alleen.

Maar als verzekeraars meer onderscheid maken tussen klanten, en er grotere verschillen ontstaan tussen premies, is dat dan nog eerlijk? Wat als klanten er zelf niets aan kunnen doen, omdat het genetisch is bepaald? En bestaat er geen risico dat groepen mensen onverzekerd raken, omdat ze de hogere premies niet kunnen betalen?

Kunnen de armste bewoners zich straks nog wel verzekeren? Hoe meer je onderscheid maakt, hoe meer de onderlinge solidariteit ondermijnd wordt. Dat kan ook de sociale mobiliteit van deze kwetsbare groepen belemmeren. Als er bij hen wordt ingebroken, krijgen ze geen schadevergoeding. Zo versterkt armoede en ongelijkheid zichzelf.

Innovatie is goed, maar de risico’s moeten beheerst worden

De conclusie kan echter niet zijn om dan maar met innovatie te stoppen. Los van het feit dat je dat soort ontwikkelingen niet kunt tegenhouden, heeft innovatie daarvoor te veel en grote voordelen. De nadelen en risico’s moeten echter wel worden beheerst.

Transparantie is daarbij cruciaal. Klanten moeten weten wat voor data verzekeraars over hen verzamelen en wat voor beslissingen ze op basis daarvan nemen. Ze kunnen daar dan invloed op uitoefenen en hun keuzes erop kunnen baseren. Gelukkig kunnen zij daarbij altijd een beroep doen op de wet (wet bescherming persoonsgegevens) en de toezichthouder (Autoriteit Persoonsgegevens).

John Greijmans

juni 24th, 2016 · by John · Weblog NL

Het klantbelang centraal stellen impliceert de klant een keuze geven; het is immers in het belang van de klant dat hij zelf een keuze kan maken en alle gevolgen daarvan zelf overziet. In de verzekeringswereld vertonen veel adviseurs paternalistisch gedrag en zeggen soms letterlijk: “ik ben de expert en geloof me, ik weet  wat goed voor je is”. Nee, geef mij dan maar de vergelijkingssites als PriceWice en Consumentenbond, daar kun je kiezen uit tientallen verzekeringen. Helaas, ook dat is niet goed.

Veel klanten verzuchten vaak: “was het nog maar vroeger, toen we al die keuzes niet hadden”. Kiezen is moeilijk, omdat we de gevolgen van een keuze niet altijd kunnen overzien, of omdat we heen en weer worden geslingerd tussen alternatieven. Op microniveau sta je in de supermarkt voor de keuze uit een enorme batterij wasmiddelen, en allemaal maken ze de was schoon. Op het niveau van de samenleving komen er elke dag weer meer keuzes bij. Hoe meer keuze des te beter, denkt men. Het leven is echter niet zo simpel!

Veel keuzes zijn te ingewikkeld voor het gros van de mensen. Wie kan bijvoorbeeld de kleine lettertjes in een zorgverzekering doorgronden? Hoe moeten we dan omgaan met de keuzevrijheid in verzekeringsland?

De geschetste tegenstelling tussen de opgelegde complexe keuzevrijheid van de vergelijkingssite en het zegenrijke paternalisme bestaat niet. Er naar streven om voor elke keuze het optimum te kiezen is inderdaad onmogelijk, in zoverre heeft de adviseur gelijk. Je moet je er dus goed over nadenken hoe, waarover en wanneer je in een situatie terechtkomt waarin je moet kiezen. Enkele eenvoudige richtlijnen kunnen je daarbij helpen.

Beperk keuzes tot een absoluut minimum

Elke keer dat je in een keuzesituatie terechtkomt, moet je een beslissing nemen. Hoe minder keuzes je hebt, hoe makkelijker het is om je doel te bereiken. Bij Independent Insurances geven we de klant één fundamentele keuze: zelf doen of laten doen. Het laatste alternatief is gemakkelijk, maar je betaalt er wel iets extra voor. Zelf doen is goedkoper, maar vereist dat je je wel in de materie verdiept. Overigens is er ook dan altijd hulp op de achtergrond. Hulp die niets extra kost.

Neem alleen keuzes die je doel ondersteunen

In mijn vorige blog over financiële zelfredzaamheid, sprak ik over het belang van een goede financiële planning. In een workshop of in individuele sessies met een financiële planner leer je wat je financiële doelstellingen zijn en wat je ervoor moet doen om die te realiseren. Als je een keuze moet maken, hou dan altijd dat doel in je achterhoofd.

Zorg dat je de verschillen tussen de alternatieven doorziet

Maak pas een keuze als je er zeker van bent dat je die snapt. Independer is gemakkelijk, het laat veel alternatieven zien en jij kunt kiezen. Maar, dat is voor sommige mensen toch te moeilijk. Ze kiezen dan vaak voor het product met de laagste prijs. Bij Independent Insurances geven we je de mogelijkheid om tijdens het vergelijken, advies van een van onze adviseurs in te roepen. Zo krijg je ook inzicht in de kleine lettertjes van een verzekeringsproduct, en kun je een weloverwogen beslissing maken.

Eis de optie om een keuze terug te draaien

Als je keuzes terug kan draaien, zal je veel meer durven experimenteren. Het versterkt je zelfvertrouwen en de bereidheid om nieuwe producten te bekijken. Als je bij Independent Insurances een verzekering afsluit kun je die nog veertien dagen terugdraaien. Daarna “zit je eraan vast”, echter voor maximaal één jaar en dat is te overzien.

Het paternalistische “ik bepaal wel wat goed voor je is” is niet in het belang van de klant. Aan de andere kant betekent keuzevrijheid inderdaad extra werk.

“Mensen reageren daarop verschillend: ze kiezen niet en blijven zitten waar ze zitten, of ze schakelen vrienden in [..] of vergelijkingssites. Of ze vinden kiezen heerlijk en zoeken het tot op de bodem uit. Samen zijn al die ‘kiezers’ een disciplinerende tegenmacht voor aanbieders [..] die zich anders niet hoeven aan te passen aan een maatschappij die verandert. Keuzevrijheid is geen straf, het is een zegen.” Aldus Marike Stellinga in het NRC van 4 juni 2016.

John Greijmans

« Older Entries
Newer Entries »