Posts Tagged ‘Kosten besparen’

april 8th, 2018 · by John · Weblog NL

Meer en meer omvat moderne informatietechnologie ons leven. Neem e-mail. Vanaf het moment dat je wakker wordt, lijkt het wel of je inbox je toeroept om te kijken welke nieuwe berichten nu weer binnen zijn gekomen. En jij, net als de meeste anderen ons, geeft toe en opent het eerste e-mail, en daarna volgen nog vele anderen. Ons brein haat onzekerheid. Daarom willen we graag weten wat er is gebeurd en zijn we bang iets te missen. Maar na 30 of 40 e-mails te hebben verwerkt raakt je geest uitgeput en hou je nauwelijks tijd over om andere, meer zinvolle dingen te doen.

Ons vermogen om beslissingen te nemen is ontstaan in een tijd waarin mensen veel minder over veel minder complexe zaken moesten nadenken. Dat vermogen is niet in gelijke mate mee-geëvolueerd met de ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie en sociale media. We kunnen dus niet alles bijhouden en we zouden het daarom ook niet moeten proberen. Maar hoe managen we de continue stroom van e-mailberichten dan? 

Krijg je e-mail onder controle

Ga op een geheel andere manier met e-mail om. Begin bijvoorbeeld je dag niet meer met e-mail, en stel je e-mail-app zo in dat er niet automatisch e-mail wordt gedownload. Schakel in ieder geval de “you’ve got mail”-melding uit. Bepaal zelf het tijdstip waarop je je e-mails gaat verwerken. Dat is bij voorkeur later op de dag als je al hersenkracht voor andere belangrijkere zaken hebt gebruikt. 

Zorg dat je collega’s en vrienden weten hoe jij je e-mail wilt gebruiken. E-mails moeten kort en bondig zijn en alleen worden gebruikt als een persoonlijk of telefonisch gesprek geen optie is. Hoe eenvoudiger communicatie is, hoe waarschijnlijker het is dat de berichten het gewenste effect hebben op de geadresseerden. 

Het kan zijn dat je tegen het equivalent van een faillissement aanloopt: je bent volledig ondergesneeuwd door e-mail en hebt geen tijd om alles op te ruimen. Harde maatregelen zijn dan noodzakelijk: veeg je inbox schoon, gooi alles weg en begin met een schone lei. Het is drastisch, maar het werkt. Natuurlijk gooi je dan ook belangrijke documenten weg, maar er zijn genoeg vriendelijke mensen die je een reminder sturen als je niet reageert, dus dat komt wel goed. 

Geef je prioriteiten prioriteit

Begin met het stellen van duidelijke doelen. We hebben allemaal de neiging dat te doen – we willen immers allemaal iets bereiken –, maar we vergeten die doelen ook weer snel. Door doelstellingen op te schrijven verhoog je de kans dat ze worden bereikt. Prioritering is een van de meest energieverslindende processen in de hersenen. Dat betekent dat het beste kunt doen als je geest fris en uitgerust is. Reserveer daarom tijd om je gedachten te ordenen.  

De Eisenhower-matrix is een veelgebruikt model binnen timemanagement. De matrix bestaat uit vier kwadranten: belangrijk / urgent, belangrijk / niet urgent, niet belangrijk / urgent en niet belangrijk / niet urgent. Door te bepalen binnen welk kwadrant een e-mail of taak valt wordt tegelijkertijd de prioriteit gesteld, en kun je beslissen taken over te dragen of te delegeren dan wel het onmiddellijk te doen of in een planning op te nemen.  

E-mail, en overigens ook alle vergelijkbare berichtenverspreiders als whatsapp, is een groot en belangrijk goed. Maar zorg dat het je niet overvleugelt. Jij bent immers de baas en je bepaalt je eigen doelstellingen, en het ligt niet voor de hand om “e-mail lezen” als belangrijkste doel in je leven te benoemen. 

John Greijmans

april 10th, 2016 · by John · Weblog NL

Velen zullen zich nog de reclamespot van Victoria Vesta herinneren, waarin een verzekeringsadviseur op bezoek gaat bij de biljarter Raymond Ceulemans. Als hij de biljarttafel ziet, stoot de adviseur ook een balletje en doet dit zeer vakkundig, maar blijft bescheiden en zegt: “Nou dat valt niet mee meneer Ceulemans, maar gelukkig heb ik van verzekeringen meer verstand”. Sinds een jaar werk ik in die wondere wereld van verzekeringen, en in dat jaar heb ik weliswaar veel geleerd, maar een expert ben ik niet echt geworden. Maar gelukkig heb ik van logistiek meer verstand! 

Logistiek in Verzekeringsland

Een korte maar zeer bruikbare definitie van logistiek is “de juiste dingen, op de juiste tijd, op de juiste plaats, in de juiste hoeveelheden tegen minimale kosten”. Met andere woorden,  gewenste goederen moeten snel naar de bestemming worden gebracht. En dat allemaal zo goedkoop mogelijk. 

Als we ons focussen op de markt voor verzekeringen,  waarin volgens de Wet Financieel Toezicht, het klantbelang centraal moet staan, zou de definitie als volgt kunnen worden verwoord: het voor de klant juiste verzekeringsproduct zo snel mogelijk van verzekeraar naar consument te brengen. En dat tegen de, wederom voor de klant laagste kosten. 

In de verzekeringsmarkt zijn er grofweg drie verschillende distributiekanalen: (1)  de klant bestelt rechtstreeks bij de verzekeraar, (2) de klant gaat naar een vergelijkingssite en sluit daar een verzekering af en, tot slot (3) de klant gaat naar een tussenpersoon en volgt diens advies. Welke van deze kanalen voldoet nu het best aan de definitie? 

Rechtstreeks van verzekeraar naar klant

Direct van verzekeringsmaatschappij naar naar de consument lijkt de goedkoopste, en in ieder geval snelste oplossing. Ideaal dus? Nee! Als hij maar één verzekeraar raadpleegt heeft de klant namelijk geen zekerheid dat hij het juiste product heeft afgenomen. De verzekeraar zal hem advies geven, maar dat is, haast per definitie niet onafhankelijk. Uiteraard kan de klant zelf diverse verzekeraars om advies vragen, maar dat is dan weer niet snel en niet goedkoop. 

Een korte omweg via een vergelijkingssite

Online, via sites van onder andere Independer | Achmea en de Consumentenbond, kan de klant verzekeringen vergelijken en de juiste kiezen. Snel en goedkoop, dus ideaal! Nee, ook hier niet! Om onduidelijke reden worden schadeverzekeringen namelijk ‘simple risk’ genoemd. Onduidelijk, omdat deze verzekeringen vaak helemaal niet eenvoudig zijn. De gemiddelde klant ontbeert de kennis om de juiste keuze te maken, en vergelijkingssites geven geen advies. Daarnaast is er sprake van verborgen kosten; de consumentenbond ontvangt gemiddeld zo’n honderd euro voor elke afgesloten verzekering. Honderd euro die door de klant wordt betaald. 

Een lange omweg via een tussenpersoon

Een tussenpersoon geeft de klant een persoonlijk advies over welke verzekering het beste is, en de klant kan onmiddellijk een verzekering bij hem afsluiten. Snel en goed dit kanaal, maar helaas niet goedkoop. De tussenpersoon ontvangt namelijk provisie op de door hem verkochte verzekeringen. Het gaat daarbij snel om 20% van de jaarlijkse premie. Op zich is dat al een ruime vergoeding, maar provisies creëren ook een ‘perverse prikkel’ om een klant te veel en te dure verzekeringen te laten afsluiten. 

Wat is dan wel een ideaal distributiekanaal?

We hebben gezien dat een tussenpersoon in principe een juist advies kan geven. We moeten alleen wat aan de kosten doen. Als de tussenpersoon zich transformeert tot onafhankelijk adviseur, kan hij de provisie achterwege lagen. Dat levert de klant een besparing op van 20%.  

Uiteraard moet de adviseur ook eten en zal dus zijn klant moeten vragen om voor de diensten te betalen. Dat kan in de vorm van een service-abonnement van minder dan twee tientjes per maand. Per saldo gaat een gemiddeld huishouden er dan nog steeds enkele honderden euro per jaar op vooruit. 

Het is daarbij noodzakelijk dat de adviseur dan ook zijn eigen kostenstructuur aanpast; het service-abonnement brengt nu eenmaal minder op dan de jaarlijks terugkerende provisie. Maar daar zijn gelukkig logistieke oplossingen voor beschikbaar. 

John Greijmans

november 18th, 2013 · by John · Weblog NL

De Cloud, een veel gebruikte term, waar veel mensen van gehoord hebben, maar waarvan maar heel wat minder personen kunnen zeggen wat het is. Daarom in deze weblog een poging om drie vragen te beantwoorden: Wat is de Cloud? Wat zijn de voordelen van de Cloud?. Hoe kan ik met de Cloud beginnen?

Wat is de Cloud?
De geschiedenis van de Cloud gaat terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw. In die tijd was een computer zo groot als een ruime kamer. Deze mainframes waren zo duur, dat het onmogelijk was iedere gebruiker een aparte computer te geven. Om daarvoor een oplossing te bieden werd time sharing geïntroduceerd. Met Time sharing konden verschillende gebruikers van dezelfde computer en van dezelfde opgeslagen gegevens gebruik maken. Wat toen time sharing werd genoemd, heet nu cloud computing.

De Cloud bestaat niet, in de zin dat het niet iets is wat je kunt zien of vastgrijpen. De Cloud is een netwerk van met elkaar verbonden computerservers. Elke server binnen dat netwerk heeft een bepaalde functie. Er zijn servers die moeten rekenen, andere servers worden gebruikt om bijvoorbeeld software te downloaden en daarnaast is opslaan van gegevens (bijvoorbeeld de foto’s op Facebook) een belangrijke taak.

Wat zijn de voordelen van de Cloud?
Bedrijven stappen vaak om financiële reden over naar de Cloud. Bij het investeren in conventionele computerapparatuur gaat het om aanzienlijk bedragen. Een probleem daarbij is dat het vaak moeilijk te bepalen is hoeveel je exact nodig hebt. Voor je het weet heb je te veel capaciteit aangeschaft. Bij de Cloud betaal je alleen wat je gebruikt. Dure overcapaciteit bestaat dus niet meer.

Maar er zijn ook operationele voordelen. In het verleden kon je met de software van je bedrijf alleen op die computers werken waar die software op geïnstalleerd was. De Cloud maakt het mogelijk om over al en te allen tijde toegang te krijgen.

Hoe kan ik met de Cloud beginnen?
In zeven stappen kun je volledig Cloud-proof worden:

1. Deel bestanden met collega’s via Dropbox. Google Docs of Evernote in plaats van ze rond te mailen ter revisie.
2. Geen overvolle vergaderruimtes en geen files. Doe meer in minder tijd door te vergaderen via Lync of Google Hangout.
3. Zet een back-up van al je belangrijke bedrijfsgegevens in de Cloud, met bijvoorbeeld Clouddrive of KPN Back-up online.
4. Werk online samen aan projecten met producten als Asana, Evernote Business of Basecamp.
5. Zet functies als mail en agenda in de Cloud. Kijk hiervoor naar producten als Exchange online of Google Agenda.
6. Ga je boeking online doen met ReelEezie of houd je klanten bij met PerfectOffice.
7. Doe je hardware de deur uit en werk volledig online, bijvoorbeeld met MKB Werkplek Online.

John Greijmans

oktober 28th, 2013 · by John · Weblog NL

Na tien jaar woedt er weer een prijzenslag tussen de supermarkten. De consument is door de crisis meer gespitst op aanbiedingen en winkelt selectiever. De Telegraaf noemde de prijzenslag daarom ook de enige oorlog die mensen deed lachen. Laten wij eens het slagveld overzien en bekijken of de prijsoorlog inderdaad zo fijn is voor consumenten, supermarktpersoneel en leveranciers.

Gemiddeld genomen dalen de prijzen
Een pot Calvé pindakaas kost in 2013 € 2,80 euro. Tien jaar geleden € 2,20. Het algemeen prijspeil is sinds 2013 met bijna 20% toegenomen. Pindakaas is dus relatief ruim 40% goedkoper geworden.
Andere producten zijn echter duurder geworden! Inprijsverhoogd.nl laat zien dat in augustus 2013 de prijs van een fles Witte Reus is verhoogd van € 6,01 naar € 14,84. Die goedkope fles was misschien een actie, maar inprijsverhoogd.nl heeft uitgerekend dat prijsverhogingen meestal groter zijn (14,3%) dan prijsverlagingen (4,5%).

Dus ja, prijzen worden verlaagd maar ook vaak met één flinke verhoging weer teniet gedaan. Toch zijn consumenten gebaat bij een prijzenoorlog. In de afgelopen tien jaar zijn de prijzen in de supermarkt minder gestegen dan het algemene prijspeil.

Consumenten denken dat ze geld besparen
Een prijzenslag werkt alleen als consumenten op de kleintjes werken. Deloitte constateerde een paar maanden geleden dat consumenten inderdaad “significant vaker” op aanbiedingen letten. Ze pluizen de weekfolders uit en gaan naar de ene supermarkt voor hun wasmiddel en naar de andere voor hun toiletpapier. Overigens heeft onderzoek aangetoond dat als consumenten willen besparen, zij hun aankopen níét moeten spreiden over supermarkten. De consument bespaart weliswaar op afzonderlijke producten, maar geeft in totaal meer geld uit aan boodschappen dan wanneer hij naar één winkel was gegaan.

Leveranciers en werknemers zijn oorlogsslachtoffers
Een pot pindakaas is 40% goedkoper geworden. Op indexmundi.com zien we dat in dezelfde tijd de prijs van 1000 kilo ‘ruwe’ pinda’s is toegenomen van USD 960 tot USD 2.500. Dat is 60% duurder! De prijzenoorlog kost handenvol geld. Initieel moeten supermarkten genoegen nemen met minder winst, maar dat verdienen ze terug door te snijden in personeel en te besparen op leveranciers.

De vakbonden stellen dat de prijzenslag vooral ten koste gaat van de werknemers. Zij betalen uiteindelijk de goedkope boodschappen van de consument. Zo worden vakkenvullers al op hun negentiende met pensioen gestuurd en vervangen door veel goedkopere zestienjarigen. De brancheorganisatie FNLI schatte dat de vorige prijzenoorlog „een paar duizend” arbeidsplaatsen had gekost. Zo schrapte AH bijvoorbeeld 440 banen op het hoofdkantoor. En één jaar na de eerste prijzenslag, stond in het personeelsblad van Albert Heijn dat het kantoor- en distributiepersoneel “minder tevreden” was geworden.

Bijna de helft van de kosten van de prijsverlagingen werd afgewenteld op de fabrikanten. Jumbo stuurde zijn leveranciers doodleuk een brief met de mededeling dat zij de rekening van de prijzenslag op zich moesten nemen door over de hele linie prijzen wederom met 2% te verlagen. Supermarkten dwingen fabrikanten voor lagere prijzen te leveren, waardoor de winstmarges fors omlaag gingen.

En de toekomst ziet er niet veel beter uit
Werknemers en fabrikanten zijn het slachtoffer vanwege de macht die de supermarkten op hen kunnen uitoefenen. Werknemers en fabrikanten hebben ook geen keus. De werknemer niet omdat vanwege de werkloosheid moeilijk aan ander werk is te komen en de fabrikant niet, omdat hij vaak maar één verkoopkanaal heeft om zijn producten te slijten.

John Greijmans

september 18th, 2013 · by John · Weblog NL

In 2014 mogen financiële tussenpersonen als vermogensbeheerders en assurantieadviseurs geen provisie meer in rekening brengen. Een bankier krijgt nu nog vaak rond de 1% provisie op elke euro die jij, op basis van zijn advies, belegt in aandelen. Ook een bankier is niets menselijks vreemd. Hij is daarom (onbewust) geneigd jou juist die producten te adviseren waarvoor hij de hoogste provisie ontvangt. Jij koopt dus de beleggingsproducten waaraan je adviseur het meest verdient. En dat zijn niet noodzakelijkerwijs de producten die jou het meeste geld opleveren.

De overheid verbiedt verkoopprovisies per 2014. De vergoeding voor advies en beheer mag dan niet meer worden versleuteld in provisies, maar moet rechtstreeks aan de adviseur of beheerder worden betaald. Wellicht dat je gaat schrikken van de rekening. Ik betaal mijn verzekeringsadviseur toch al snel € 100,- per uur. Maar aan de andere kant bespaar ik wel ongeveer 25% op de premies. Per saldo ben ik goedkoper uit.
We lopen langzamerhand tegen het eind van 2013, en dat is dus een goed moment om op zoek te gaan naar uitstekend goed advies voor een lage prijs. Begin met je huidige leverancier, bijvoorbeeld je bankier. Vraag een schriftelijke opgave van wat je kwijt bent aan advies, beheer, bewaarloon en transactiekosten? Kijk goed waarin de bank zoal voor je belegt. Zijn dat de goedkope en heldere indexbeleggingen? Of zijn het toch weer die eigen onverklaarbaar dure eigen fondsen van de bank? Als je in deze dure fondsen blijft beleggen, blijf je nog steeds de melkkoe van de bank.

De bank wil graag zijn melkkoeien behouden en zal je daarom proberen te paaien met een prachtig en uitermate concurrerend contract. Leest dat voorstel goed door. Belangrijker nog, vraag ook offertes aan andere adviseurs. Twee punten waarop je zeker moet letten zijn:

  • Beheervergoeding op spaargeld. Nooit accepteren.
  • Prestatievergoeding: Alleen accepteren als de kosten van de beheerder van de winst worden en afgehaald, en als eventuele verliezen uit voorgaande jaren worden meegenomen. Anders room je de winst af, maar blijft het verlies geheel voor jou.

Eis ook dat je zonder opzegtermijn kunt opzeggen en dat je je beleggingen desgewenst binnen een week kan verkopen. Zo blijf je flexibel, en kun je onmiddellijk afscheid nemen als je betere of goedkopere dienstverlener hebt gevonden. Twee handige sites om kosten en diensten van financiële adviezen te vergelijken zijn beleggingsmatch.nl en vermogensbeheer.nl.

2014 wordt een mooi jaar! De provisies gaan weg en je financieel adviseur moet nu echt advies gaan geven vanuit jouw belang! Doet hij dat niet, of is hij te duur. Dan kun je gewoon naar een goedkopere en betere adviseur gaan.

John Greijmans

augustus 12th, 2013 · by John · Weblog NL

Zowel in de Harvard Business Review (HBR), als in het NRC van de afgelopen week stond een artikel over een belangrijke kostenpost in bedrijven: het management. Deze laag van bazen en bovenbazen besteedt een groot deel van haar tijd aan het toezien of en hoe ‘hun” medewerkers werken. Medewerkers die vaak uitermate kundig zijn en heel goed zelf weten wat ze moeten doen. Is het management inderdaad een te grote belasting voor een organisatie? En, is een onderneming daarom niet beter af zonder management?

HBR: een antwoord vanuit de theorie
Management heeft de neiging exponentieel te groeien. Een kleine organisatie heeft bijvoorbeeld 1 manager en 10 medewerkers. Een organisatie van 100.000 personen heeft dan geen 10.000 maar 11.111 managers nodig. Want al die managers moeten ook weer gemanaged worden. Management is niet gemakkelijk. Het is een heel moeilijk vak. Daarom heeft elke manager ook nog eens ondersteuning nodig. Niet alleen een secretaresse, maar ook een controller en een HR-medewerker. En als het dan echt moeilijk wordt? Dan zijn er nog altijd externe consultants.

Managers managen naast medewerkers ook andere managers. Op één niveau wordt dat echter niet gedaan: aan de top. We kennen allemaal de voorbeelden van mensen die in de hiërarchie opgeklommen zijn tot CEO. Eenmaal boven aangekomen denken ze alles te kunnen, maar staan ze letterlijk en figuurlijk het verst van de werkvloer af. Ze willen en dulden geen tegenspraak en nemen daarom vaak de verkeerde beslissingen. De kosten daarvan drukken op de onderneming.

Op de lagere niveaus worden managers dus wel gecontroleerd. Dit leidt dan echter weer tot lange goedkeuringstrajecten, waarin goede ideeën vaak in de verkeerde richting worden bijgestuurd. Managers weten het immers beter dan de professionals op de werkvloer.

NRC: een antwoord vanuit de praktijk
Het Nederlandse bedrijf Lable maakt software voor de zorgsector. Het is een onderneming zonder managers en zonder vaste functies. Net als bij financieel dienstverlener Finext en het Parktheater. Medewerkers kunnen zelf invulling geven aan hun rol binnen de organisatie. Een tweetal voorbeelden van hoe dat in de praktijk werkt.

  • Lable heeft nog nooit een vacature hoeven plaatsen; alles verliep via spontane sollicitaties of via kennissen van een naburige Hogeschool.
  • Over investeringen en andere plannen wordt besloten in een voltallige vergadering. Van de aankoop van een koffiemachine tot de projectstrategie: alles staat open voor discussie. Een idee wordt pas aangenomen wanneer er geen sterke tegenargumenten meer zijn. “Het kan lang duren, maar op deze manier kan iedereen zich in hetzelfde idee vinden”, zegt een medewerker.

Theorie en praktijk gecombineerd
De HBR komt met voorbeelden van bekende situaties waaruit blijkt dat een organisatie vaak te veel management en managementondersteuners heeft. Daarnaast (managers zijn ook maar mensen) nemen ze foute beslissingen, die tot hoge extra kosten kunnen leiden. Het NRC is positief over het reilen en zeilen van het ‘arbeiderszelfbestuur’ bij Lable, maar voorziet problemen als het bedrijf groter gaat worden.

Een eenduidig antwoord is niet te geven, maar managers zouden zich wel vaker moeten afvragen of ze nog waarde toevoegen aan de organisatie. De theorie wijst immers uit dat managers vaak overbodig zijn, en de praktijk laat zien dat het ook zonder hen kan.

John Greijmans

juli 27th, 2013 · by John · Weblog NL

De zorg blijft duurder worden en kostenoverschrijdingen leiden iedere keer weer tot bezuinigingsmaatregelen. Dit is geen typisch Nederlands probleem, het speelt in veel meer landen. In de NRC van de afgelopen week stond een interessant interview met Denis Cortese. Deze Amerikaanse hoogleraar formuleerde een tweetal ideeën hoe de uitgaven in de zorg te beheersen, en hoe artsen en ziekenhuizen te motiveren om mensen zo snel mogelijk gezond te maken.

Waarom wordt de zorg steeds duurder?
Cortese geeft een bijna Marxistische verklaring voor de steeds hogere kosten in de zorg: de technologische vooruitgang. Hij geeft het voorbeeld van bestraling als behandeling voor prostaatkanker. Een dergelijke behandeling kost USD 30.000. Sinds kort is er een nieuwe methode, de protonentherapie die USD 50,000 kost. Niemand weet nog of de nieuwe manier van behandelen beter is, maar hij wordt toch al op ruime schaal toegepast. De kosten nemen dus toe, zonder dat we weten of dat het gewenste effect heeft.

Het zou beter zijn om snel te leren bij welke patiënten een behandeling effect heeft en bij welke niet. Bij elke nieuwe behandeling en bij elk nieuw medicijn moeten de effecten consequent worden bestudeerd. Bij alle gebruikers. Dan kunnen we binnen twee jaar weten of iets een verbetering of verslechtering is, in plaats van daarop soms twintig jaar te wachten.

We betalen niet alleen teveel, we betalen verkeerd!
In de zorg krijgen we niet waarvoor we betalen. De hoge kosten zijn op zich geen probleem als we ze kunnen betalen. En als we willen kunnen we dat. Het probleem is dat we geen waarde voor ons geld krijgen. We willen, en betalen voor, goede, veilige en snelle zorg die tevreden stelt. Maar over het algemeen krijgen we die niet, of op zijn minst niet optimaal.
In zijn oplossing volgt Cortese wederom een klassiek economisch uitgangspunt: koppel betaling en gewenst resultaat aan elkaar. „Als je patiënten zo goed mogelijk behandelt, ze geen complicaties hebben, er geen infecties in het ziekenhuis zijn, dan zijn ze niet langer in het ziekenhuis dan nodig.” Als een zorginstelling dat klaarspeelt hebben ze de kosten dus omlaag gebracht.

Om de prikkel tot kostenbesparingen daar te leggen waar de kosten worden gemaakt, stelt Cortese voor dat ziekenhuizen en artsen hun eigen zorgverzekeraar oprichten. Als artsen en ziekenhuizen de kosten naar beneden krijgen, verdienen ze immers daaraan als ze zelf zorgverzekeraar zijn.

Samenvattend….
Cortese heeft twee oplossingen. Introduceer alleen nieuwe methoden na ze op grote schaal, maar wel snel te hebben getest op effectiviteit. Als een behandeling niet helpt, pas hem dan ook niet toe. Dat bespaart kosten. Betaal artsen en ziekenhuizen voor wat ze toch al zouden moeten leveren: patiënten zo goed als mogelijk behandelen, zorgen dat er geen complicaties of infecties zijn, en ze niet meer of langer behandelen als nodig is. Eenvoudige oplossingen die wellicht zouden kunnen werken. Zullen we ze snel en uitgebreid gaan testen?

John Greijmans

juli 11th, 2013 · by John · Weblog NL

Een belangrijk argument om activiteiten uit te besteden is tijd. Ondernemers hebben zijn druk bezig met geld verdienen. De kosten van uitbesteden wegen daarom vaak op tegen het extra geld dat gegenereerd wordt. Toch heeft uitbesteden meer voordelen dan tijd, en ook meer nadelen dan geld. Het is goed daar eens bij stil te staan.

Uitbesteden of niet?

De kernvraag bij uitbesteden is: wat ga je doen met de tijd die je door het outsourcen kunt vrijmaken? Kun je daardoor meer omzet genereren, netwerk events bezoeken of de relatie met je klanten versterken? Als, vooral het eerste deel van deze vraag positief wordt beantwoord, dan moet je er aan gaan denken om de boekhouding uit te besteden. De extra omzet moet uiteraard wel opwegen tegen de hogere kosten.

Als je uitbesteedt aan de goede persoon heeft dat een additioneel voordeel. De administratieve activiteiten worden uitgevoerd door een expert, die het werk waarschijnlijk beter en sneller kan dan jij zelf. De kwaliteit en efficiency van de financiële administratie gaan dus omhoog.

Uitbesteden aan wie?

Een zoekterm als “boekhouden voor ondernemers” heeft meer dan 250.000 hits op Google. Er zijn genoeg aanbieders, van zzp’ers tot grote administratie- en accountantskantoren. Iemand vinden is dus niet moeilijk, de juiste persoon vinden is dat echter wel! Vraag altijd eerst rond in je eigen netwerk. Als iemand die je vertrouwt, al een lange en goede werkrelatie heeft met zijn boekhouder, dan is dat zeker een reden met hem of haar te gaan praten.

Wat ga je uitbesteden?

Denk goed na over wat je gaat uitbesteden. Alle activiteiten overdragen aan een boekhouder lijkt voor de hand te liggen. Hij is immers de expert en jouw tijd is geld. Niets is echter minder waar, want de boekhouding door derden laten doen heeft ook nadelen.

De meeste boekhouders zullen je aanbieden om de BTW-aangifte per kwartaal te doen en de jaarrekening op te stellen. In de praktijk betekent dat echter dat je doet wat wettelijk voorgeschreven is, maar dat je niet meer weet wat er in je onderneming gebeurt.

De BTW-aangifte geeft de bedragen voor te vorderen en te betalen BTW en saldeert die. Verder zegt de aangifte niets. De jaarrekening geeft meer informatie, maar in een gestandaardiseerd overzicht, wat niet hoeft aan te sluiten bij wat je nodig hebt om je bedrijf te managen. Een groter nadeel is dat een jaarrekening vaak pas een halfjaar na het einde van het boekjaar klaar is. Dat is laat om er achter te komen, dat het niet zo goed gaat in je onderneming.

Moet ik nu wel of niet uitbesteden?

Uitbesteden biedt voordelen in termen van tijd om belangrijkere zaken te doen en kwaliteit van het werk. Mijn advies aan startende en kleine ondernemers is daarom bijna altijd om de administratie uit te besteden. De nadelen kunnen worden opgelost door de boekhouder te vragen elke maand een balans en resultatenrekening te maken en die in detail met je te bespreken. Staat alles er in wat er in moet zitten, en begrijp je wat er staat? Als je die vragen kunt beantwoorden zal dat helpen je bedrijf beter te leiden.

Een goedkoper alternatief is om de boekhouder te laten werken met een on-line boekhoudsysteem. Jij vult, op je eigen kantoor, de mutaties in en de boekhouder controleert die. Elk boekhoudsysteem kan een balans en resultatenrekening uitdraaien. Deze oplossing kost je weliswaar iets meer tijd, maar is minder duur en levert je toch de juiste informatie.

John Greijmans

mei 26th, 2013 · by John · Weblog NL

De Romeinse god Janus wordt met twee gezichten afgebeeld. Deze gezichten representeren tegenstellingen, zoals begin en einde, maan en zon, of oorlog en vrede. De term januskop wordt dan ook gebruikt om te benadrukken dat iets diverse tegengestelde eigenschappen of karakteristieken heeft. In de economische wetenschap zou de term gebruikt kunnen worden om de twee  aspecten van aandeelhouderschap te onderscheiden.

In het Engels wordt het mooi gezegd: value is what we value. Dit zou je letterlijk kunnen vertalen als: waarde is wat wij waarderen. Maar een betere vertaling vind ik toch: waarde is wat wij belangrijk vinden. En een aandeelhouder vindt waarde belangrijk. Hij of zij wil dat het bedrijf waarin hij heeft geïnvesteerd waarde creëert. Deze aandeelhouderswaarde komt tot uitdrukking in de beurskoers van het bedrijf en het dividend dat wordt uitgekeerd. Net als Janus heeft aandeelhouderswaarde echter twee gezichten: echte waarde creëren en beurskoers manipuleren.

Creëren van Waarde

In de economische theorie wordt de waarde van een onderneming berekend door toekomstige geldstromen contant te maken. Bij het creëren van waarde gaat het er om er voor te zorgen dat het bedrijf meer geld gaat verdienen. Hieraan ten grondslag ligt de lange termijn visie dat een investering die nu wordt gedaan weliswaar geld kost, maar dat dat geld in de toekomst ruimschoots wordt terugverdiend.

Aan dat terugverdienen zitten risico’s, er is namelijk geen zekerheid dat het uitgegeven geldt wordt terugverdiend. Daarnaast blijft het adagium gelden dat het beter is geld vandaag dan morgen te hebben. De theorie van de waarde-creatie houdt daar rekening mee door toekomstige onzekere geldbedragen terug te rekenen naar de waarde van vandaag. Een euro vandaag wordt daardoor vergelijkbaar met een euro morgen.

Een hoge waarde van een bedrijf wordt op de financiële markten vertaald naar een hoge beurskoers.

Manipuleren van de Beurskoers

De lange termijn wordt door veel beursgenoteerde ondernemingen uit het oog verloren. De korte termijn regeert. De kwartaalresultaten vallen tegen, omdat er bijvoorbeeld uitgaven voor veelbelovend onderzoek en ontwikkeling zijn gedaan. Tegenvallende resultaten presenteren betekent in bijna alle gevallen dat de beurskoers zal dalen. Aandeelhouders houden immers alleen van stijgende resultaten.

Het is tegenwoordig haast een Pavlov-reactie: resultaten vallen tegen, dus moet in de kosten worden gesneden. Er wordt bijvoorbeeld besloten de afdeling voor onderzoek en ontwikkeling drastisch in te krimpen. Aandeelhouders vinden dat prachtig want lagere kosten betekenen hogere kwartaalresultaten, en dus een hogere beurskoers.

Hier bepaalt blijkbaar de beurskoers de waarde van de onderneming.

Wat moeten we met die Januskop?

De aandeelhouder heeft dus inderdaad een Januskop. Enerzijds wil hij dat waarde gecreëerd wordt door een lange termijn visie te hanteren. Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling zijn weliswaar kosten nu, maar brengen geld op in de toekomst. Anderzijds is hij de eerste om te zeggen dat er in de kosten moet worden gesneden om de kwartaalresultaten en dus de beurskoers te verhogen.

Waarde creëren en beurskoers manipuleren gaan echter niet samen. Snijden in uitgaven die in de toekomst geld opleveren betekent waarde vernietigen – er komt immers minder geld binnen – en (op termijn) dus een lagere beurskoers. Van Kooten en De Bie hadden gelijk toen ze zongen: “Wat moet je met die Januskop, daar schiet toch niemand iets mee op. Het is een kwestie van een knop, en die moet enkel even om”.

John Greijmans

april 22nd, 2013 · by John · Weblog NL

Afgelopen zaterdag 20 april, stond er een artikel in het NRC van Niels Feitsma, met als onderwerp: de nadelen van flexwerk, ook voor een bedrijf. Ik zie echter vooral voordelen, zowel voor de onderneming als de werknemer.

Flexwerk bederft bedrijven

Het grote nadeel aan flexwerk, schrijft Feitsma, is dat mensen telkens opnieuw moeten worden ingewerkt, omdat ervaren, productieve krachten na verloop van tijd weer moeten vertrekken. En dit is een verlies voor het bedrijf.

Wat betekent flexibilisering in de praktijk? Een uitzendkracht kan zo maar, van het ene op het andere moment, op straat gezet worden. In ondernemingen met veel flexwerkers worden voortdurend mensen geworven, voortdurend mensen ingewerkt en voortdurend mensen ontslagen. Slechts zelden wordt de vraag gesteld of al die flexibilisering wel goed is voor deze bedrijven.

Volgens Feitsma heeft de inzet van flexwerkers grote, onopgemerkte nadelen voor het bedrijfsresultaat. Flexibilisering is naar zijn mening een modeverschijnsel. Het is een doel op zich geworden waarvan de voordelen sterk worden overschat. Goed teamwork kan namelijk alleen wanneer mensen lang met elkaar samenwerken. Telkens nieuwe mensen gaat ten koste van het tempo van de hele afdeling. Het duurt namelijk een hele tijd voordat nieuwe medewerkers hun productiviteitsdoelstellingen halen, en tot die tijd zijn zij niet rendabel.

Flexwerk verbetert bedrijven

Er zijn veel branches die moeten omgaan met een sterk seizoenpatroon in de afzet van producten en diensten. Voorbeelden zijn strandtenten op Scheveningen of wijnhandelaren, die in de weken voor de jaarwisseling grote hoeveelheden wijn in kistjes moeten inpakken. Dit soort bedrijven kampt dus bijna altijd met een kloof tussen de vraag uit de markt (kistjes wijn) en het aanbod aan arbeid (wijninpakkers). Er zijn twee extremen in de oplossingen voor deze mis-match.

Aan de ene kant kun je de hoeveelheid mensen aanpassen aan het werk in het piekseizoen. Alle mensen zijn dan het gehele jaar in vaste dienst en hoeven dus maar één keer te worden ingewerkt. Probleem opgelost? Nee! Mensen in vaste dienst moeten worden betaald, ook als er geen werk is. Dat betekent dat de prijzen in de piekmaanden zo hoog moeten worden gemaakt dat ze de kosten voor het hele jaar dekken. Ik ben bang dat een bedrijf dat zo iets doet zich snel uit de markt prijst. Verder lijkt het ook voor de werknemers niet motiverend om elf maanden per jaar niets te doen om dan één maand te kunnen werken.

De tweede oplossing lijkt een beetje op de situatie die Feitsma schetst. Geen vaste mensen in dienst, en als het hoogseizoen start mensen voor een beperkte tijd inhuren. Een perfecte match tussen vraag en aanbod, maar er zitten inderdaad grote nadelen aan. De uitzendkrachten moeten inderdaad worden ingewerkt en wie zou dat kunnen doen?

Tussen deze extremen moet de guldenmiddenweg worden gevonden. Deze zal er voor elk bedrijf anders uitzien, maar komt in grote lijnen op het volgende neer. Om het seizoenpatroon te managen wordt volstaan met een kernteam van vaste medewerkers. Deze mensen handelen tijdens het laagseizoen de eventuele vraag af (kistjes wijn worden het hele jaar door gevraagd) en kunnen tijdens het hoogseizoen de tijdelijk ingehuurde medewerkers trainen.

Deze oplossing is niet nieuw, maar werkt wel. Daarnaast kun je altijd nog naar out-of-the-box oplossingen zoeken. Zo is er een strandtent die mensen in de zomer inhuurt in continentaal Nederland (Scheveningen) en in de winter werk biedt in Caribisch Nederland (Bonaire). Ik denk dat daar wel vrijwilligers voor te vinden zijn.

John Greijmans

 

« Older Entries