Posts Tagged ‘Mismanagement’

mei 22nd, 2018 · by John · Weblog NL

Ik had me voorgenomen geen artikelen meer over bitcoins te schrijven. Drie was mooi genoeg. Maar op mijn laatste blog kreeg ik een reactie van iemand die het niet met mij eens was. Dat juich ik toe, zeker omdat ik die niet zo vaak krijg, als het over bitcoins gaat. Daarom nog één keer: de bitcoin. De ontvangen reactie was kort: “Dit mag je dezelfde strijd noemen als de PTT Post tegen de e-mail. Blockchain is de toekomst.”. Maar ook een korte zin kan veel informatie bevatten.

Wat als eerste opvalt is het gebrek aan historische kennis. Dertig jaar geleden was er inderdaad een bedrijf dat PTT Post heette, tien jaar later heette het TPG Post, daarna TNT Post en nu alweer enkele jaren is de naam PostNL. Daarnaast is het natuurlijk niet “de PTT Post”, maar gewoon PTT Post. Wat echter van belang is, is dat deze organisatie, onder welke naam dan ook, nooit heeft gestreden tegen e-mails. Die vergelijking gaat dus mank. Maar er is wel iets te zeggen over de relatie tussen e-mail en bitcoin, zowel op het gebied van de gebruikte technologie en de eigenschappen van het product.

Technologie

E-mail is gebaseerd op internettechnologie. Die bestaat al zo’n veertig jaar en heeft zich bewezen door een veelheid van toepassingen. De bitcoin is gebaseerd op blockchaintechnologie, nog niet zo oud als het internet, maar wel veelbelovend. En die belofte voor de toekomst gaat vele malen verder dan cryptovaluta waar iedereen het mee associeert. Een half minuutje googelen levert je vele voorbeelden op van veel interessantere toepassingen.

Product

E-mail heeft niet alleen een groot deel van de communicatie op papier vervangen, het heeft schriftelijk communiceren veel gemakkelijker gemaakt. Vandaar de exponentiele toename in het gebruik. Uiteraard zijn er ook negatieve kanten, maar per saldo is sprake van een groot succes.

De bitcoin was bedoeld om geld te vervangen. Het gaat daarbij niet om het vervangen van papieren geld, dat was veel langer daarvoor al gedaan door giraal geld. In eerste instantie werd het eigendom van het giraal geld bijgehouden door banken met behulp van papieren registers. Deze werden later vervangen door computers. Zo bezien is de bitcoin niet nieuw; het is giraal geld dat wordt geregistreerd met blockchaintechnologie, registers op computers dus.

Giraal geld is bedoeld om te betalen en om saldi aan te houden voor het doen van toekomstige uitgaven. Niemand denkt dat zulk geld, afgezien van een kleine rentevergoeding, vanzelf en als maar meer waard wordt. Eén euro vandaag is één euro morgen, en niet opeens honderden euro’s.

Een leuk idee om de bitcoin voor betalingen te gebruiken, maar in de praktijk was dat wat onhandig en gebeurde het dus niet of nauwelijks. Cryptovaluta worden wel gebruikt om tegoeden aan te houden. Maar dan gaat iedereen denken dat die tegoeden vanzelf meer waard worden. Hoe dat feitelijk en objectief in zijn werk gaat kan niemand echter uitleggen. Anders dan uiteraard op basis van het next-fool-principe: je zoekt een andere gek die meer geld wil uitgeven aan iets dat intrinsiek niets waard is.

Tot slot

De overeenkomst tussen e-mail en bitcoin is dat beide gebaseerd zijn op elektronische technologie. Het grote verschil is dat een e-mail, afhankelijk van de inhoud, nog iets waard kan zijn. Een bitcoin heeft geen enkele intrinsieke waarde. In die zin lijkt een bitcoin op spam: je wilt het niet ontvangen, en als je het dan toch krijgt, wil je er zo snel mogelijk van af.

John Greijmans

mei 11th, 2018 · by John · Weblog NL

In 2016 heb ik een aantal kritische blogs over de Autoriteit Financiële Markten (AFM) geschreven. Zo hekelde ik het feit dat de AFM individuele medewerkers in een organisatie dwingt zich aan de geldende wet- en regelgeving te houden en het klantbelang centraal te stellen, maar weigert deze medewerkers te ondersteunen als dat tot een conflict met het management van die organisatie leidt.

Nu schrijf ik wederom over de AFM, maar dan in positieve zin. Wat las ik namelijk in een artikel in het NRC van 12 april 2018? De AFM stelt dat: “de tijd is rijp voor aanpak cryptomunten en digitale beursgangen”, en even verder “toezichthouder volhardt in kritiek op digitale ‘beursgangen’”.

In recente blogs heb ik duidelijk gemaakt dat ik niets van de bitcoin en andere cryptovaluta moet hebben. Zo schreef ik op 9 februari 2018: “je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is [..] wat de gek er voor geeft. En op 13 maart van dit jaar: “Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.”

En nu pleit de AFM dat er snel Europese afspraken moeten komen over de regels rondom cryptovaluta en digitale  ‘beursgangen’. Deze oproep volgt op twee waarschuwingen. In juni 2017 wees de toezichthouder op de grote risico’s van beleggen in virtuele valuta, en in november van dat jaar waarschuwde zij over oplichting en manipulatie bij Initial Coin Offerings (ICO’s), een alternatief voor een traditionele beursgang. Bij een ICO geeft een bedrijf digitale ‘tokens’ uit (bewijzen van deelname), die dan kunnen worden gekocht en verhandeld door ‘investeerders’.

De waarde van de bitcoin steeg in 2017 van 900 dollar naar bijna 19.000 dollar en staat nu op minder dan 7.000 dollar. Er zijn dus mensen die aardig wat geld hebben verloren. In het echt als ze in december gekocht en later verkocht hebben, en virtueel als ze nog niet verkocht hebben, in de hoogstwaarschijnlijk ijdele hoop dat de prijs wel weer omhoog zou gaan.

Cryptomunten als bitcoin  waren oorspronkelijk bedoeld als betaalmiddel, maar daarvoor zijn ze in de praktijk te duur en te langzaam. Daarna zijn ze geëvolueerd naar een speculatieve belegging. “Investeerders lopen een zeer hoge kans op verlies van hun volledige inleg” zegt ook de AFM. ICO’s baren de toezichthouder al helemaal zorgen: de “anonimiteit leidt tot veel problemen. Crimineel gedrag, terrorismefinanciering [en] witwassen.

Wellicht enigszins megalomaan om me op gelijke voet te stellen met de AFM, maar als wij beiden het met elkaar eens zijn, dan moet het toch waar zijn: de bitcoin is niets waard.

John Greijmans

maart 13th, 2018 · by John · Weblog NL

In mijn vorige blog over bitcoins schreef ik dat in het verleden edelmetalen als geld werden gebruikt, net zo als sommigen onder ons nu denken dat de bitcoin als geld gebruikt kan worden. Deze week wil ik een andere overeenkomst tussen zilver en bitcoins behandelen, en ook daarvoor moet ik terug in de geschiedenis.

Piet Hein en de Zilvervloot

Vanaf de vijftiende eeuw veroverden Spaanse conquistadores een groot deel van Zuid-Amerika. Officieel om het christendom te verspreiden, maar in werkelijkheid ging het de Spanjaarden vooral om de grote hoeveelheden zilver en andere kostbaarheden die er te roven waren. Dat zilver werd in grote hoeveelheden naar Spanje vervoerd. En passant zorgde onze nationale zeeheld Piet Hein er ook voor dat een deel naar de Republiek der Verenigde Nederlanden werd getransporteerd: de beroemde Zilvervloot. Spaanse matten zijn namelijk niet om op te slapen, maar zijn zilveren munten.

Wat gebeurde er met dat zilver?

De toestroom van zilver zorgde echter voor inflatie. Een voorbeeld om dat duidelijk te maken. Stel je hebt een economie met één aanbieder van koek die twintig euro kost en twee vragers met elk een inkomen van tien euro. Deze willen en kunnen dus elk een halve koek kopen. Dan worden de inkomsten verhoogt tot twintig euro. Beide vragers willen nu een hele koek kopen. Dat is echter niet mogelijk, want er is maar één koek.  De aanbieder is slim en verhoogt dan de prijs naar veertig euro. Ondanks een honderd procent verhoging van de inkomsten kunnen de vragers elk nog steeds maar een halve koek kopen.

Ook in het Spanje van de zestiende eeuw werd de vraag veel groter dan het aanbod en stegen de prijzen. Hierdoor kon de Spaanse economie niet meer concurreren met andere landen, en gebruikten zij het geroofde zilver om goedkopere producten in het buitenland te kopen. Een geweldloze manier om zilver naar onder andere Nederland te krijgen, daar kon Piet Hein nog wat van leren.

En wat heeft dat nu met de bitcoin te maken?

In mijn vorige blog was ik terecht negatief over de bitcoin, maar een positief punt is dat deze cryptovaluta een ingebouwde beveiliging tegen inflatie heeft. Om bitcoins te maken, moet een computer namelijk heel complexe langdurige calculaties maken. Dit beperkt dus een snelle instroom van nieuwe bitcoins. Een nadeel daarvan is wel dat het rekenen gigantisch veel energie kost, als gevolg waarvan hele bossen verdwijnen. Een ander nadeel is dat de ingebouwde beveiliging kan worden omzeild.

Afgelopen maand probeerde iemand de supercomputer van een Russische kerncentrale te hacken. Dat is niet gelukt, maar het is wachten op de keer of keren dat dat wel lukt. In hetzelfde artikel werd vermeld dat een Russische miljonair twee kerncentrales met supercomputers had gekocht om bitcoins te kunnen maken. Daarnaast, praat ik telkens over de bitcoin, maar er zijn nog vele andere cryptovaluta: ethereum, ripple, litecoin en nog honderden andere. We worden dus letterlijk overspoeld door deze valuta. De zilvervloot is er niets bij.

Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.

John Greijmans

februari 9th, 2018 · by John · Weblog NL

Op diverse plekken kom ik mensen tegen die graag spreken over bitcoins en hoeveel geld je er wel niet mee kunt verdienen. Ik ga nooit op deze gesprekken in. Hooguit maak ik een opmerking over het feit dat we vroeger in de zeventiende eeuw tulpenbollen hadden en dat daar ook mensen heel rijk van zijn geworden… Maar mensen kunnen heel vasthoudend zijn, want ze kennen allemaal iemand die er heel veel geld mee heeft verdiend.

Laat ik het daarom maar eens een keer heel duidelijk stellen: ik geloof niet in bitcoins, noch in enige andere cryptomunt, en ik verklaar iedereen voor gek die daar geld in steekt. Waarop baseer ik deze boude bewering?

 

Waarom hebben we eigenlijk geld?

In het verre verleden is geld ontstaan als ruilmiddel voor handelsdoeleinden. Ruilhandel heeft namelijk één groot nadeel: een transactie is alleen mogelijk tussen producenten die een wederzijds voordeel hebben bij elkaars product. Ik heb een kuipje margarine en dat wil ik ruilen tegen een potje pindakaas. Dan moet ik dus iemand gaan zoeken die één potje pindakaas wil ruilen tegen één kuipje margarine, en dat kan heel lang duren. Geld maakt het mogelijk eerst margarine te verkopen aan iemand die dat nodig heeft, en dan met dat geld pindakaas te kopen van iemand die dat in de aanbieding heeft.

Geld is dus een goed ruilmiddel, of beter gezegd een betaalmiddel. Daarnaast heeft geld nog twee andere functies. Het is een waarde-middel voor de toekomst; we kunnen geld sparen om er later iets duurs van aan te schaffen. En geld is ook een rekeneenheid; het laat zich makkelijk tellen en biedt de mogelijkheid om aan allerlei zaken een waarde toe te kennen.

 

Wat is een bitcoin eigenlijk?

Ooit bestond geld uitsluitend uit muntgeld. Aan die munten werd een waarde toegekend doordat ze een bepaald gewicht aan goud of zilver bevatten. Die edelmetalen stonden dus garant voor de waarde van de munten.

Met de toename van de handel, nam ook de behoefte aan geld als ruilmiddel toe. Banken startten daarom met het uitgeven van bankbiljetten. In tegenstelling tot munten hebben biljetten echter nauwelijks een intrinsieke waarde; oud papier brengt namelijk niet al te veel op. De waarde van deze biljetten  wordt daarom gegarandeerd door de overheid. Je weet dus wat een euro waard is, en wat je er voor kunt kopen in Nederland, vandaag en morgen.

Cryptovaluta als de bitcoin zijn te vergelijken met bankbiljetten, in die zin dat ze geen intrinsieke waarde hebben. Er is echter één fundamenteel verschil: in tegenstelling tot bankbiljetten wordt de waarde van de bitcoin door niemand gegarandeerd. Vandaag kun je er wellicht tienduizend euro voor krijgen, maar morgen misschien helemaal niets.

 

Is de bitcoin eigenlijk wel geld?

Geld heeft zoals gezegd drie functies: betaalmiddel, waarde-middel en rekeneenheid. In principe kun je met een bitcoin betalen, met name in het criminele circuit wordt dat dan ook veel gedaan. Maar zolang ik bij de dealer op de hoek geen volkswagenpolo kan kopen voor één bitcoin, zou ik het geen echt betaalmiddel willen noemen.

Een waarde-middel is de bitcoin wel. Je kunt ze sparen en er zelfs rijk van worden. Daarover later. Een rekeneenheid is het in beginsel ook. Probleem is echter dat de waarde bitcoin nogal fluctueert; gisteren was een polo nog één bitcoin waard, maar vandaag alweer drie. Dus ja, een bitcoin is geld, maar vervult die functie niet al te best.

 

Maar je kun toch rijk worden met bitcoins?

Je kunt inderdaad rijk worden. Dat gaat zelfs relatief eenvoudig. Je hoeft alleen maar het “find te next fool” principe toe te passen. Dat gaat als volgt. Je koopt een euro van iemand voor zeg duizend euro. Dan ga je iemand zoeken die zo gek is daar meer voor te geven. Als dat lukt verkoop je die bitcoin voor bijvoorbeeld twaalfhonderd euro en heb je twintig procent winst gemaakt. Vind je die volgende gek echter niet, dan maak je honderd procent verlies.

Dus ja, je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is inderdaad wat de gek er voor geeft.

 

John Greijmans

januari 5th, 2017 · by John · Weblog NL

Eind vorig jaar schreef ik twee blogs over de zorg in Nederland. Begin november publiceerde ik “Het is geen marktwerking, het is geen zorg!”. Mijn conclusie was dat er, in tegenstelling tot de heersende mening, geen sprake is van marktwerking in de zorg. De zorg in Nederland heeft het karakter van een planeconomie: zorgverzekeraars leggen ziekenhuizen een bindend budget op. Blijven ziekenhuizen daar binnen, dan krijgen ze minder geld. Komen ze er boven, dan moeten ze gratis werken.

Twee weken later liet ik in “Meer, niet Minder Marktwerking in de Zorg!” zien hoe marktwerking in er wel uit zou kunnen zien. Zorgverzekeraars zien alle prijzen en kunnen daardoor tarieven vergelijken, en verklaringen vragen. Daarnaast kunnen ze kwaliteitseisen definiëren, kwaliteits-handboeken publiceren en kwaliteitsaudits houden. Kunnen prijzen niet afdoende worden verklaard of voldoen zorgaanbieders niet aan de kwaliteitseisen, dan worden ze van de lijst met preferred suppliers gehaald en krijgen ze geen business meer. Feitelijk komt dit neer op onvrijwillige uittreding. De positie van de patiënt wordt daardoor versterkt.

Toegegeven, mijn voorstel was zeker nog niet ideaal, maar het liet in ieder geval meer marktwerking zien dan simpelweg budgetten opleggen. Althans, dat dacht ik. Maar na het lezen van wat berichten over zorgverzekeraars sloeg bij mij de twijfel toe. Wat is er aan de hand?

De keuzevrijheid van de klant wordt beperkt,

Voor wat betreft de basispolis is de situatie simpel: wettelijk is vastgelegd dat die voor iedereen hetzelfde is. De premies van de basispolissen lijken relatief gemakkelijk te vergelijken, maar kunnen qua dekking enorm verschillen. Veel verzekeringsconcerns hebben prijsvechters in de markt gezet. Achmea opereert bijvoorbeeld onder de naam ZieZo. Deze prijsvechters bieden een goedkope budgetpolis waarbij verzekerden vaak niet naar een academisch ziekenhuis kunnen.

Vergelijking op tarief lijkt gemakkelijk, maar de vraag is of je wel appels met appels vergelijkt? Aan de keuzevrijheid rond de basispolis hangen allerlei voorwaarden en prijskaartjes. Maar bij aanvullende polissen, waarvan de inhoud niet wettelijk is bepaald, is vergelijken is nauwelijks mogelijk.

en de voorwaarden zijn niet transparant

Zo lijkt Ditzo (ASR) de goedkoopste vrije-keuzepolis te hebben, maar daar geldt de keuze alleen voor ziekenhuizen; voor fysiotherapeuten en psychologen is die er niet. Kleine letters creëren een groot gebrek aan transparantie: de voorwaarden omvatten vaak meer dan 150 pagina’s. In mijn blog van 7 november 2016 wees ik al op het feit dat doordat de verzekeraars een maximaal bedrag aan zorg inkopen, het budget daarom in de loop van het jaar kan opraken. Je kiest dus een polis met daarin het door jou gewenste ziekenhuis, maar komt toch voor een gesloten deur te staan.

Een overzicht met gecontracteerde ziekenhuizen is veelal niet voorhanden. Daarnaast kan de inkoop per medische behandeling verschillen: wel orthopedie in het ene ziekenhuis, maar geen cardiologie. Daarvoor hebben verzekeraars hebben nu een keuzemenu op hun site. Vul je aandoening, je postcode en je zorgpolis in, en je weet naar welk ziekenhuis je mag gaan.

Maar we hebben toch prijsvergelijkers?

Prijsvergelijkingssites geven inderdaad een betere indruk van de verschillen tussen polissen. Maar het blijft een indruk. Deze sites krijgen namelijk provisie van de verzekeraar en het is niet altijd helder welke overwegingen meespelen bij de online-adviezen. Zo vergelijkt Zorgkiezer standaard alle polissen op prijs, maar Independer (Achmea) laat andere factoren meewegen onder de noemer ‘kwaliteit’. Hoe dat in zijn werk gaat is niet duidelijk.

De klant moet er maar op vertrouwen dat de vergelijkingssite polissen niet beter waardeert omdat de verzekeraar meer commissie betaalt. De Consumentenbond ontvangt bijvoorbeeld ruim 45 euro per overstappende klant, en verdient daar jaarlijks miljoenen mee.

Maar de klant kan toch de ‘goedkoopste’ kiezen om het bovengenoemde risico uit te sluiten? Niet bij Independer en Pricewise! Die pluggen polissen in een top-drie met de vermelding: voldoet net niet, maar is wel interessant. Pricewise vergelijkt daarnaast standaard alleen polissen waar het een contract mee heeft.

Kies je een standaard basispolis en maximaal vrije keuze, dan nog verschillen de adviezen van vergelijkingssites. Voor een man van 26 uit de Randstad met een standaard eigen risico komen Zorgkiezer en Consumentenbond tot dezelfde top-drie, maar vindt de Consumentenbond de ene polis toch weer beter passen dan de ander. Kennelijk omdat de kwaliteit van de verzekeraar beter wordt beoordeeld.

Beperkte keuzevrijheid, gebrek aan transparantie in de voorwaarden en prijsvergelijkers die onafhankelijk advies geven, maar wel worden betaald door de zorgverzekeraars. Er is nog veel te verbeteren in de zorg.

John Greijmans

juli 14th, 2016 · by John · Weblog NL

In mijn blogs geef ik regelmatig kritiek op de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Maar ik moet ook eerlijk zijn en zeggen dat ik deze organisatie heel belangrijk vind. De AFM houdt namelijk toezicht op de financiële markten: op sparen, beleggen, verzekeren en lenen. Zij vindt het belangrijk dat het publiek, het bedrijfsleven en de overheid vertrouwen hebben in de financiële markten. En dat de markten op een duidelijke en eerlijke manier werken. 

Geloven jullie mij niet? Denken jullie dat ik weer eens sarcastisch ben? Dat is niet zo! Kijk maar op www.afm.nl, daar staat het echt!

Wat doet de AFM dan?

Het werk van de AFM is niet alleen belangrijk ze heeft ook wettelijk (Wet op het financieel toezicht,  artikel 1:25) voorgeschreven taakomschrijving: 

1.       Gedragstoezicht is gericht op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten.

2.       De AFM heeft tot taak dit gedragstoezicht uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot die markten.

En dat doet de AFM goed?

Okay, ik geeft het toe. Enigszins sarcastisch was ik wel. Jullie weten dat ik niet zo te spreken over de kwaliteit van de AFM en daar heb ik in het verleden ook genoeg voorbeelden van laten zien. Daarom laat ik nu de mening van onze kwaliteitskrant (NRC Handelsblad, donderdag 30 juni 2015).

Het onderzoeksbureau Alvarez & Marsal publiceerde eind juni zijn rapport over het optreden van de AFM over de mkb-derivaten. De conclusie was duidelijk: de AFM had op alle fronten gefaald. Zij was niet streng genoeg geweest, had inconsistent gehandeld en de wet onvoldoende nageleefd.

Het derivaten-dossier draait om financiële producten die banken hebben verkocht aan mkb-ondernemers. Die producten waren bedoeld hen te beschermen tegen een stijgende rente. Na 2008 ging de rente echter dalen en moesten veel klanten bijbetalen. Sommige ondernemers claimden dat de banken hen onvoldoende hadden voorgelicht en hen bewust te risicovolle producten hadden verkocht.

De AFM begon in 2012 een onderzoek en constateerde dat alles goed ging. Eind vorig jaar kwam de AFM daar op terug: de banken hadden tóch allerlei fouten gemaakt en vooral vanuit hun eigen belang gewerkt. Dat was wel erg veel draaikonterij. Vandaar het onderzoek van Alvarez & Marsal. Dit zijn hun belangrijkste bevindingen: 

  • Aanvankelijk waren er weinig mensen (1,25 fte) en veel wisselingen.  
  • Mensen werden geselecteerd op basis van beschikbaarheid, niet geschiktheid.
  • Werknemers durfden door een cultuur van terughoudendheid niet alles te melden.

En wat wordt daaraan gedaan?

Een opeenstapeling van missers en een falende interne organisatie heeft bij bedrijven onder toezicht van de AFM geleid tot het vertrek van bestuurders. Zo niet bij de AFM zelf. De raad van toezicht van de toezichthouder spreekt ondubbelzinnig het vertrouwen uit.

Mij en jullie rest niets dan wachten tot het klantbelang weer ergens geschaad wordt, en dan kunnen we weer hard roepen: toezichthouder, waar was u?

John Greijmans

december 8th, 2015 · by John · Weblog NL

Het verhaal van de woekerpolis is bij de meesten van ons bekend, maar het is altijd goed om het in herinnering te brengen. In 2009 bleek dat de inmiddels failliete Dirk Scheringa Bank (DSB) jarenlang consumptieve en hypothecaire kredieten had verkocht in combinatie met koopsompolissen: overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen waarvan de premie in één keer werd meegefinancierd. Daarover werden provisies gerekend die konden oplopen tot 80 procent. En DSB was niet de enige die dit deed. Een onderzoek van de AFM richtte zich op zes grote verzekeraars, naast DSB is alleen de naam van SNS Reaal bekend. 

Sinds 2013 geldt er een provisieverbod voor financiële producten. Daardoor is het niet meer mogelijk beloningen weg te moffelen in de prijs. Zoals jarenlang wel gebeurde. Ook bij verzekeringen.  Is het onkruid van de provisie nu volledig uitgeroeid? Helaas, nee! Het woekert nog steeds voort. 

Om voor mij onduidelijke redenen bestaat de provisie op de zogenaamde ‘simple risk’ verzekeringen nog steeds. Voordat ik daarop inga, wil ik toch ook iets zeggen over het gebruikte adjectief. Hoe kun je nu een schijnbaar eenvoudig product als een scooterverzekering simpel noemen? Probeer maar eens de mogelijke consequenties van alle kleine lettertjes in de diverse polisvoorwaarden te doorgronden. Daar moet je een halve jurist voor zijn. 

Maar los daarvan. Op een schadeverzekering krijgt een adviseur gemiddeld 20 tot 30 procent provisie. Op zich is er niets verkeerds aan om een adviseur een beloning te geven, hij doet er immers werk voor. Stel echter dat mijn rijke neef een allrisk verzekering op zijn nieuwe Mercedes wil afsluiten. De jaarpremie is duizend euro, en de provisie dus driehonderd euro per jaar. Nu kom ik met mijn tweedehands Golfje. De jaarpremie is 250 euro en de provisie een schamele 75 euro. Voor hetzelfde werk krijgt de adviseur maar een kwart van wat hij voor mijn neef’s auto krijgt. 

Er zijn inderdaad politici die nivelleren een feestje vinden. Dat is uiteraard hun goed recht, we leven immers in een vrij en democratisch land. Maar het is natuurlijk niet de taak van een verzekeraar om een feestje te vieren op kosten van mijn neef. 

John Greijmans

september 24th, 2014 · by John · Weblog NL

Een aantal jaren geleden werkte ik voor een internationaal logistiek concern. De gedachte bij het management van dat bedrijf was: we doen het eigenlijk wel goed. Ik was kritischer en vroeg me af of dat wel zo was? Ik voerde daarom een benchmarkonderzoek uit met een aantal concurrenten. Wat bleek? Ons concern presteerde gemiddeld over de kwartalen vele malen slechter dan de concurrentie. En dat is ook zo gebleven, maar daarover later.

Deze conclusie kwam hard aan. Gelukkig werd in dit geval de boodschapper niet neergeschoten. Mij werd gevraagd de situatie te onderzoeken en verbeteringen door te voeren. Ik kan hier niet in detail  beschrijven wat ik heb gedaan, maar in grote lijnen rustte mijn methode op drie pijlers:

  • Vijf performance-indicatoren die het resultaat van een business unit konden verklaren.
  • Een verbetermethodiek gebaseerd op Lean Six Sigma.
  • Een financieel model om het effect van bepaalde maatregelen te berekenen. Het budget en jaarplan kon daarmee in een handomdraai worden gemaakt.

Mijn methode werd door de business units en een deel van het management positief ontvangen en ook daadwerkelijk toegepast. Echter, voornamelijk het Franse deel van het management was minder enthousiast.  Zij vonden het maar niks, het was te theoretisch en te veel gebaseerd op boekenwijsheid. Zij hadden een veel effectiever methode: mensen ontslaan, daardoor zouden de resultaten vanzelf omhoog gaan.

Mijn argument was dat mensen ontslaan inderdaad gemakkelijk is. Echter datgene wat zij deden noodzakelijk was, hoewel in de meeste gevallen niet efficiënt. Wat gebeurde er? Mensen werden ontslagen en het werk werd niet meer gedaan, ook al was dit wel nodig. Het lokale management zag zich daarom genoodzaakt toch weer mensen in te huren om het noodzakelijke werk te doen. De beoogde resultaatverbetering werd niet bereikt.

Ik moest hieraan terugdenken toen ik enkele weken geleden een artikel in het NRC las. Aan managers werd daarin de vraag gesteld, wat zij lazen om zichzelf te ontwikkelen en welk management boek invloed op hun heeft gehad?  Soms was het antwoord verontschuldigend: geen tijd, maar vaak ook assertief: managementboeken staan vol met clichés en het zijn open deuren waar je niets aan hebt. Daarop werd de vraag gesteld: noem dan eens een paar van die open deuren. Niet achteraf, maar vooraf om hind-sight-bias te voorkomen. Het bleef oorverdovend stil. Achter de assertiviteit ging simpele luiheid (geen tijd was geen zin) of snobisme (ik lees wel, maar geen managementboeken) schuil.

Op veel vakgebieden, moeten professionals zich verplicht en aantoonbaar jaarlijks laten bijscholen. Maar voor managers is dat blijkbaar niet nodig. Dit gold ook voor het concern waar ik werkte. Ondanks de vele ontslagrondes werden de resultaten niet beter, en daarom werd ook het management maar vervangen. Hadden ze maar naar mij moeten luisteren. Of op zijn minst een managementboek moeten lezen…

John Greijmans

juni 22nd, 2014 · by John · Weblog NL

De raad van bestuur van ABN Amro heeft het vaste salaris van de honderd hoogste managers met 20% verhoogd. De variabele beloning is verlaagd van 100% naar 20%. Met de verhoging worden de managers gecompenseerd voor het volgend jaar in te voren bonusplafond. Dit besluit heeft tot sterk negatieve reacties geleid, in het bijzonder in de politiek. Zo vind de PvdA het een verkeerd signaal, de SP noemt het onacceptabel en volgens GroenLinks is de bank blijven hangen in de jaren negentig. Het CDA wil zo snel mogelijk een Kamerdebat.

De Ethiek of moraalwetenschap stelt criteria vast om te kunnen beoordelen of een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd. Klaarblijkelijk vindt een groot deel van de mensen in Nederland het handelen van de ABN Amro niet juist. Hebben ze ethisch gezien daarin gelijk? Laat ik dat vanuit de drie grote ethische stromingen beoordelen.

Intentionalisme

Plichtsethiek of deontologie definieert het goede aan de hand van de intentie die speelt bij het handelen. Een persoon handelt moreel goed als zijn intentie overeenkomt met een correct ethisch motief of plicht. Vaak bestaat de plicht uit een variant van de Gulden Regel: doe een ander niet aan wat je ook zelf niet wilt ondergaan.

Wat is de plicht van de raad van bestuur van ABN Amro? Kort samengevat is dat het behartigen van de belangen van de diverse stakeholders. De belangrijkste belanghebbenden zijn in dit verband, aandeelhouder, werknemer en maatschappij.

  • Aandeelhouder. Volgens bestuursvoorzitter Gerrit Zalm is de verhoging van het vaste salaris noodzakelijk om talent binnen te houden. Zonder talent kan een bank niet goed presteren.
  • Werknemer. Veel managers zien hun bonus als iets waar ze recht op hebben. Garanties bestaan niet, maar uit eigen ervaring weet ik dat doelstellingen zo worden vastgesteld dat de bonus te halen is. Werknemer zien uiteraard niet graag hun salaris substantieel omlaag gaan.
  • Maatschappij.  Het bonusplafond is ingevoerd om een cultuurverandering bij banken door te voeren. Het handelen van Zalm wekt niet de indruk dat hij dat begrepen heeft.

Consequentialisme

Voor het utilitarisme of gevolgenethiek vormen de gevolgen van een handeling de basis van een moreel oordeel. Een moreel deugdelijke handeling is er een die goede gevolgen heeft: het doel heiligt de middelen. Wat zijn nu de gevolgen van de verhoging van het vaste salaris?

Een hoger salaris leidt tot hogere kosten. Dit leidt tot of een lagere winst, of als de winst op peil moet blijven tot hogere prijzen. We lopen hier tegen hét probleem van het utilitarisme aan: de kosten en baten van drie partijen moeten tegen elkaar worden afgewogen: werknemers (hoger salaris), aandeelhouder (lagere winst) en klant (hogere prijzen). Theoretisch klinkt dat aardig, maar in de praktijk loop je tegen grote problemen aan.

Deugdethiek

Het intentionalisme heeft geen eenduidig antwoord opgeleverd op de vraag of het besluit van de ABN Amro moreel juist is. De plicht van de raad van bestuur is om de belangen van stakeholders te behartigen, maar die belangen lopen uit een. Het consequentionalisme biedt theoretisch een oplossing, maar in de praktijk is de gevraagde kosten-batenanalyse niet uitvoerbaar. Kan de derde stroming ons verder helpen?

De deugdethiek stelt het karakter van de persoon die handelt centraal binnen het moreel oordelen. De deugdethiek bestaat niet uit regels of principes, maar uit een reeks deugden die als leidraad voor het menselijk leven moeten dienen. De vier centrale deugden zijn moed, gematigdheid, wijsheid en rechtvaardigheid. In hoeverre deugt nu het handelen van de ABN Amro?

Om rechtvaardigheid te kunnen beoordelen moeten we eerst bepalen wat rechtvaardig is. Daarvoor ontbreekt mij echter hier de ruimte. Het besluit was zeker moedig, want de negatieve reactie van zowel politiek als publiek was te verwachten. Gematigdheid is lastiger te bepalen. Het vaste salaris gaat met 20% omhoog, maar de bonus wordt 80% lager. Volgens de ABN Amro gaat het totale salaris daarmee per saldo met 5% tot 10% omlaag.

Ik denk dat het de raad van bestuur van de ABN Amro aan wijsheid heeft ontbroken. Zo zijn een aantal acties niet echt slim geweest:

  • Waarom is er een generieke verhoging van 20% doorgevoerd? Bij de honderd top managers zal niet iedereen een topprestatie leveren. Iedereen krijgt echter dezelfde verhoging. De verhoging was beter te verkopen geweest bij een meer gedifferentieerde aanpak.
  • Zalm gebruikt het argument dat het noodzakelijk is de salarissen te verhogen om goede mensen vast te houden. Dat is een zwaktebod. Er zijn geen sluitende bewijzen dat dit zo is: de goede mensen die echt heel veel in het buitenland kunnen verdienen, zouden allang zijn weggeweest als het ze alleen om salaris zou gaan. De crisis heeft bovendien laten zien dat mensen met topsalarissen ook verkeerde keuzes kunnen maken.

 John Greijmans

 

juni 3rd, 2014 · by John · Weblog NL

Sinds 2008 is er iets veranderd in Nederland. Vóór de crisis kon je als werknemer bij elke opdracht denken: als het me niet bevalt, ga ik. Hoe lastiger het was om aan personeel te komen, des te aardiger moest de baas zijn. Organisatiemethodes en managementstijlen als dienend leiderschap en zelfsturende teams richtten zich op het terugdringen van de rol van de baas en het vergroten van de autonomie van werknemers. Nu trekken de bazen de teugels weer aan. Ze voeren reorganisaties door en herstellen hiërarchie. Hoe gaat dat in zijn werk en welke consequenties heeft dat?

Angst als Managementstijl
Machthebbers worden door hun omgeving vaak op een voetstuk geplaatst. Zij nemen de positieve feedback van hun medewerkers voor waar aan, en voelen zich een soort halfgod.

  • Steve Jobs (Apple) nam geen genoegen met het corrigeren van zijn managers; hij was er op uit hun positie te ondergraven en hun zelfrespect af te breken.
  • Sir Alex Ferguson manager (Manchester United) bracht zijn gezicht tot vlak bij het gezicht van een speler en schreeuwde, met rood aangelopen gezicht en op volle kracht, wat er volgens hem aan schortte.

Interessant is dat zulk gedrag werd getolereerd. Niemand refereerde aan de vernedering. Niemand zei dat het een middel was om toekijkende collega’s te intimideren. En niemand wees op de nadelen van de daaruit voortvloeiende kadaverdiscipline.

Het aanjagen en exploiteren van angst werd een geaccepteerde managementstijl. De aanpak wordt zelden door de slachtoffers ter discussie gesteld, want er heerst een taboe op het toegeven van angst. De onredelijke uitbarstingen worden zelfs vergoelijkt, want het is te pijnlijk om de werkelijkheid onder ogen te zien.

Angst als Managementmethode
Grote organisaties institutionaliseren angst als managementmethode. Zij voeren structuren, procedures en instrumenten in die gebruik maken van menselijke angsten. Of dat bewust of onbewust gebeurt, is niet van belang. Het verschijnsel is er, en de consequenties zijn er.

(1) Medewerkers afrekenen op het realiseren van een beperkt aantal kwantitatieve doelen. Johnson & Johnson huldigde het three- strikes-out-standpunt. Inmiddels two strikes. Als een werknemer voor de tweede keer zijn taak niet realiseert, wordt hij ontslagen. Daarbij doen omstandigheden niet ter zake. Dit maakt ontslag willekeurig en wakkert gevoelens van machteloosheid aan.

(2) Door onderlinge concurrentie prestaties van medewerkers opvoeren. Zo heeft Shell een interne arbeidsmarkt. Alle vacatures staan op intranet en iedereen kan solliciteren. In het oude systeem werd nog gekeken naar unieke combinaties van ervaring, talent en ambitie van individuele medewerkers. Nu moet worden teruggevallen op standaard kwalificaties voor gestandaardiseerde functies. Velen voldoen hieraan. Daarom kan en mag de leidinggevende persoonlijke voorkeuren laten meewegen. Daarmee regeert willekeur en de angst voor uitsluiting.

(3) Kostenverlagingen om korte-termijn-prestaties te verbeteren. Saneren zet wel alle verhoudingen permanent onder druk; verlagen van kosten staat immers voor minder medewerkers. Gelukkig zijn er instrumenten om een goede selectie te maken. 360-graden beoordelingen, door boven-, neven- en ondergeschikten, leveren altijd iets op. En ook de value analyse, waarbij slachtoffers hun persoonlijke bijdrage aan de onderneming op papier zetten is berucht. Dat werknemers niet verantwoordelijk zijn voor hun functieomschrijving, en dat onderlinge afhankelijkheden binnen de onderneming groot zijn, wordt niet in de analyse meegenomen.

Consequenties voor de Organisatie
De gevolgen van het genereren en exploiteren van angst voor het welbevinden, intrinsieke motivatie, inzet, creativiteit, samenwerking en ondernemingszin worden stelselmatig onderschat. De niet- gecreëerde economische waarde wordt immers nergens geregistreerd.

Angst is een aanjager van bedrijfspolitiek. Leidinggevenden hevelen risico’s en kosten over naar andere afdelingen, in plaats van de eigen prestaties te verhogen. Angst dat hun positie wordt ondergraven, dwingt hen tot het opwerpen van verdedigingslinies en preventieve aanvallen.

Ook scherpt angst de hiërarchische verhoudingen verder aan. Het wordt bezworen door een vlucht naar de schijnzekerheid van frequente en gedetailleerde controle; naar meer geraffineerde angstaanjagende instrumenten en procedures.

Consequenties voor de Werknemer
Het ziekteverzuim is de afgelopen jaren gedaald. Tegelijkertijd nemen psychische klachten fors toe. Uit angst hun baan te verliezen, gaan mensen toch weer aan het werk, maar neemt het aantal burn-out-gerelateerde klachten toe.

Nederland is een land met weinig tolerantie voor machtsverschillen. Werknemers zullen daarom willen ontsnappen uit de volgzaamheid die van hen wordt verwacht. Geen wonder dat het ondernemerschap zo populair is. Zzp zou eigenlijk wzb (werken zonder baas) moeten heten, of wellicht nog beter wza……

John Greijmans

« Older Entries