Posts Tagged ‘Classics’

juni 23rd, 2013 · by John · Weblog NL

 De term economie komt van de Griekse woorden oikos, wat huis betekent en nomos, wat besturen of verdelen kan betekenen. In Nederland spreken we daarom ook van staatshuishoudkunde (macro-economie) en bedrijfshuishoudkunde (micro-economie). Wat niet breed bekend is, is dat niet alleen het woord economie uit het Grieks komt. De economische wetenschap is ook in het klassieke Griekenland begonnen. De filosoof Aristoteles (384 – 322) was, zo niet de eerste, dan wel één van de eerste denkers over prijzen en geld.

Aristoteles en Prijzen

Een prijs moest volgens Aristoteles rechtvaardig zijn. Wat rechtvaardig was werd bepaald door het belang van de gemeenschap (polis of stadstaat). De rechtvaardige prijs mocht niet hoger zijn dan de som van de beloning voor arbeid en een vergoeding voor het verzorgen van het gezin van degene die de arbeid leverde. Dat laatste was namelijk in het belang van het voortbestaan van de polis. Door het rekenen van een rechtvaardige prijs, kreeg eenieder datgene wat hem toekwam.

Hedendaagse economen zullen het niet met Aristoteles eens zijn. In de moderne visie, worden prijzen bepaald door het combineren van vraag en aanbod. De prijs die tot stand komt op de mark, waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten, is een objectief gegeven. Daar komt geen rechtvaardigheid aan te pas. Of niet soms? Toch wel! Vanuit de micro-economie kan namelijk worden bewezen dat, op perfect werkende markten, een prijs tot stand komt waarbij ieder zijn deel krijgt. En dat laatste is de definitie van rechtvaardigheid.

Helaas, perfect werkende markten bestaan alleen in economieboeken, niet in de werkelijkheid. Als we kijken naar de activiteiten van een instantie als de NMA (Nederlandse Mededingingsautoriteit) dan zijn die daarom nog steeds op het rechtvaardigheidsbeginsel gebaseerd. Het wordt namelijk als oneerlijk (onrechtvaardig) gezien als samenwerking van een aantal concurrenten tot kunstmatig hoge prijzen gaat leiden. En wat te denken aan de beloningen en bonussen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Daar wordt steeds heftiger over gediscussieerd. Bij de (semi-)overheid is daarom de Balkenende-norm ingevoerd op een rechtvaardige beloning voor topambtenaren af te dwingen.

Aristoteles en Geld

Volgens Aristoteles werd de prijs, of beter gezegd waarde van geld, niet door rechtvaardigheid bepaald, en ook niet door de gemeenschap en of de wetten van vraag en aanbod. De waarde van het geld werd bepaald door de Koning. Ook hier is niet zoveel veranderd in bijna vijfentwintighonderd jaar. Het enige verschil is dat de Centrale Bank de rol van de overheid heeft overgenomen. Met recht kan daarom worden gesteld dat Aristoteles, naast een geniale filosoof, ook een begenadigd economisch denker was.

John Greijmans

mei 31st, 2013 · by John · Weblog NL

De laatste jaren wordt meer en meer gesproken over begrippen als de lerende onderneming of de lerende maatschappij. Maar wat houden deze begrippen in en helpt een leven lang leren inderdaad om tot een betere onderneming of maatschappij te komen?

Plato schreef er al over in de Politeia, naar school gaan we al heel erg lang. Maar als over een leven lang leren wordt gesproken, wordt daarmee vooral het onderwijs aan volwassenen bedoeld. En dan niet als luxe omdat je toch wat om handen moet hebben, maar als pure noodzaak om te kunnen blijven functioneren in een alsmaar veranderende samenleving.

De gedachte achter het leven lang leren is door de Amerikaanse filosoof John Dewey in drie thema’s samengevat:

  • Onderwijs voor volwassenen slaat niet op de leeftijd van de studenten. De term slaat op het concept dat leren, net als het leven zelf pas eindigt met de volwassenheid. Voor degenen die geloven in het hiernamaals is het dus eeuwigdurend.
  • Onderwijs voor volwassenen is geen beroepsonderwijs, en hoort dat ook niet te zijn. Volwassenenonderwijs begint waar het beroepsonderwijs eindigt. Het doel is namelijk om betekenis te leren geven aan het leven, niet om op te leiden voor een specifiek beroep.
  • Onderwijs aan jongeren (net als het beroepsonderwijs) is vaak gebaseerd op een voorgeschreven curriculum. In volwassenenonderwijs staan de behoefte, interesses en al aanwezige kennis en ervaring van de student centraal. De mens in zijn groei naar volwassenheid is dus het uitgangspunt van een leven lang leren.

Ondanks het feit dat Dewey tot de school van het Pragmatisme hoorde, doen deze uitgangspunten wel heel erg idealistisch aan. Zeker als we dat vergelijken met de roep dat het onderwijs moet zijn gericht op het verkrijgen van vaardigheden om een bijdrage aan de maatschappij te kunnen leveren. Een roep die vanuit het bedrijfsleven, maar vooral vanuit de politiek wordt gehoord.

Vaardigheden zijn van belang. Zonder vaardigheden kan geen beroep worden uitgeoefend en komt er dus geen brood op de plank. Er is dus een economische gedreven noodzaak voor goed beroepsonderwijs. Een mens is echter meer dan de som van zijn vaardigheden. En zelfs zijn beroep doet hij maar een beperkt deel van zijn dag, week, jaar en leven

De Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow wees er in de vijftiger jaren van de vorige eeuw op dat ieder mens een “behoeftenhiërarchie” doorloopt. Hij voldoet eerst aan zijn basisbehoeften (brood op de plank), maar uiteindelijk gaat hij toch streven naar zelfactualisatie en wordt daarmee tot een volledig mens.

Er is dus meer in het leven dan economische noodzaak. En dat “meer” is geen vaardigheid. Het is kennis en wijsheid die ontdekt moet worden, een heel leven lang. Mensen die continu werken aan het zichzelf verbeteren leiden ook tot een betere samenleving.

John Greijmans

mei 15th, 2013 · by John · Weblog NL

Resultaten verbeteren

De kwaliteitscirkel van Deming is ontworpen om kwaliteit te managen en doelstellingen te bereiken.De cirkel beschrijft vier activiteiten die op verbeteringen in alle organisaties van toepassing zijn. Het cyclische karakter garandeert dat de verbetering continu onder de aandacht is. Als je je doel hebt gehaald, ga je over tot de volgende verbetering. De vier activiteiten in de cirkel zijn:

  • PLAN: Stel je een concreet doel, en maak een plan om bepaalde activiteiten te verbeteren.
  • DO: Voer het plan uit.
  • CHECK: Meet de bereikte resultaten en toets die aan de doelstellingen.
  • ACT: Pas het plan, de doelstellingen of de acties aan, als de bereikte resultaten daartoe aanleiding geven.

Elke medewerker is met behulp van de PDCA methode in staat om zijn eigen werkwijze te beoordelen en te verbeteren. De handelingen van de medewerker zijn een deelproces van een “hoger” proces, en management past PDCA toe op dat hogere niveau.

Ik moest aan de kwaliteitscirkel denken bij het lezen van een artikel van Juliette Vasterman in het NRC van 6 mei 2013. Een zwarte school in de Haagse Schilderswijk had dit jaar het predicaat excellent gekregen. Vasterman stelt en beantwoordt vervolgens de vraag: hoe krijgt de school dit voor elkaar? Ik vat hier haar antwoord samen aan de hand van het PDCA model.

 Plan & Do

De directie van de school volgt lezingen en workshops over management en leest boeken van onder andere Stephen Covey. Mede op basis daarvan zijn zestien uitgangspunten geformuleerd, ingelijst en aan de muur gehangen. Er staat onder meer: “Ieder persoon op de Van Ostadeschool gaat voor het hoogst haalbare vervolgonderwijs, ontwikkelt zich en jaagt zijn dromen na, heeft hoge verwachtingen van zichzelf en zijn omgeving”. Bij deze visie horen doelen. Bij die doelen horen weer activiteiten en die zijn vastgelegd in het Schooljaarplan.

Check & Act

Het is hard werken voor de leerkrachten: de inhoud van lessen aanpassen, doelen formuleren en plannen schrijven. In de groepsplannen staat bijvoorbeeld wat de leerkracht de sterke, gemiddelde en zwakkere leerlingen gaat bieden om de doelen te bereiken. De uitvoering van de doelen gaat niet zomaar. Teamleiders en procesmanagers controleren de uitkomst. En om de doelen te halen, is extra expertise en kennis nodig: de 43 leerkrachten krijgen regelmatig bijscholing.

Het resultaat wordt voortdurend beoordeeld en gemeten. In de lokalen hangen grafieken en staafdiagrammen waarop leerlingen kunnen zien of de beoogde klassendoelen zijn gehaald. Kinderen gaan elkaar daardoor helpen om zowel het gezamenlijke, als het daarvan afgeleide persoonlijke doel te bereiken.

Conclusie

De resultaten van de school zijn bovengemiddeld. De gemiddelde Citoscore is dit jaar 533,9. Landelijk is de score 534,7. De Van Ostadeschool zit daar dus 0,8 punten onder. Voor een zwarte school is dat een goede uitkomst. Zeker gezien het feit dat 62 procent van de ouders geen of alleen basisonderwijs heeft gevolgd. Het predikaat excellent is dus zeker verdiend!

Kwaliteitsmanagement en business excellence zoals beschreven in de managementboeken, blijkt dus ook op school haar vruchten af te werpen.

John Greijmans

mei 3rd, 2013 · by John · Weblog NL

Aristoteles (384 – 322) wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke klassieke filosofen in de westerse traditie. Hij had een brede interesse en zijn invloed is terug te vinden in vakgebieden als logica, literatuurstudie en biologie. Velen weten echter niet, dat hij ook een expert op het gebied van IT project management was. Beter gezegd hij zou het zijn geweest als IT al had bestaan in de klassieke oudheid.

Aristoteles heeft namelijk geschreven over verandering, over hoe iets kan ontstaan. En dat is zeer relevant voor projectleiders. Aristoteles ziet verandering als het overgaan van potentie (het vermogen om te veranderen) naar een bepaalde graad van volmaaktheid. Bij elke verandering kun je volgens hem vier vragen stellen: Wat is er veranderd? Hoe is dat tot stand gekomen? Wat heeft de verandering teweeggebracht? En, met welk doel heeft die verandering plaatsgevonden?

Om deze vragen te beantwoorden geeft Aristoteles vier “oorzaken”. Het voorbeeld van een beeldhouwer die een bronzen beeld van prinses Beatrix maakt, kan deze enigszins abstracte begrippen verduidelijken:

  • De materiële oorzaak is het brons, het materiaal waarvan het beeld wordt gemaakt.
  • De formele oorzaak is het idee van de beeldhouwer over hoe het beeld er uit moet gaan zien.
  • De bewegende oorzaak is de beeldhouwer, die zorgt dat het beeld er komt.
  • De finale oorzaak is het doel waarvoor het beeld is gemaakt: een herinnering aan het vorige staatshoofd.

Aristoteles zag de finale oorzaak als de belangrijkste. In de middeleeuwen die sterk schatplichtig aan Aristoteles waren, werd deze dan ook de oorzaak der oorzaken genoemd. Het concept van de vier oorzaken kunnen we zondermeer toepassen op IT projecten.

  • De materiële oorzaak is de hardware, software en andere componenten die moeten worden gecombineerd om tot een oplossing te komen.
  • De formele oorzaak is de architectuur, het ontwerp van de oplossing.
  • De bewegende oorzaak wordt gevormd door de activiteiten om de oplossing te bouwen.
  • Dat wat met de oplossing wat moet worden bereikt, de waarde die de oplossing gaat toevoegen vormt de finale oorzaak.

IT projectmedewerkers weten veel van hard- en software, ze kunnen heel goed een architectuur maken en zijn experts in het realiseren van een dergelijk ontwerp. Wat echter vaak wordt vergeten is zeker te stellen dat het doel wel wordt bereikt. Wordt er waarde gecreëerd met het realiseren van het systeem? Zonder waarde is de “oplossing” immers waardeloos.

Bij het samenstellen van het project team moet er daarom rekening mee worden gehouden, dan niet alleen de technische kennis voor wat betreft materiaal, ontwerp en ontwikkeling wordt meegenomen, maar dat er ook een sterke focus ligt op het bereiken van het doel. Dat doel is niet een systeem bouwen. Dat kunnen onze IT-collega’s wel. Het doel is de finale oorzaak, de waarde die het systeem gaat creëren voor de organisatie. En dat is geen IT-verantwoordelijkheid; dat is een business verantwoordelijkheid.

John Greijmans

 

 

 

 

april 13th, 2013 · by John · Weblog NL

Abraham Maslow (1908-1970) was een Amerikaans psycholoog. Hij is bekend geworden door de naar hem vernoemde piramide. In deze piramide rangschikte Maslow de universele behoeften van de mens in een hiërarchie. Is aan de behoefte op een lager niveau in de piramide voldaan, dan zal de mens streven naar bevrediging van de behoeften hoger in de hiërarchie.

  1. Fysiologische behoeften zoals slaap, voedsel en drinken.
  2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid zijn bijvoorbeeld: huisvesting, werk en relaties.
  3. Behoefte aan saamhorigheid, behoefte aan vriendschap, liefde en positief-sociale relaties.
  4. Behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect.
  5. Behoefte aan zelfverwerkelijking of zelfactualisatie.

Het is niet mogelijk om bepaalde niveaus over te slaan. Iemand die door het Rijksmuseum loopt (zoeken naar schoonheid) en honger (fysiologische behoefte) krijgt, zal proberen iets te eten voordat hij verder kan gaan met het zoeken naar meer schoonheid.

Ik moest aan Maslow denken toen ik een artikel las over vader en zoon Robert en Edward Skidelsky. Zoon is filosoof, vader hoogleraar politieke economie. In de economische wetenschap wordt de mens gezien als een wezen met oneindige verlangens of behoeften. De economie moet daarom blijven groeien om steeds maar weer aan die verlangens te blijven doen.

De Skidelsky’s ontkennen niet dat de we moeten groeien om onze behoeften te bevredigen. Ze stellen echter wel een vraag. Waarvoor willen we eigenlijk groeien? En ze hebben ook nog een antwoord: we zouden geld moeten willen hebben om een goed leven te kunnen leiden. Dat lijkt mooi, maar roept wel een andere vraag op: Wat is het goede leven en wat heb je daarvoor nodig?

Aristoteles (384 – 322) noemde het goede leven eudaimonia en definieert dat als het streven naar gelukzaligheid (blijheid). Eudaimonia kan worden bereikt door contemplatie, de studie van de filosofie. Belangrijk daarbij is het inzicht te kiezen voor het bepalen van het ‘midden’ tussen tekort en overdaad.

Ook de Skidelsky’s stellen een filosofische vraag: wat hoopten we te krijgen toen we begonnen met rijker worden. Voor de meeste westerlingen zal het antwoord daarop veelal zijn: Gezondheid, vriendschap, respect en zinvolle tijdsbesteding. De basisvoorwaarden om goed te kunnen leven zijn immers al vervuld. Hun conclusie is dan ook dat een goed leven er anders uit ziet dan het leven van de moderne consument.

Maslow, Aristoteles en de Skidelsky’s, hoewel bijna 2500 jaar uit elkaar, zeggen dus eigenlijk hetzelfde. In onze samenleving is al ruim voorzien in de fysiologische behoeften. Materiele groei is daarom niet meer nodig. Alle ruimte voor geestelijke groei. Of we dat nu zelfverwerkelijking of eudaimonia noemen.

John Greijmans

Newer Entries »