Posts Tagged ‘Effectiviteit’

oktober 30th, 2016 · by John · Weblog NL

Startups zijn hot, en dat is goed. Het is goed voor de economie -die krijgt er een behoorlijke portie dynamiek bij- en het is goed voor de startende ondernemer, die de kans grijpt om zijn droom te realiseren. Bij het starten van een eigen bedrijf komt echter veel kijken. Veel adviseurs raden je daarom aan om eerst een ondernemingsplan te schrijven. Dus dat ga je doen. En na enkele maanden is het resultaat daar: een dik pak papier vol berekeningen en goed doordachte analyses. Op basis daarvan wil de bank wel een financiering geven en kun je nu echt aan het werk gaan. Maar wat blijkt? Ondanks alle tijd en onderzoek die je heb gestoken in het ondernemingsplan, kopen de klanten je product niet! 

Een ondernemingsplan lijkt dus weinig zin te hebben, maar wat is het alternatief? Zomaar wat proberen en kijken wat er uit komt? Ook dat heeft weinig zin. Deze methode kan weliswaar leiden tot een geslaagde startup, maar dat wordt dan eerder bepaald door het toeval. Met andere woorden de kans op succes is even groot als bij een ondernemingsplan. Ik adviseer daarom de Lean Startup methode. 

Het basisprincipe van Lean Startup: experimenteren en testen

Een ding wat je als startend ondernemer moet accepteren is dat je fouten zult maken, en dat dat een positief aspect van ondernemerschap is. Je kun er namelijk van leren en dus weer een stap verder komen in het bouwen van je bedrijf. Je ondernemingsplan was goed doordacht, maar je ging het pas testen bij de klant, toen je product al klaar was. Dat had veel eerder moeten en kunnen gebeuren. 

Voordat je je baan opzegt, je spaargeld aanspreekt en investeerders benadert, moet je vaststellen, dat je een bestaand probleem oplost, voor een zo gedetailleerd mogelijke klantendoelgroep, die  genoeg wil betalen voor een oplossing, zodat je zeker weet dat je er een gezond bedrijf van kan maken. 

En hoe gaat dat testen in zijn werk?

De beste manier om van je klanten te leren is open vragen te stellen, het liefst face-to-face, waarbij je vraagt naar hun ervaringen rondom het probleem dat je in gedachten hebt. Ervaren ze die problemen inderdaad en welke alternatieven hebben zij nu, om die problemen op te lossen? Daarbij geldt dat “niets” ook een alternatief is. 

In plaats van een lijvig ondernemingsplan, maak je daarom een één-A4-actieplan. Daarin staat dat je (1) een zo specifiek mogelijke doelgroep moet vinden die bereid is je product te testen. Met deze early adopters ga je (2) bepalen of er een probleem is, en of dat probleem een oplossing waard is. Tot slot (3) maak je een zo simpel mogelijke uitvoering van je oplossing en gaat die testen bij de doelgroep. Op basis van de uitkomst daarvan pas je je oplossing aan en…gaat weer testen.  

Dit testen gaat net zo lang door, tot jij er van overtuigd bent dat je oplossing inderdaad de problemen van je doelgroep oplost én dat je klanten er voldoende voor willen betalen om je product op een winstgevende manier in de markt te kunnen zetten. 

Samenvattend: de voordelen van Lean Startup

De traditionele methode voor het creëren een startup was om veel tijd en geld te steken in een goed doortimmerd ondernemingsplan en dan aan de slag te gaan. Bij een Lean Startup investeer je ook tijd, maar relatief weinig geld. Deze nieuwe methode dwingt je te leren, in plaats van te gokken.

Het geeft je daarmee richting voor de korte termijn en voorkomt verspilling op de lange termijn. Precies wat we van Lean mogen verwachten.  

John Greijmans

augustus 29th, 2014 · by John · Weblog NL

In het NRC Handelsblad van maandag 25 augustus 2014 schrijft Hans Biesheuvel een artikel. Biesheuvel is ondernemer, investeerder en initiatiefnemer van ONL voor Ondernemers. Deze Stichting wil opkomen voor de belangen van (kleine) ondernemers. Zijn stelling is: maak arbeid goedkoper en zorg dat de koopkracht stijgt, en je zult zien dat er veel banen bijkomen. Uiteraard preekt Biesheuvel voor eigen parochie, maar toch worden in het artikel een aantal interessante zaken benoemd.

Het gaat beter met de economie
Diverse bronnen hebben bericht, dat de Nederlandse economie weer groeit. Een probleem is echter de werkgelegenheid: die blijft achter. Het aantal banen neemt nog steeds af, omdat ze verdwijnen naar het buitenland of omdat werk wordt overgenomen door computers en robots.

De kleine ondernemer is de oplossing,….
Volgens Biesheuvel moeten we naar de ondernemer kijken voor het genereren van groei, belastinginkomsten en koopkracht, maar ook en zeker voor nieuwe banen. Vijfentachtig procent van de nieuwe banen zit bij ondernemers met minder dan 25 werknemers zitten. En hoe zit het met de multinationals? De afgelopen decennia verdwenen 156.000 banen bij de zes grootste bedrijven. In de jaren zeventig werkte één op de vijfentwintig Nederlanders bij Philips, DSM, AkzoNobel, Unilever, Heineken of Shell. Nu is dat nog maar een half procent.

…maar dan moet er wel flexibiliteit zijn…
Ondernemers zijn huiverig mensen aan te nemen omdat de markt grillig is. Vanwege die altijd onzekere toekomst, wil je flexibiliteit als je iemand aanneemt, en er niet voor altijd aan vastzitten. Als een groot bedrijf iemand aanneemt die ziek wordt of niet functioneert, is dat geen groot probleem. Voor een klein bedrijf is het dat wel. Ook de nieuwe Wet Werk en Zekerheid biedt volgens Biesheuvel geen soelaas: vast is vaster geworden en flex minder flex. Kortom, de ondernemer zal dus minder banen creëren.

…en moet de wig tussen bruto- en nettoloon kleiner worden.
Het gat tussen wat een werkgever moet betalen voor een werknemer en wat de laatste op zijn bankrekening krijgt is te groot, volgens Biesheuvel. Arbeid is dus te duur. Niet alleen voor de ondernemer, maar ook voor de werknemer die daardoor minder te besteden heeft. Als je arbeid dus goedkoper maakt en zorgt dat de koopkracht stijgt, zullen er veel banen bijkomen.

Biesheuvel sluit zijn artikel af met: “De ondernemer is de locomotief, die voor groei zorgt, voor koopkracht en voor banen.” Ik heb daaraan niets toe te voegen.

John Greijmans

 

 

juli 5th, 2014 · by John · Weblog NL

Ondernemer zijn betekent initiatief nemen. Een ondernemer is iemand die alert is op kansen. Creativiteit speelt daarbij een belangrijke rol. Veel mensen denken dat creativiteit iets is dat voortkomt uit inspiratie. Dat het onvoorspelbaar is, en slechts weinigen geschonken. Onderzoek wijst echter uit, dat iedereen met de juiste opleiding en met voldoende gezond verstand creatieve en innovatieve ideeën kan leveren. Wil je ondernemen, dat moet je de volgende mythes over creativiteit niet geloven.

1. Eureka!
Nieuwe ideeën ontstaan niet in een flits. Vernieuwende inzichten zijn het resultaat van hard werken en goed nadenken. Geen inspiratie maar transpiratie dus. Gedachtes en inzichten nestelen zich in je onderbewustzijn. Loop je dan tegen een probleem of onderwerp aan, dan kan het lijken of een idee plotseling in je opkomt. Dat is echter alleen mogelijk als je je hersenen al heel veel werk hebt laten doen.

2. Het zit in de genen
Veel mensen geloven dat creativiteit erfelijk is bepaald. Dat is niet waar! Er is niet zoiets als een creatief gen dat van generatie tot generatie wordt doorgegeven. Creatieve oplossingen komen van mensen die hard werken en vertrouwen in zichzelf hebben.

3. Originaliteit
Intellectueel eigendom, het idee dat een creatief idee het eigendom is van de persoon die het heeft bedacht, is onzin. Nieuwe ideeën zijn altijd combinaties van bestaande inzichten. Het delen van bestaande ideeën is zelfs de drijvende motor achter innovatie. Zoals Isaac Newton (1643-1727) zei: “If I have seen further, it is by standing on the shoulders of giants”.

4. Ideeën komen van experts
Heel veel bedrijven zetten een team van experts op een bepaald gebied bij elkaar en verwachten dan dat innovatieve inzichten als vanzelf ontstaan. De moeilijkste problemen worden vaak echter opgelost als een buitenstaander wordt ingeschakeld. Iemand die niet door bestaande kennis wordt beperkt en dus “buiten de doos” kan denken.

5. De eenzame schepper
De geschiedenis wordt vaak herschreven om grote en belangrijke innovaties aan één specifieke persoon te kunnen toewijzen. Gemakshalve wordt vergeten dat er ook veel hulp van andere personen is geweest. Creativiteit is een teamprestatie.

6. Brainstormen creëert creativiteit
Voor veel consultants is het de oplossing om tot creativiteit te komen: ga bij elkaar zitten en roep van alles, schrijf het op en bekijk later of er goede ideeën bij zitten. Helaas, brainstormen kan helpen, maar biedt geen enkele garantie op creativiteit.

7. Geen beperkingen!
Als mensen beperkingen wordt opgelegd, dat zal dat hun creativiteit verminderen. Ze hebben immers minder mogelijkheden. Om creativiteit te stimuleren moet je alle middelen ter beschikking stellen. Ook dit is een mythe. Beperking en creativiteit versterken elkaar. Een tekort aan middelen dwingt je naar nieuwe oplossingen te zoeken.

8. De valkuil
Dan heb je eindelijk het idee, en dan denkt iedereen dat de taak is afgerond. Maar ook een innovatief idee moet worden verkocht. Kom daarom uit de valkuil. Marketing en communicatie om de juiste klanten te vinden zijn van levensbelang. En wellicht krijg je daardoor een nog beter idee.

Conclusie
We hebben acht mythes gezien, maar wat is nu het werkelijke verhaal achter creativiteit? Er zijn vier kwaliteitsdrijvers: kennis, een methodologie voor creativiteit, mensen die echt mee willen doen en de organisatie die nieuwe ideeën wil accepteren. Waar deze vier drijvers samenkomen, daar is waar creativiteit gebeurt.

Kan daarmee iedereen ondernemer worden? Helaas, creativiteit is een noodzakelijke, maar nog lang geen voldoende voorwaarde voor ondernemerschap. Er komt meer bij ondernemerschap kijken dan alleen maar creativiteit.

John Greijmans

 

september 24th, 2013 · by John · Weblog NL

Een paar maanden geleden deed ik jullie een bekentenis: ik kon niet netwerken. Ik heb veel reacties gekregen op die blog, waaronder een aanbod om een workshop netwerken te volgen bij BRIGHTIDEAZ. Twee weken geleden heb ik die workshop gevolgd. Wat kwam daar aan bod? En, heb ik er iets aan gehad?

Wat is netwerken?
Na de kennismaking begon de workshop met een vraag die ik al had verwacht: wat is netwerken? Ik was voorbereid en definieerde netwerken als het benaderen van mensen en het onderhouden van contacten die nuttig kunnen zijn voor mijn carrière. Deze definitie was niet fout, maar een belangrijk element ontbrak. Netwerken is namelijk geven en nemen. Aan de ene kant, help jij anderen verder door informatie te geven en mensen aan elkaar voor te stellen. Anderzijds kom je, met behulp van je netwerk verder doordat mensen jou waardevolle informatie geven.

Waarom netwerken?
Netwerken is goed voor me. Dat wist ik al. Maar in de workshop leerde ik eindelijk waarom netwerken zo belangrijk is.

  • Mensen die je nu kent, kunnen invloedrijk worden. Medestudenten blijven niet studeren, collega’s maken carrière en vrienden van vrienden starten bedrijven en kunnen succesvol worden.
  • Wanneer je alleen omgaat met mensen in jouw sociale kring ontwikkel je een eenzijdig wereldbeeld. Nieuwe mensen brengen nieuwe inzichten en ervaringen. Daardoor leer je de wereld en de mensheid beter begrijpen.
  • Een mens kan niet zonder andere mensen. We zijn sociale wezens. Een groot netwerk zorgt voor diversiteit. Je kunt met je gevoelens terecht bij verschillende mensen. Bovendien maakt gevarieerd sociaal contact ons blij.
  • Nieuwe mensen openen nieuwe mogelijkheden. Een nieuwe vriend kan je bijvoorbeeld zomaar op een VIP lijst plaatsen voor een concert.
  • Een groot netwerk betekent meer invloed. Wanneer veel mensen je mogen is het eenvoudiger om je ideeën te verspreiden.
  • Wanneer veel mensen je aardig, geweldig of professioneel vinden, ontwikkel je een sterke reputatie.

Waar netwerken?
Er zijn talloze manieren om te netwerken. Om te beginnen is er je privé-omgeving. Ook dat is een onderdeel zijn van je zakelijke netwerk. Digitaal is LinkedIn een goede plek om te netwerken. In de reële wereld, kun je denken aan volgende mogelijkheden:

  • Afhankelijk van wie je wilt ontmoeten, kies je een netwerkclub waar jij je prettig bij voelt. Ben je ondernemer? Kijk dan bijvoorbeeld op de site van ondernemersnetwerken.
  • Iets goeds doen voor de maatschappij en daardoor je netwerk uitbreiden met interessante mensen. Dat bereik je door je als vrijwilliger in te zetten.
  • Seminars, workshops en netwerk-lunches. Je kunt elke dag wel ergens een bijeenkomst bijwonen. Je gaat er naar toe om te netwerken en omdat er vaak een spreker is, steek je er nog wat van op ook.
  • Nieuwe klanten ontmoet je niet bij brancheverenigingen, maar het is wel dé manier om te sparren over je werkzaamheden. Daarbij blijf je op de hoogte van ontwikkelingen in jouw branche.

Wat is het doel van netwerken?
Denk altijd eerst na over het doel wat je met netwerken wil bereiken. Dat heeft een aantal voordelen: je kunt gericht met anderen gaan praten en je kunt een vraag aan iemand concreter formuleren.  Als je weet wat je wilt en daar met anderen over praat, komen interessante weetjes en contacten van je netwerkpartner vaak als vanzelf naar boven.

Wat zijn de spelregels bij netwerken?

  • Leg en onderhoud contacten op een natuurlijke manier. Richt je eerst op de relatie en pas later op de zaken. Je begint meestal met brengen voordat je kunt komen halen.
  • Netwerken is gebaseerd op ‘vertrouwen’ en ‘gunnen’. Als je gaat netwerken met mensen waar je het niet goed mee kan vinden wordt ‘gunnen’ lastig;
  • Als je een tip of uitnodiging krijgt, bedank dan je contact en laat weten wat je ermee gedaan hebt en wat de uitkomst was.
  • Wees geïnteresseerd, luister en vraag goed door. Zo kom je een heleboel te weten waar jij wat aan kan hebben, of waarmee je misschien een ander kan helpen;
  • Houd de dresscode van de bijeenkomst in acht, en blijf jezelf!
  • Ga niet tegen je zin in naar een bijeenkomst. Je houding zal je verraden en tegen je werken.
  • Je hebt interesse in iemand of je hebt het niet. Ga dus niet doen alsof je interesse hebt.
  • Netwerk zonder iets te ‘moeten’ of te ‘willen’. Komen er een keer geen concrete zaken op je pad, dan is het jammer maar helaas.
  • Praat niet negatief over anderen. De wereld is klein en negatieve uitspraken kunnen bij je terugkomen en het jezelf erg ongemakkelijk maken;
  • Ga naast virtueel netwerken ook de deur uit. Echte ontmoetingen en contact zijn belangrijk voor je netwerk.
  • Praat niet te lang over jezelf, je dienst of product. Je wilt niet als een ‘opschepper’ overkomen. Bovendien kan je gesprekspartner denken dat je niet geïnteresseerd in hem bent.

Tot slot
Heb ik wat van de workshop opgestoken? Ja! Bijzonder veel zelfs. Ben ik nu een netwerker pur sang geworden? Nee, dat niet. Maar ik voel wel dat ik op de goede weg ben. En ik zal de tijd nemen om te blijven oefenen!

John Greijmans

 

augustus 6th, 2013 · by John · Weblog NL

Effectiviteit: vroeger en nu
Marketeers waren vroeger uitermate goed in het bedenken, realiseren en uitvoeren van publiciteitscampagnes. Ook financieel waren zij goed onderlegd: ze wisten precies welk budget ze nodig hadden om een campagne tot een succes te maken. Als ik hen echter vroeg wat dat succes was, wat met andere woorden het project zou opleveren, kwamen zij vaak met niet of nauwelijks meetbare doelstellingen. Van mij werd dan verwacht dat ik op basis daarvan een niet onaanzienlijk bedrag aan marketingkosten moest vrijgeven.

Enkele weken geleden kwam ik één van mijn oude collega’s tegen. Internet en e-mail hadden alles veranderd volgens hem. Hij kon nu het effect van e-mail en on-line campagnes meten met behulp van open- en click-kengetallen. Maar zijn huidige controller was nog steeds niet tevreden. Hoe kon dat nu?

Effectiviteit zoals het moet
Het resultaat van een campagne gemeten in termen van het aantal mensen dat een website bezoekt, is uiteindelijk niet waar het om gaat. Het gaat om omzet en winst. E-mail marketingstatistieken zijn belangrijk, maar vertellen niet het volledige verhaal. Veel bezoekers is mooi, maar als ze niet bestellen hebben we er niets aan.

Voor marketing zijn de doelen vaak: acquisitie (meer klanten), retentie (klanten behouden) en/of groei (klanten kopen meer). Voor een e-mailcampagne van een bedrijf dat opleidingen levert, worden dan de volgende stappen doorlopen:

  1. Bepaal het doel, bijvoorbeeld acquisitie.
  2. Vertaal dit doel in een concrete en meetbare doelstelling: meer dan tweehonderd nieuwe cursisten die elk € 2.000 besteden. Dat is dus € 400.000 omzet.
  3. Voer de e-mailcampagne uit: stuur een e-mail naar tienduizend potentiële cursisten.
  4. Meet het effect van de mailing: vijfduizend mensen hebben de website bezocht en zijn gemiddeld één minuut gebleven, 95% heeft alleen de homepage bezocht en honderd cursisten hebben zich daadwerkelijk ingeschreven.

Slechts honderd mensen hebben zich ingeschreven. Is de campagne dan mislukt?

Campagne mislukt, maar geen weggegooid geld
Het doel is inderdaad niet gehaald, maar de campagne heeft waardevolle informatie opgeleverd om te bepalen wat de reden daarvoor is.

  • 50% van degenen die een e-mail hebben ontvangen hebben de website bezocht. Dat is een hoge score. De kwaliteit van het mailbestand en de inhoud van de e-mail waren blijkbaar goed.
  • Gemiddeld zijn de mensen maar één minuut gebleven en 95% kwam niet verder dan de homepage. De kwaliteit van de website is blijkbaar niet zodanig, dat mensen worden uitgenodigd om op de site te blijven.
  • 40% van de mensen die naar de cursussen hebben gekeken, hebben zich ook ingeschreven. Wederom een goede score. Blijkbaar is er inderdaad iets mis met de homepage. Dat moet nader worden onderzocht.

De doelstelling is niet gehaald, maar de analyse van de resultaten heeft belangrijke punten opgeleverd waar verbetering mogelijk is. Toekomstige campagnes kunnen daarom veel effectiever zijn. Een mislukte campagne, maar geen weggegooid geld.

Het was vroeger zo, en zal altijd zo blijven: Stel jezelf een doel en maak een plan om dat te realiseren. Voer het plan uit en bepaal of je de doelstelling hebt gehaald. Heb je de doelstelling niet gehaald, welke verbeterpunten zijn er dan. Heb je de doelstelling wel gehaald, wat waren dan de succesfactoren en hoe kun het de volgende keer nog beter doen. Zo brengt ook marketing zijn geld op.

John Greijmans