Posts Tagged ‘Cash’

mei 22nd, 2018 · by John · Weblog NL

Ik had me voorgenomen geen artikelen meer over bitcoins te schrijven. Drie was mooi genoeg. Maar op mijn laatste blog kreeg ik een reactie van iemand die het niet met mij eens was. Dat juich ik toe, zeker omdat ik die niet zo vaak krijg, als het over bitcoins gaat. Daarom nog één keer: de bitcoin. De ontvangen reactie was kort: “Dit mag je dezelfde strijd noemen als de PTT Post tegen de e-mail. Blockchain is de toekomst.”. Maar ook een korte zin kan veel informatie bevatten.

Wat als eerste opvalt is het gebrek aan historische kennis. Dertig jaar geleden was er inderdaad een bedrijf dat PTT Post heette, tien jaar later heette het TPG Post, daarna TNT Post en nu alweer enkele jaren is de naam PostNL. Daarnaast is het natuurlijk niet “de PTT Post”, maar gewoon PTT Post. Wat echter van belang is, is dat deze organisatie, onder welke naam dan ook, nooit heeft gestreden tegen e-mails. Die vergelijking gaat dus mank. Maar er is wel iets te zeggen over de relatie tussen e-mail en bitcoin, zowel op het gebied van de gebruikte technologie en de eigenschappen van het product.

Technologie

E-mail is gebaseerd op internettechnologie. Die bestaat al zo’n veertig jaar en heeft zich bewezen door een veelheid van toepassingen. De bitcoin is gebaseerd op blockchaintechnologie, nog niet zo oud als het internet, maar wel veelbelovend. En die belofte voor de toekomst gaat vele malen verder dan cryptovaluta waar iedereen het mee associeert. Een half minuutje googelen levert je vele voorbeelden op van veel interessantere toepassingen.

Product

E-mail heeft niet alleen een groot deel van de communicatie op papier vervangen, het heeft schriftelijk communiceren veel gemakkelijker gemaakt. Vandaar de exponentiele toename in het gebruik. Uiteraard zijn er ook negatieve kanten, maar per saldo is sprake van een groot succes.

De bitcoin was bedoeld om geld te vervangen. Het gaat daarbij niet om het vervangen van papieren geld, dat was veel langer daarvoor al gedaan door giraal geld. In eerste instantie werd het eigendom van het giraal geld bijgehouden door banken met behulp van papieren registers. Deze werden later vervangen door computers. Zo bezien is de bitcoin niet nieuw; het is giraal geld dat wordt geregistreerd met blockchaintechnologie, registers op computers dus.

Giraal geld is bedoeld om te betalen en om saldi aan te houden voor het doen van toekomstige uitgaven. Niemand denkt dat zulk geld, afgezien van een kleine rentevergoeding, vanzelf en als maar meer waard wordt. Eén euro vandaag is één euro morgen, en niet opeens honderden euro’s.

Een leuk idee om de bitcoin voor betalingen te gebruiken, maar in de praktijk was dat wat onhandig en gebeurde het dus niet of nauwelijks. Cryptovaluta worden wel gebruikt om tegoeden aan te houden. Maar dan gaat iedereen denken dat die tegoeden vanzelf meer waard worden. Hoe dat feitelijk en objectief in zijn werk gaat kan niemand echter uitleggen. Anders dan uiteraard op basis van het next-fool-principe: je zoekt een andere gek die meer geld wil uitgeven aan iets dat intrinsiek niets waard is.

Tot slot

De overeenkomst tussen e-mail en bitcoin is dat beide gebaseerd zijn op elektronische technologie. Het grote verschil is dat een e-mail, afhankelijk van de inhoud, nog iets waard kan zijn. Een bitcoin heeft geen enkele intrinsieke waarde. In die zin lijkt een bitcoin op spam: je wilt het niet ontvangen, en als je het dan toch krijgt, wil je er zo snel mogelijk van af.

John Greijmans

april 16th, 2018 · by John · Weblog NL

Het lijkt een simpele vraag: waarom betalen we rente? Maar er worden al meer dan tweeduizend jaar forse discussies over gevoerd. Twee grote filosofen, Aristoteles en Aquinas, waren bijvoorbeeld faliekant tegen het heffen en betalen van rente. En toch doen we het bijna allemaal. Reden om maar eens in meer detail naar rente te kijken.  

Wat is rente?

Rente is de vergoeding die je ontvangt voor het uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent. Rente heeft twee kenmerken: (1) het is periodiek verschuldigd en (2) het wordt berekend als een jaarlijks percentage. Overigens kan het zijn dat de rente niet expliciet wordt genoemd bij het aangaan van een lening. Zo kun je overeenkomen om nu €100,- te lenen en over twee jaar €121,- terug te betalen. Impliciet betekent dit echter 10% rente per jaar.  

Aristoteles en Aquinas

Aristoteles (384-322 voor onze jaartelling) was een Grieks filosoof en een van de invloedrijkste filosofen in de westerse traditie. Hij veroordeelde het lenen van geld tegen rente als ‘onnatuurlijk’. Geld is ‘onvruchtbaar’ en kan zelf geen rijkdom vergroten. 

Aquinas (1225-1274) was een Italiaanse theoloog en een invloedrijke denker op wijsgerig gebied. Ook hij was tegenstander van rente. Volgens hem was het woeker, voortvloeiend uit hebzucht en leidend tot uitbuiting van de persoon die de lening nodig had. Het verkopen of kopen van iets voor meer of minder dan het waard was, was volgens hem een zonde. 

Zowel Aristoteles als Aquinas zagen de voordelen van geld en een geldeconomie. Geld vergemakkelijkt het ruilen en leidt daardoor tot een hogere productiviteit en economische groei. Maar rente was een ‘no go area’. Wat opvalt in hun argumentatie is dat deze sterk normatief gekleurd is. Aristoteles stelt dat het onnatuurlijk is omdat “geld geen kinderen kan krijgen”, en Aquinas stelt dat het “zondig” is om rente te rekenen.  

Waarom betalen en ontvangen we dan toch rente?

Met de normatieve redenering van Aristoteles en Aquinas kun je het, afhankelijk van je (religieuze) overtuiging eens of oneens zijn. Maar wat zijn de rationele argumenten voor rente? 

Stel ik wil van een van de lezers €100,- lenen en over een jaar terugbetalen. De lezer heeft dat geld, en hij heeft het niet zelf nodig. Waarom zou hij daarvoor dan rente moeten ontvangen? Het antwoord daarop is dat het lenen van geld kosten met zich meebrengt, en om die kosten te dekken is een vergoeding op zijn plaats.  

Wat zijn die kosten dan? In de eerste plaats is er het risico dat ik het geld over een jaar niet kan terugbetalen. Wellicht is de kans niet groot, maar als het gebeurt, is hij de €100,- kwijt. Daarnaast bestaat er het risico van inflatie: als de prijzen gemiddeld stijgen dan is  de koopkracht van het geleende geld na een jaar minder dan €100,-. Tot slot heeft de lezer het geld nu niet nodig, maar hij zou er wel wat mee kunnen doen. Hij ziet dus af van onmiddellijke consumptie. In de economie wordt dit met opportuniteitskosten aangeduid. Het is dus niet vreemd dat de lezer als vergoeding van het dragen van kosten rente vraagt.

En ik dan? Ik heb het geld nodig, en ik zal dus de kosten van de rente die ik moet betalen aan de lezer afwegen tegen de voordelen die het me biedt om het geld nu uit te geven en over een jaar terug te betalen. 

John Greijmans

maart 13th, 2018 · by John · Weblog NL

In mijn vorige blog over bitcoins schreef ik dat in het verleden edelmetalen als geld werden gebruikt, net zo als sommigen onder ons nu denken dat de bitcoin als geld gebruikt kan worden. Deze week wil ik een andere overeenkomst tussen zilver en bitcoins behandelen, en ook daarvoor moet ik terug in de geschiedenis.

Piet Hein en de Zilvervloot

Vanaf de vijftiende eeuw veroverden Spaanse conquistadores een groot deel van Zuid-Amerika. Officieel om het christendom te verspreiden, maar in werkelijkheid ging het de Spanjaarden vooral om de grote hoeveelheden zilver en andere kostbaarheden die er te roven waren. Dat zilver werd in grote hoeveelheden naar Spanje vervoerd. En passant zorgde onze nationale zeeheld Piet Hein er ook voor dat een deel naar de Republiek der Verenigde Nederlanden werd getransporteerd: de beroemde Zilvervloot. Spaanse matten zijn namelijk niet om op te slapen, maar zijn zilveren munten.

Wat gebeurde er met dat zilver?

De toestroom van zilver zorgde echter voor inflatie. Een voorbeeld om dat duidelijk te maken. Stel je hebt een economie met één aanbieder van koek die twintig euro kost en twee vragers met elk een inkomen van tien euro. Deze willen en kunnen dus elk een halve koek kopen. Dan worden de inkomsten verhoogt tot twintig euro. Beide vragers willen nu een hele koek kopen. Dat is echter niet mogelijk, want er is maar één koek.  De aanbieder is slim en verhoogt dan de prijs naar veertig euro. Ondanks een honderd procent verhoging van de inkomsten kunnen de vragers elk nog steeds maar een halve koek kopen.

Ook in het Spanje van de zestiende eeuw werd de vraag veel groter dan het aanbod en stegen de prijzen. Hierdoor kon de Spaanse economie niet meer concurreren met andere landen, en gebruikten zij het geroofde zilver om goedkopere producten in het buitenland te kopen. Een geweldloze manier om zilver naar onder andere Nederland te krijgen, daar kon Piet Hein nog wat van leren.

En wat heeft dat nu met de bitcoin te maken?

In mijn vorige blog was ik terecht negatief over de bitcoin, maar een positief punt is dat deze cryptovaluta een ingebouwde beveiliging tegen inflatie heeft. Om bitcoins te maken, moet een computer namelijk heel complexe langdurige calculaties maken. Dit beperkt dus een snelle instroom van nieuwe bitcoins. Een nadeel daarvan is wel dat het rekenen gigantisch veel energie kost, als gevolg waarvan hele bossen verdwijnen. Een ander nadeel is dat de ingebouwde beveiliging kan worden omzeild.

Afgelopen maand probeerde iemand de supercomputer van een Russische kerncentrale te hacken. Dat is niet gelukt, maar het is wachten op de keer of keren dat dat wel lukt. In hetzelfde artikel werd vermeld dat een Russische miljonair twee kerncentrales met supercomputers had gekocht om bitcoins te kunnen maken. Daarnaast, praat ik telkens over de bitcoin, maar er zijn nog vele andere cryptovaluta: ethereum, ripple, litecoin en nog honderden andere. We worden dus letterlijk overspoeld door deze valuta. De zilvervloot is er niets bij.

Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.

John Greijmans

februari 9th, 2018 · by John · Weblog NL

Op diverse plekken kom ik mensen tegen die graag spreken over bitcoins en hoeveel geld je er wel niet mee kunt verdienen. Ik ga nooit op deze gesprekken in. Hooguit maak ik een opmerking over het feit dat we vroeger in de zeventiende eeuw tulpenbollen hadden en dat daar ook mensen heel rijk van zijn geworden… Maar mensen kunnen heel vasthoudend zijn, want ze kennen allemaal iemand die er heel veel geld mee heeft verdiend.

Laat ik het daarom maar eens een keer heel duidelijk stellen: ik geloof niet in bitcoins, noch in enige andere cryptomunt, en ik verklaar iedereen voor gek die daar geld in steekt. Waarop baseer ik deze boude bewering?

 

Waarom hebben we eigenlijk geld?

In het verre verleden is geld ontstaan als ruilmiddel voor handelsdoeleinden. Ruilhandel heeft namelijk één groot nadeel: een transactie is alleen mogelijk tussen producenten die een wederzijds voordeel hebben bij elkaars product. Ik heb een kuipje margarine en dat wil ik ruilen tegen een potje pindakaas. Dan moet ik dus iemand gaan zoeken die één potje pindakaas wil ruilen tegen één kuipje margarine, en dat kan heel lang duren. Geld maakt het mogelijk eerst margarine te verkopen aan iemand die dat nodig heeft, en dan met dat geld pindakaas te kopen van iemand die dat in de aanbieding heeft.

Geld is dus een goed ruilmiddel, of beter gezegd een betaalmiddel. Daarnaast heeft geld nog twee andere functies. Het is een waarde-middel voor de toekomst; we kunnen geld sparen om er later iets duurs van aan te schaffen. En geld is ook een rekeneenheid; het laat zich makkelijk tellen en biedt de mogelijkheid om aan allerlei zaken een waarde toe te kennen.

 

Wat is een bitcoin eigenlijk?

Ooit bestond geld uitsluitend uit muntgeld. Aan die munten werd een waarde toegekend doordat ze een bepaald gewicht aan goud of zilver bevatten. Die edelmetalen stonden dus garant voor de waarde van de munten.

Met de toename van de handel, nam ook de behoefte aan geld als ruilmiddel toe. Banken startten daarom met het uitgeven van bankbiljetten. In tegenstelling tot munten hebben biljetten echter nauwelijks een intrinsieke waarde; oud papier brengt namelijk niet al te veel op. De waarde van deze biljetten  wordt daarom gegarandeerd door de overheid. Je weet dus wat een euro waard is, en wat je er voor kunt kopen in Nederland, vandaag en morgen.

Cryptovaluta als de bitcoin zijn te vergelijken met bankbiljetten, in die zin dat ze geen intrinsieke waarde hebben. Er is echter één fundamenteel verschil: in tegenstelling tot bankbiljetten wordt de waarde van de bitcoin door niemand gegarandeerd. Vandaag kun je er wellicht tienduizend euro voor krijgen, maar morgen misschien helemaal niets.

 

Is de bitcoin eigenlijk wel geld?

Geld heeft zoals gezegd drie functies: betaalmiddel, waarde-middel en rekeneenheid. In principe kun je met een bitcoin betalen, met name in het criminele circuit wordt dat dan ook veel gedaan. Maar zolang ik bij de dealer op de hoek geen volkswagenpolo kan kopen voor één bitcoin, zou ik het geen echt betaalmiddel willen noemen.

Een waarde-middel is de bitcoin wel. Je kunt ze sparen en er zelfs rijk van worden. Daarover later. Een rekeneenheid is het in beginsel ook. Probleem is echter dat de waarde bitcoin nogal fluctueert; gisteren was een polo nog één bitcoin waard, maar vandaag alweer drie. Dus ja, een bitcoin is geld, maar vervult die functie niet al te best.

 

Maar je kun toch rijk worden met bitcoins?

Je kunt inderdaad rijk worden. Dat gaat zelfs relatief eenvoudig. Je hoeft alleen maar het “find te next fool” principe toe te passen. Dat gaat als volgt. Je koopt een euro van iemand voor zeg duizend euro. Dan ga je iemand zoeken die zo gek is daar meer voor te geven. Als dat lukt verkoop je die bitcoin voor bijvoorbeeld twaalfhonderd euro en heb je twintig procent winst gemaakt. Vind je die volgende gek echter niet, dan maak je honderd procent verlies.

Dus ja, je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is inderdaad wat de gek er voor geeft.

 

John Greijmans

maart 13th, 2015 · by John · Weblog EN

To many people, the term debtor carries a negative connotation like that of someone being guilty of a trespass or sin. Under ancient Athenian law debtors could pledge themselves as collateral for a loan. If they failed to pay, they would become the creditor’s slave. During the middle ages, debtors were locked up until their debt was paid. Conditions included starvation and abuse from other prisoners. Some debt prisoners were released from prison to become indentured servants.

Debt collection is the process to ensure that clients pay amounts, which they have not paid on time or even refuse to pay. Calling past due management debt collection however, given the aforementioned negative connotation, can hinder the resolution of the situation and endanger customer relations, future sales, customer retention, as well as harm the seller’s business reputation. The majority of past due customers are not trying to avoid payment; they have valid reasons why they have not paid yet.

Some customers pay late because they choose to practice cash management. These are often big companies who use their vendors as short term financers, and they will not pay any late fees. Other, companies and government agencies are slow payers because they are not well organized and can’t locate the invoice, or they are just plain lazy about taking care of accounts payable.

Other clients have not paid because something went wrong somewhere. One can think of sales or service disputes, shortages or overages, late delivery, lost paperwork, missing information, unauthorized purchases, returns, unissued or misapplied credits, damage, sales guys offering extended terms and failing to tell anyone in Credit, flood, famine, fire, oil spills and earthquakes. Underlying causes can be on the part of the customer, the seller or even come from an outside source. Murphy was an optimist.

Sometimes customers might be willing, but are not able to pay: they simply don’t have the money. This inability is short term and has an understandable explanation: they bill their customers at the end of the month, they have had an unexpected loss or expense, or their business may be of a seasonal nature. Most of these customers can, more or less accurately say when they will be able to pay. There can however, also be long term financial problems, for instance due to the divorce of principals in a small business, loss of a key person, new competition, a new product or service making the customer’s business obsolete. The latter customers represent a large risk of bankruptcy.

It is therefore important to determine why payment has not been made and resolving the matter so that customers pay and purchase again.

Nevertheless, in a limited number of cases debt collections will be needed. Depending on the quality of your credit approval process, a small percentage of customers will try to avoid payment. They are out to beat sellers out of what they owe. They will be un-cooperative and they will lie, break promises or even skip out altogether. Then it’s time for debt collection. Pity you can’t enslave them anymore……

John Greijmans


mei 28th, 2014 · by John · Weblog NL

Voor veel ondernemers is het maken van winst, in ieder geval één van de belangrijkste doelstellingen. Is winst echter wel nastrevenswaardig? Als klanten niet of te laat betalen heb je betrekkelijk weinig aan je winst. Daarnaast is je verkopers ontslaan een goede manier om de winst omhoog te krijgen, maar of je daar als ondernemer zo blij mee moet zijn. Is het daarom niet beter je geld (cash-positie) te maximaliseren? Dit lost het probleem van slecht betalende klanten op, maar verkopers ontslaan lijkt nog steeds, maar ten onrechte geld op te leveren.

De juiste doelstelling voor een onderneming is daarom het maximeren van toekomstige geldstromen. Deze is gericht op cash, maar neem ook toekomstige geldstromen mee. Verkopers ontslaan betekent op korte termijn meer cash, maar leidt na verloop van tijd tot minder inkomende geldstromen. Uitgaande van het principe dat één euro vandaag meer waard is dan één euro morgen, kun je de geldstroom contant maken en heb je de waarde van je bedrijf berekend.

De vraag is dan hoe je waarde kunt creëren? Daarvoor zijn er zeven manieren, die naast elkaar kunnen worden gebruikt: de zeven waarde-drijvers.

Omzetgroei
Hoe meer toekomstige omzet, hoe meer geld bij de onderneming binnenkomt.

Operationele marge percentage
Omzetgroei leidt tot meer inkomende geldstromen, maar als de bijbehorende kosten hoger zijn dan die omzet, stroomt er per saldo geld uit de onderneming en wordt er waarde vernietigd. Zorg dus voor een zo hoog mogelijke operationele marge op de omzet.

Werkkapitaal
Omzetgroei en een positieve operationele marge doen de geldstromen toenemen. Maar als dat geld moet worden gebruikt om debiteuren en voorraden te financieren, dan neemt de waarde niet toe. En wellicht zelfs af. Je kunt het gegenereerde geld immers niet gebruiken.

Investeringen
Investeren brengt ondernemers in een dilemma. Ze kosten geld, en zijn dus in principe waarde-vernietigend. Echter, ze maken wel toekomstige omzetgroei en hogere marges mogelijk. En daardoor creëren ze juist waarde. Zekerheid bestaat niet in ondernemersland, maar het is wel zaak een goede afweging te maken van de risico’s die het doen van investeringen met zich meebrengt. Er moet vooraf een redelijke en onderbouwde verwachting zijn dat de initiële uitgave kleiner is dan de geprognosticeerde inkomsten.

Belastingen
Als je winst maakt moet je belasting betalen. En belasting betalen betekent geld uitgeven. Wederom een reden om niet te streven naar winst. Belasting betalen moet, daaraan ontkom je niet. Maar wellicht is het mogelijk de betaling daarvan te verschuiven naar de toekomst. Contant gemaakt is een belastinguitgave over twee jaar niet zo erg als een uitgave van het zelfde bedrag in dit jaar.

Concurrentiepositie
Je bent goed als ondernemer. Beter dan je concurrenten! Maar hoe lang gaat dat nog duren? Hoe langer je een voordeel op je concurrentie weet te behouden, hoe langer de termijn dat de jaren van hoge omzetgroei en hoge marges duren.

Vermogenskosten
Om de waarde van je onderneming te kunnen bepalen moeten toekomstige kasstromen contant worden gemaakt. Zonder op de nogal technische manier van deze berekeningen in te gaan heb je daar een vermogenskostenvoet, ofwel rentepercentage nodig. Hoe lager de rente, des te hoger de waarde. De vermogenskosten worden vooral bepaald door het risico dat investeerders (aandeelhouders en vreemd-vermogensverschaffers) zien in de activiteiten van je onderneming. Manage daarom je risico’s, dat kan vaak al door ze inzichtelijk te maken.

Samenvattend. Wil je dat je onderneming waarde creëert? Schrijf dan een strategisch plan of een businessplan en beantwoord daarin de volgende zeven vragen:

• Hoe kan ik mijn omzet doen groeien?
• Hoe zorg ik er voor dat de kosten lager blijven dan de omzet?
• Hoe bereik ik dat mijn debiteurenpositie en voorraden zo laag mogelijk zijn?
• Welke investeringen heb ik nodig, en hoe zorg ik er voor dat die renderen?
• Hoe kan ik het betalen van belasting zo lang mogelijk uitstellen?
• Hoe bouw en behoud ik een voorsprong op de concurrentie?
• Wat zijn mijn risico’s, en hoe kan ik die managen?

John Greijmans

juni 17th, 2013 · by John · Weblog EN

Extending credit to customers is like offering clients an interest free loan. There is no immediate expense, but granting credit entails additional costs. Allowing clients to defer payments increases the risk of bad debts and drains your cash flow. The only reason therefore to incur these costs, is to get a profitable sale that would otherwise be lost.

It is the responsibility of Credit Management to make a sale possible and, at the same time manage the costs of extending credit: bad debt and interest. Credit management should therefore be involved in both the credit approval (before the product or service is delivered) and I past due management (after the product or service has been delivered).

If you are a credit manager, you therefore have a tough job to do. Sticking to the Golden Rules below will make your life somewhat easier, but still very challenging.

  1. Determine the creditworthiness of each customer before credit is extended. Assess the credit risk, and based on that set credit terms (days), credit limit (amount) and, if needed securities.
  2. Continuously and at least annually, review the credit rating of existing clients. Always evaluate creditworthiness when clients exceed their limit or when you seek and become aware of other relevant information.
  3. Apply a strict review, authorization and communication process for granting credit limits and setting credit terms. A credit application should contain full business and personal contact details, trading name, credit guarantors, referees, identification number and years in business. Obtain a credit report to determine whether the client is creditworthy.
  4. Send out customer invoices immediately, and allocate payments to outstanding invoices on the day of receipt of the bank statement or remittance.
  5. Have a management review of aging reports at least twice a month and take appropriate actions to resolve issues.  Set targets for improving DSO per client and follow up on plans.
  6. Put customers on credit hold when they exceed their credit limit or when they have past due amounts. Implement a system lock to prevent handling shipments of customers on credit hold.
  7. Follow up collection through reminders and dunning letters. Treat delinquent payment as debt, and decide on what in-house collection measures to take, and when to refer to an external professional.
  8. We are all in Credit Management! Work with sales, operations and other departments to stay on top of what’s happening with a customer and to resolve issues quickly.

These Golden Rules are only a high level overview of what you as a credit manager should do and, no less important what your organization should do to finalize the sale. And the sale is finalized no earlier than the moment the money is on your bank account. In future blogs I will go into more details on the various aspects of credit management.

John Greijmans

maart 19th, 2013 · by John · Weblog NL

Als je vraagt naar de doelstelling van een onderneming, zullen de meesten ‘winst maken’ antwoorden. Het laatste wat een bedrijf echter wil, is winst maken. Daar moet je namelijk alleen maar belasting over betalen. Wat is dan wel het doel van een onderneming?

Een bedrijf is een ding, en kan daarom niets willen. Het gaat dus niet om wat het bedrijf wil, maar wat de bij een bedrijf betrokken mensen willen. Deze (groepen van) mensen worden aangeduid met de term stakeholders (belanghebbenden). Eigenaren en medewerkers zijn stakeholders. Daarnaast hebben ook klanten, leveranciers, partners en de overheid ook een belang bij de onderneming. Iedere groep heeft haar eigen doelstellingen, maar er is ook een algemeen belang: de gezondheid van het bedrijf.

Het doel van een onderneming is dus een samensmelting van de doelen van de stakeholders. Deze samensmelting cumuleert in de doelen van de eigenaren. De eigenaren hebben een ultiem belang bij het bedrijf. Zodra de resultaten van een bedrijf niet meer in lijn zijn met het belang van de eigenaren, zullen de eigenaren de bedrijfsactiviteiten staken. Als er geen bedrijf meer is er ook geen belang meer voor de andere stakeholders.

Het doel van de eigenaren is waardevermeerdering van het bedrijf. De waarde van een bedrijf is de optelling van de (contant gemaakte) verwachte toekomstige vrije kasstromen. En hier zit het uiteindelijke doel: het vergroten van de waarde van het bedrijf ten behoeve van de eigenaren. De waarde wordt vergoot door de toekomstige kasstromen te maximaliseren.

Het genereren van toekomstige geldstromen is dus het doel van een onderneming. Hierbij moet uiteraard rekening worden gehouden met de belangen van andere stakeholders. Hun doelen staan misschien niet voorop, maar hun inbreng is wel cruciaal.

John Greijmans

 

november 20th, 2012 · by John · Weblog NL

In vorige blogs heb ik aandacht besteed aan de centrale doelstelling van iedere onderneming: het genereren van geld. Natuurlijk heeft een onderneming ook andere doelstellingen, zoals omzetgroei en klanttevredenheid, maar als cash niet het centrale doel van een organisatie is, is er geen sprake van een onderneming maar van bijvoorbeeld een klaverjasclub.

Vandaag heb ik het over bedrijven die teveel geld hebben. Dat is namelijk ook niet goed. Geld moet niet roesten op de bank; geld moet rollen. Bedrijven die teveel geld hebben zijn geen goede ondernemingen.

Er zijn drie motieven waarom een bedrijf geld nodig heeft.

Transactiemotief: geld voor de normale activiteiten

Geld is nodig om zaken te kunnen doen. Crediteuren, personeel en niet te vergeten de belastingdienst moeten op tijd worden betaald. Geld aanhouden voor transactiedoeleinden is dus een valide reden. Echter, ook hier geldt dat teveel niet goed is. Het afstemmen van inkomende en uitgaande kasstromen, bijvoorbeeld je crediteuren pas betalen als de betaling van enkele klanten binnen is, doet de transactiebehoefte aan geld verminderen.

Voorzichtigheidsmotief: geld voor onverwachte uitgaven

We leven in onzekere tijden, dus voorzichtig zijn is goed. Dat is waar. Maar ook hier geldt: te voorzichtig is niet goed. Een goede planning van uitgaven en ontvangsten doet de behoefte aan geld voor onverwachte gebeurtenissen verminderen.

Speculatiemotief: geld voor meer geld

Speculatie is het tegenovergestelde van onzekerheid. Je voorziet gebeurtenissen die ertoe zouden kunnen leiden dat er nog meer geld verdiend zou kunnen worden. Je bedrijf houdt bijvoorbeeld extra dollars aan omdat je verwacht dat de koers gaat toenemen. Als je valutahandelaar bent en speculeren je kernactiviteit is, dan is het goed om die dollars aan te houden. Maar dan is geen sprake van speculatie maar van het transactiemotief. Het speculatiemotief is nooit een goede reden om geld aan te houden.

Wat te doen met teveel geld?

Mits er een goede afstemming en planning van ontvangsten en uitgaven is, zijn transactie en voorzichtigheid goede motieven om geld aan te houden. Al het andere geld is geld teveel, en dus niet goed. Je kunt twee dingen doen met een overschot aan geld: investeren in goed renderende nieuwe activiteiten of, als die activiteiten er niet zijn, teruggeven aan de aandeelhouder. Deze kan het dan in andere goed renderende ondernemingen investeren. Zo blijft geld rollen.

John Greijmans

oktober 25th, 2012 · by John · Weblog NL

Ik geef regelmatig trainingen en presentaties over het managen van bedrijven, en begin dan met de voor de hand liggende vraag: wat is het doel van een onderneming? Ik krijg meestal antwoorden als zoveel mogelijk verkopen of veel winst maken. Slechts een enkele keer krijg ik het juiste antwoord, en dat is cashflow genereren. Wat is eigenlijk cashflow, en waarom zou winst of omzet geen doel kunnen zijn?

Veel managers denken dat cashflow gelijk is aan het verschil tussen opbrengsten en kosten. Is dit verschil positief dan stroomt er geld in het bedrijf. Is het saldo negatief dan raakt de kas minder goed gevuld. Hier wordt echter winst verward met cashflow. Winst is maar één van de determinanten van cash flow. Andere factoren zijn:

  • Je verkoopt goederen en stuurt je klant een factuur. De omzet en winst zijn binnen. Maar als de klant die inmiddels debiteur wordt genoemd, de rekening niet betaalt, wacht je nog steeds op je geld.
  • Je wilt klanten op tijd leveren, dus zorg je dat het magazijn goed gevuld is. Voorraad moet echter betaald worden en hoe voller het magazijn, des te leger de kas.
  • Vervelend die leveranciers die al bellen als je een dag te laat met betalen bent. Laten we daarom rekeningen maar onmiddellijk bij ontvangst betalen, dan zijn we van het gezeur af. De crediteur is blij, maar jij bent het geld kwijt.
  • Uitgaven (cash out flow) voor investeringen worden niet als kosten geboekt maar op de balans gezet en over een aantal jaren afgeschreven.

 Wil je cash genereren, dan moet je uiteraard naar omzet en winst kijken, maar als je klanten niet betalen, je voorraad te hoog is, je leveranciers betere cash managers dan jou zijn of je investeringen minder geld opbrengen dan ze hebben gekost, kun je naar de cashflow fluiten.

Kasstroom is Koning! Je moet daarom bijhouden wat je inkomsten en uitgaven zijn en welke consequenties dat heeft voor het saldo op je bankrekening. Cashflow moet je ook plannen. Het is belangrijk vroegtijdig te weten dat je op het einde van de maand onvoldoende geld hebt om de salarissen van je medewerkers te betalen.

John Greijmans

« Older Entries