Posts Tagged ‘Risico’

juni 15th, 2018 · by John · Weblog NL

Ik had beloofd niet meer over de bitcoin te schrijven, en ga dat ook niet doen. Maar in mijn laatste blog over cryptovaluta was ik positief over de mogelijkheden die de onderliggende blockchain-technologie kan bieden. Daarop wil ik hier terugkomen, maar ik beloof het b-woord niet te gebruiken.

Blockchain is een populair onderwerp op sociale en traditionele media. Het voorkomt ruis, misverstanden en fraude, en zorgt over de hele administratieve keten voor transparantie. Onderzoeksbureau Gartner stelt dat “de blockchain is hoog in de hype en bevindt zich op het hoogtepunt van alle verwachtingen” en het “gaat de wereld op grote schaal veranderen”. Dat klinkt prachtig, maar is het ook waar?

Wat is blockchain?

Een blockchain is één gedistribueerde database die over meerdere computers (nodes) verspreid is opgeslagen en wordt bijgehouden. Het is een groeiende lijst van data-items, zoals geld, spaarpunten of contracten, die beschermd zijn tegen manipulatie en vervalsing. Zelfs de beheerder van de nodes kan deze gegevens niet vervalsen. Binnen dit gedistribueerde systeem vindt uitwisseling en verificatie van gegevens plaats tussen de vele nodes.

Nadelen van blockchain

Op papier en voor cryptovaluta functioneert de blokchaintechnologie ‘perfect’, maar in de praktijk zijn er nogal wat nadelen.

Het energieverbruik is extreem hoog, doordat elke transactie door een grote hoeveelheid computers moet worden gevalideerd. Vanwege het open-source karakter en de grote hoeveelheid data die voor altijd geregistreerd staan, groeit het block-chainnetwerk exponentieel. Het versturen van een ethereum, een alternatief voor het b-woord,  kost per transactie evenveel energie als anderhalf huishouden per dag. Dat is ongeveer vijfduizend keer duurder als een transactie met Visa. Een niet echt milieuvriendelijke oplossing dus.

Over vriendelijk gesproken. Voor technisch georiënteerden onder ons zal het allemaal wel te begrijpen zijn, maar voor de meeste mensen kenmerkt de blockchain-technologie zich niet door gebruiksvriendelijkheid. Met name de snelheid behoeft verbetering.

Voor de anarchisten onder de blockchainliefhebbers zal het een voordeel zijn, maar er is een groot probleem met de ontbrekende governance. Transacties kunnen worden afgesloten, maar er is geen toezichthouder die er voor kan zorgen dat ze ook worden afgedwongen. Dit wordt mede veroorzaakt omdat de identiteit van de betrokkenen niet is vast te stellen. In de meeste gevallen zijn de namen van betrokken partijen namelijk niet zichtbaar. Zou dat wel het geval zijn, dan is er een ander probleem: de ongewenste transparantie op transactieniveau. Alles is voor alle betrokkenen zichtbaar, en nog erger: het kan niet verwijderd worden. In het kader van de AVG is dat laatste wel een issue.

Niet doen dus, die blockchain?

Nee, dat gaat me te ver. Problemen zijn er om op te lossen en de ontwikkelingen gaan snel. Op allerlei gebieden worden experimenten uitgevoerd. Bij de gemeente Haarlem is een ‘proof of concept’ ontwikkeld voor het verifiëren van waardepapieren via een publiek blockchainnetwerk. De gebruikte technologie kan verifiëren dat informatie die wordt uitgewisseld correct is en niet kan worden gemanipuleerd.   

Als de echtheid van digitaal verstrekte documenten gewaarborgd is, hoeven mensen niet meer naar het gemeentehuis voor bijvoorbeeld een aanvraag voor een woning bij de woningbouwvereniging. Ook andere innovaties zijn mogelijk. De in Haarlem gebruikte  technologie neemt bovendien een aantal van de genoemde nadelen weg, zoals het energieverbruik  en de lage transactiesnelheid.

De blockchaintechnologie is (nog) geen wondermiddel, daarvoor zijn er te veel onopgeloste problemen. Anderzijds gaan de ontwikkelingen snel en biedt de technologie grote voordelen. Ik blijf het in ieder geval positief kritisch volgen. B-woord of geen b-woord.

John Greijmans

mei 22nd, 2018 · by John · Weblog NL

Ik had me voorgenomen geen artikelen meer over bitcoins te schrijven. Drie was mooi genoeg. Maar op mijn laatste blog kreeg ik een reactie van iemand die het niet met mij eens was. Dat juich ik toe, zeker omdat ik die niet zo vaak krijg, als het over bitcoins gaat. Daarom nog één keer: de bitcoin. De ontvangen reactie was kort: “Dit mag je dezelfde strijd noemen als de PTT Post tegen de e-mail. Blockchain is de toekomst.”. Maar ook een korte zin kan veel informatie bevatten.

Wat als eerste opvalt is het gebrek aan historische kennis. Dertig jaar geleden was er inderdaad een bedrijf dat PTT Post heette, tien jaar later heette het TPG Post, daarna TNT Post en nu alweer enkele jaren is de naam PostNL. Daarnaast is het natuurlijk niet “de PTT Post”, maar gewoon PTT Post. Wat echter van belang is, is dat deze organisatie, onder welke naam dan ook, nooit heeft gestreden tegen e-mails. Die vergelijking gaat dus mank. Maar er is wel iets te zeggen over de relatie tussen e-mail en bitcoin, zowel op het gebied van de gebruikte technologie en de eigenschappen van het product.

Technologie

E-mail is gebaseerd op internettechnologie. Die bestaat al zo’n veertig jaar en heeft zich bewezen door een veelheid van toepassingen. De bitcoin is gebaseerd op blockchaintechnologie, nog niet zo oud als het internet, maar wel veelbelovend. En die belofte voor de toekomst gaat vele malen verder dan cryptovaluta waar iedereen het mee associeert. Een half minuutje googelen levert je vele voorbeelden op van veel interessantere toepassingen.

Product

E-mail heeft niet alleen een groot deel van de communicatie op papier vervangen, het heeft schriftelijk communiceren veel gemakkelijker gemaakt. Vandaar de exponentiele toename in het gebruik. Uiteraard zijn er ook negatieve kanten, maar per saldo is sprake van een groot succes.

De bitcoin was bedoeld om geld te vervangen. Het gaat daarbij niet om het vervangen van papieren geld, dat was veel langer daarvoor al gedaan door giraal geld. In eerste instantie werd het eigendom van het giraal geld bijgehouden door banken met behulp van papieren registers. Deze werden later vervangen door computers. Zo bezien is de bitcoin niet nieuw; het is giraal geld dat wordt geregistreerd met blockchaintechnologie, registers op computers dus.

Giraal geld is bedoeld om te betalen en om saldi aan te houden voor het doen van toekomstige uitgaven. Niemand denkt dat zulk geld, afgezien van een kleine rentevergoeding, vanzelf en als maar meer waard wordt. Eén euro vandaag is één euro morgen, en niet opeens honderden euro’s.

Een leuk idee om de bitcoin voor betalingen te gebruiken, maar in de praktijk was dat wat onhandig en gebeurde het dus niet of nauwelijks. Cryptovaluta worden wel gebruikt om tegoeden aan te houden. Maar dan gaat iedereen denken dat die tegoeden vanzelf meer waard worden. Hoe dat feitelijk en objectief in zijn werk gaat kan niemand echter uitleggen. Anders dan uiteraard op basis van het next-fool-principe: je zoekt een andere gek die meer geld wil uitgeven aan iets dat intrinsiek niets waard is.

Tot slot

De overeenkomst tussen e-mail en bitcoin is dat beide gebaseerd zijn op elektronische technologie. Het grote verschil is dat een e-mail, afhankelijk van de inhoud, nog iets waard kan zijn. Een bitcoin heeft geen enkele intrinsieke waarde. In die zin lijkt een bitcoin op spam: je wilt het niet ontvangen, en als je het dan toch krijgt, wil je er zo snel mogelijk van af.

John Greijmans

mei 3rd, 2018 · by John · Weblog NL

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geldt vanaf 25 mei, en schrijft voor dat je duidelijk maakt welke persoonsgegevens je verwerkt, hoe je daarmee omgaat en welke maatregelen je neemt om die gegevens te beschermen. Persoonsgegevens zijn gegevens over natuurlijke personen, of gegevens die herleidbaar zijn naar natuurlijke personen

Concreet, moet je kunnen aantonen en dus vastleggen hoe je aan onderstaande eisen voldoet:

  • Gegevensbeperking: alleen noodzakelijke persoonsgegevens mogen worden verzameld
  • Transparantie: de persoon van wie gegevens worden verwerkt, is daarvan op de hoogte, heeft daarvoor toestemming gegeven en kent zijn rechten
  • Doelbeperking: persoonsgegevens mogen alleen voor een wettelijk toegestaan doel worden verwerkt en niet voor andere zaken worden gebruikt
  • Juistheid: persoonsgegevens moeten juist zijn en blijven
  • Bewaarbeperking: persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig
  • Integriteit en vertrouwelijkheid: persoonsgegevens moeten worden beschermd tegen toegang door onbevoegden, verlies of vernietiging.

 

Wat hoef je wanneer niet te doen?

Middelgrote en kleine ondernemingen, met kleinschalige verwerking van gegevens, en niet werkzaam uit sectoren met gevoelige informatie (financiële dienstverlening, zorg, onderwijs, maatschappelijke hulp- en dienstverlening of charitatieve instellingen): 
o   Hoeven geen DPO (data protection officer) aan te stellen
o   Zijn vrijgesteld van het bijhouden van een logboek
o   Hoeven geen PIA (privacy impact assessment) uit te voeren

Je hoeft geen FG (functionaris voor gegevensbescherming) aan te stellen als je van minder dan 5.000 personen de gegevens bewaart, tenzij het gevoelige gegevens betreft, zoals medische gegevens, ras, seksuele voorkeur, politieke opvatting, geloofsovertuiging of strafrechtelijk verleden. Ook financiële gegevens, bankrekeningnummers en gegevens over kredietwaardigheid, of fraudegevoelige- of identiteitsgegevens (BSN-nummers) zijn gevoelig en kunnen, eventueel tezamen met andere persoonsgegevens, worden gekwalificeerd als ‘bijzonder’.
Als je een ‘eenpitter’ bent en wel bijzondere gevens bijhoudt, zoals individuele artsen of advocaten, zal je waarschijnlijk door de Autoriteit Persoons AP niet worden gezien als een grootschalige verwerker en geldt bovenstaande niet.

 

Wat moet je wel doen?

Je moet je datastromen vastleggen, verwerkingsovereenkomsten vaststellen, een privacy-statement maken en je medewerkers goed informeren. Daarnaast moet je voorbereid zijn als het dan toch onverhoopt misgaat. Wat dat allemaal inhoudt, verklaar ik hieronder.

 

1. Datastromen vastleggen

Iedere organisatie verwerkt gegevens van personen, al is het maar naam en e-mailadres. Het verwerken van deze gegevens is een datastroom, en de AVG schrijft voor dat je deze datastromen in kaart brengt:

  • Je moet weten welke persoonsgegevens je opslaat
  • Je moet weten bij welke externe partijen je gegevens onderbrengt
  • Je moet het gebruik van data kunnen verantwoorden

Alle procedres met betrekking tot het opslaan en gebruik van data, moeten worden vastgelegd. Daarmee kun je aantonen dat: je daadwerkelijk toestemming hebt verworven, data niet langer worden bewaard dan nodig en data niet op andere wijze wordt gebruikt als afgesproken

Datastromen leg je vast door een overzicht te maken van de verwerking van persoonsgegevens (data flowchart). Daar staat in:

  • wie of wat de bron is van de datastroom
  • hoe je deze data verkrijgt
  • wie toegang heeft tot de data
  • wat de beveiligingsmaatregelen zijn
  •  waar de data naartoe gaan

 

2. Verwerkingsovereenkomst vaststellen

Verwerkingsovereenkomsten zijn afspraken die je maakt met externe partijen die voor jou gegevens verwerken. Daarin leg je vast hoe zij met die gegevens moeten omgaan.

  • Waarom verwerken ze die gegevens, wat mogen ze ermee doen en welke middelen gebruiken ze daarvoor?
  •  Afspraken over de beveiliging van de gegevens. Leg vast dat zij er op een verantwoorde manier mee omgaan en ze niet gebruiken voor zaken waar jij geen opdracht voor gegeven hebt.

 

3. Privacy-statement maken

Je bent verplicht mensen van wie je gegevens opslaat (betrokkenen) te informeren. Je moet ze laten weten wat je met hun data doet, waarom je die hebt opgeslagen en waar ze naartoe kunnen als ze het hier niet mee eens zijn. Dit doe je in een privacy-statement. Dit bevat minimaal:

  • Identiteit van je organisatie
  • Contactgegevens
  • Het doel en de juridische basis van de verwerking
  • De bewaartermijn van de gegevens die je opslaat
  • De rechten van de betrokkenen
  • Het recht om toestemming voor de verwerking van gegevens in te trekken
  • Het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthouder
  • Welke derde partijen voor jou gegevens verwerken

 

4. Medewerkers informeren

Datalekken worden bestraft als blijkt dat je onvoldoende voorzorgsmaatregelen hebt genomen. Informeer daarom je eigen medewerkers, want de meeste datalekken gebeuren door menselijk handelen. Kweek databewustzijn bij de mensen in je organisatie. Stel een plan op waarin je hen erop wijst voorzichtig om te gaan met persoonsgegevens. Deel de handleiding die vertelt wat te doen als het onverhoopt een keer misgaat.

 

5. Als het dan toch misgaat

Wat als het misgaat en klantgegevens op straat liggen? Er is sprake van een datalek als er bijvoorbeeld  een USB-stick is kwijtgeraakt, een laptop is gestolen of een inbraak door een hacker is geweest waar persoonsgegevens op stonden.

Een simpel ‘sorry’ voldoet in ieder geval niet. Je moet open communiceren met de persoon wiens gegevens zijn gelekt en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Maak daarom een draaiboek voor de meldplicht datalekken en documenteer alle datalekken.

 

John Greijmans

 

april 16th, 2018 · by John · Weblog NL

Het lijkt een simpele vraag: waarom betalen we rente? Maar er worden al meer dan tweeduizend jaar forse discussies over gevoerd. Twee grote filosofen, Aristoteles en Aquinas, waren bijvoorbeeld faliekant tegen het heffen en betalen van rente. En toch doen we het bijna allemaal. Reden om maar eens in meer detail naar rente te kijken.  

Wat is rente?

Rente is de vergoeding die je ontvangt voor het uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent. Rente heeft twee kenmerken: (1) het is periodiek verschuldigd en (2) het wordt berekend als een jaarlijks percentage. Overigens kan het zijn dat de rente niet expliciet wordt genoemd bij het aangaan van een lening. Zo kun je overeenkomen om nu €100,- te lenen en over twee jaar €121,- terug te betalen. Impliciet betekent dit echter 10% rente per jaar.  

Aristoteles en Aquinas

Aristoteles (384-322 voor onze jaartelling) was een Grieks filosoof en een van de invloedrijkste filosofen in de westerse traditie. Hij veroordeelde het lenen van geld tegen rente als ‘onnatuurlijk’. Geld is ‘onvruchtbaar’ en kan zelf geen rijkdom vergroten. 

Aquinas (1225-1274) was een Italiaanse theoloog en een invloedrijke denker op wijsgerig gebied. Ook hij was tegenstander van rente. Volgens hem was het woeker, voortvloeiend uit hebzucht en leidend tot uitbuiting van de persoon die de lening nodig had. Het verkopen of kopen van iets voor meer of minder dan het waard was, was volgens hem een zonde. 

Zowel Aristoteles als Aquinas zagen de voordelen van geld en een geldeconomie. Geld vergemakkelijkt het ruilen en leidt daardoor tot een hogere productiviteit en economische groei. Maar rente was een ‘no go area’. Wat opvalt in hun argumentatie is dat deze sterk normatief gekleurd is. Aristoteles stelt dat het onnatuurlijk is omdat “geld geen kinderen kan krijgen”, en Aquinas stelt dat het “zondig” is om rente te rekenen.  

Waarom betalen en ontvangen we dan toch rente?

Met de normatieve redenering van Aristoteles en Aquinas kun je het, afhankelijk van je (religieuze) overtuiging eens of oneens zijn. Maar wat zijn de rationele argumenten voor rente? 

Stel ik wil van een van de lezers €100,- lenen en over een jaar terugbetalen. De lezer heeft dat geld, en hij heeft het niet zelf nodig. Waarom zou hij daarvoor dan rente moeten ontvangen? Het antwoord daarop is dat het lenen van geld kosten met zich meebrengt, en om die kosten te dekken is een vergoeding op zijn plaats.  

Wat zijn die kosten dan? In de eerste plaats is er het risico dat ik het geld over een jaar niet kan terugbetalen. Wellicht is de kans niet groot, maar als het gebeurt, is hij de €100,- kwijt. Daarnaast bestaat er het risico van inflatie: als de prijzen gemiddeld stijgen dan is  de koopkracht van het geleende geld na een jaar minder dan €100,-. Tot slot heeft de lezer het geld nu niet nodig, maar hij zou er wel wat mee kunnen doen. Hij ziet dus af van onmiddellijke consumptie. In de economie wordt dit met opportuniteitskosten aangeduid. Het is dus niet vreemd dat de lezer als vergoeding van het dragen van kosten rente vraagt.

En ik dan? Ik heb het geld nodig, en ik zal dus de kosten van de rente die ik moet betalen aan de lezer afwegen tegen de voordelen die het me biedt om het geld nu uit te geven en over een jaar terug te betalen. 

John Greijmans

maart 13th, 2018 · by John · Weblog NL

In mijn vorige blog over bitcoins schreef ik dat in het verleden edelmetalen als geld werden gebruikt, net zo als sommigen onder ons nu denken dat de bitcoin als geld gebruikt kan worden. Deze week wil ik een andere overeenkomst tussen zilver en bitcoins behandelen, en ook daarvoor moet ik terug in de geschiedenis.

Piet Hein en de Zilvervloot

Vanaf de vijftiende eeuw veroverden Spaanse conquistadores een groot deel van Zuid-Amerika. Officieel om het christendom te verspreiden, maar in werkelijkheid ging het de Spanjaarden vooral om de grote hoeveelheden zilver en andere kostbaarheden die er te roven waren. Dat zilver werd in grote hoeveelheden naar Spanje vervoerd. En passant zorgde onze nationale zeeheld Piet Hein er ook voor dat een deel naar de Republiek der Verenigde Nederlanden werd getransporteerd: de beroemde Zilvervloot. Spaanse matten zijn namelijk niet om op te slapen, maar zijn zilveren munten.

Wat gebeurde er met dat zilver?

De toestroom van zilver zorgde echter voor inflatie. Een voorbeeld om dat duidelijk te maken. Stel je hebt een economie met één aanbieder van koek die twintig euro kost en twee vragers met elk een inkomen van tien euro. Deze willen en kunnen dus elk een halve koek kopen. Dan worden de inkomsten verhoogt tot twintig euro. Beide vragers willen nu een hele koek kopen. Dat is echter niet mogelijk, want er is maar één koek.  De aanbieder is slim en verhoogt dan de prijs naar veertig euro. Ondanks een honderd procent verhoging van de inkomsten kunnen de vragers elk nog steeds maar een halve koek kopen.

Ook in het Spanje van de zestiende eeuw werd de vraag veel groter dan het aanbod en stegen de prijzen. Hierdoor kon de Spaanse economie niet meer concurreren met andere landen, en gebruikten zij het geroofde zilver om goedkopere producten in het buitenland te kopen. Een geweldloze manier om zilver naar onder andere Nederland te krijgen, daar kon Piet Hein nog wat van leren.

En wat heeft dat nu met de bitcoin te maken?

In mijn vorige blog was ik terecht negatief over de bitcoin, maar een positief punt is dat deze cryptovaluta een ingebouwde beveiliging tegen inflatie heeft. Om bitcoins te maken, moet een computer namelijk heel complexe langdurige calculaties maken. Dit beperkt dus een snelle instroom van nieuwe bitcoins. Een nadeel daarvan is wel dat het rekenen gigantisch veel energie kost, als gevolg waarvan hele bossen verdwijnen. Een ander nadeel is dat de ingebouwde beveiliging kan worden omzeild.

Afgelopen maand probeerde iemand de supercomputer van een Russische kerncentrale te hacken. Dat is niet gelukt, maar het is wachten op de keer of keren dat dat wel lukt. In hetzelfde artikel werd vermeld dat een Russische miljonair twee kerncentrales met supercomputers had gekocht om bitcoins te kunnen maken. Daarnaast, praat ik telkens over de bitcoin, maar er zijn nog vele andere cryptovaluta: ethereum, ripple, litecoin en nog honderden andere. We worden dus letterlijk overspoeld door deze valuta. De zilvervloot is er niets bij.

Er is dus een continue een groter wordende instroom van cryptovaluta. Zo ze al iets waard waren, worden deze “nep-valuta” steeds minder waard. Van zilver kun je nog een botervloot maken, maar aan cryptovaluta heb je niets. Geen veilige belegging dus.

John Greijmans

februari 9th, 2018 · by John · Weblog NL

Op diverse plekken kom ik mensen tegen die graag spreken over bitcoins en hoeveel geld je er wel niet mee kunt verdienen. Ik ga nooit op deze gesprekken in. Hooguit maak ik een opmerking over het feit dat we vroeger in de zeventiende eeuw tulpenbollen hadden en dat daar ook mensen heel rijk van zijn geworden… Maar mensen kunnen heel vasthoudend zijn, want ze kennen allemaal iemand die er heel veel geld mee heeft verdiend.

Laat ik het daarom maar eens een keer heel duidelijk stellen: ik geloof niet in bitcoins, noch in enige andere cryptomunt, en ik verklaar iedereen voor gek die daar geld in steekt. Waarop baseer ik deze boude bewering?

 

Waarom hebben we eigenlijk geld?

In het verre verleden is geld ontstaan als ruilmiddel voor handelsdoeleinden. Ruilhandel heeft namelijk één groot nadeel: een transactie is alleen mogelijk tussen producenten die een wederzijds voordeel hebben bij elkaars product. Ik heb een kuipje margarine en dat wil ik ruilen tegen een potje pindakaas. Dan moet ik dus iemand gaan zoeken die één potje pindakaas wil ruilen tegen één kuipje margarine, en dat kan heel lang duren. Geld maakt het mogelijk eerst margarine te verkopen aan iemand die dat nodig heeft, en dan met dat geld pindakaas te kopen van iemand die dat in de aanbieding heeft.

Geld is dus een goed ruilmiddel, of beter gezegd een betaalmiddel. Daarnaast heeft geld nog twee andere functies. Het is een waarde-middel voor de toekomst; we kunnen geld sparen om er later iets duurs van aan te schaffen. En geld is ook een rekeneenheid; het laat zich makkelijk tellen en biedt de mogelijkheid om aan allerlei zaken een waarde toe te kennen.

 

Wat is een bitcoin eigenlijk?

Ooit bestond geld uitsluitend uit muntgeld. Aan die munten werd een waarde toegekend doordat ze een bepaald gewicht aan goud of zilver bevatten. Die edelmetalen stonden dus garant voor de waarde van de munten.

Met de toename van de handel, nam ook de behoefte aan geld als ruilmiddel toe. Banken startten daarom met het uitgeven van bankbiljetten. In tegenstelling tot munten hebben biljetten echter nauwelijks een intrinsieke waarde; oud papier brengt namelijk niet al te veel op. De waarde van deze biljetten  wordt daarom gegarandeerd door de overheid. Je weet dus wat een euro waard is, en wat je er voor kunt kopen in Nederland, vandaag en morgen.

Cryptovaluta als de bitcoin zijn te vergelijken met bankbiljetten, in die zin dat ze geen intrinsieke waarde hebben. Er is echter één fundamenteel verschil: in tegenstelling tot bankbiljetten wordt de waarde van de bitcoin door niemand gegarandeerd. Vandaag kun je er wellicht tienduizend euro voor krijgen, maar morgen misschien helemaal niets.

 

Is de bitcoin eigenlijk wel geld?

Geld heeft zoals gezegd drie functies: betaalmiddel, waarde-middel en rekeneenheid. In principe kun je met een bitcoin betalen, met name in het criminele circuit wordt dat dan ook veel gedaan. Maar zolang ik bij de dealer op de hoek geen volkswagenpolo kan kopen voor één bitcoin, zou ik het geen echt betaalmiddel willen noemen.

Een waarde-middel is de bitcoin wel. Je kunt ze sparen en er zelfs rijk van worden. Daarover later. Een rekeneenheid is het in beginsel ook. Probleem is echter dat de waarde bitcoin nogal fluctueert; gisteren was een polo nog één bitcoin waard, maar vandaag alweer drie. Dus ja, een bitcoin is geld, maar vervult die functie niet al te best.

 

Maar je kun toch rijk worden met bitcoins?

Je kunt inderdaad rijk worden. Dat gaat zelfs relatief eenvoudig. Je hoeft alleen maar het “find te next fool” principe toe te passen. Dat gaat als volgt. Je koopt een euro van iemand voor zeg duizend euro. Dan ga je iemand zoeken die zo gek is daar meer voor te geven. Als dat lukt verkoop je die bitcoin voor bijvoorbeeld twaalfhonderd euro en heb je twintig procent winst gemaakt. Vind je die volgende gek echter niet, dan maak je honderd procent verlies.

Dus ja, je kunt rijk worden, maar je kunt ook alles verliezen, want er is niemand die garandeert dat de waarde van je bitcoin bewaard blijft. De waarde van de bitcoin is inderdaad wat de gek er voor geeft.

 

John Greijmans

juni 24th, 2016 · by John · Weblog NL

Het klantbelang centraal stellen impliceert de klant een keuze geven; het is immers in het belang van de klant dat hij zelf een keuze kan maken en alle gevolgen daarvan zelf overziet. In de verzekeringswereld vertonen veel adviseurs paternalistisch gedrag en zeggen soms letterlijk: “ik ben de expert en geloof me, ik weet  wat goed voor je is”. Nee, geef mij dan maar de vergelijkingssites als PriceWice en Consumentenbond, daar kun je kiezen uit tientallen verzekeringen. Helaas, ook dat is niet goed.

Veel klanten verzuchten vaak: “was het nog maar vroeger, toen we al die keuzes niet hadden”. Kiezen is moeilijk, omdat we de gevolgen van een keuze niet altijd kunnen overzien, of omdat we heen en weer worden geslingerd tussen alternatieven. Op microniveau sta je in de supermarkt voor de keuze uit een enorme batterij wasmiddelen, en allemaal maken ze de was schoon. Op het niveau van de samenleving komen er elke dag weer meer keuzes bij. Hoe meer keuze des te beter, denkt men. Het leven is echter niet zo simpel!

Veel keuzes zijn te ingewikkeld voor het gros van de mensen. Wie kan bijvoorbeeld de kleine lettertjes in een zorgverzekering doorgronden? Hoe moeten we dan omgaan met de keuzevrijheid in verzekeringsland?

De geschetste tegenstelling tussen de opgelegde complexe keuzevrijheid van de vergelijkingssite en het zegenrijke paternalisme bestaat niet. Er naar streven om voor elke keuze het optimum te kiezen is inderdaad onmogelijk, in zoverre heeft de adviseur gelijk. Je moet je er dus goed over nadenken hoe, waarover en wanneer je in een situatie terechtkomt waarin je moet kiezen. Enkele eenvoudige richtlijnen kunnen je daarbij helpen.

Beperk keuzes tot een absoluut minimum

Elke keer dat je in een keuzesituatie terechtkomt, moet je een beslissing nemen. Hoe minder keuzes je hebt, hoe makkelijker het is om je doel te bereiken. Bij Independent Insurances geven we de klant één fundamentele keuze: zelf doen of laten doen. Het laatste alternatief is gemakkelijk, maar je betaalt er wel iets extra voor. Zelf doen is goedkoper, maar vereist dat je je wel in de materie verdiept. Overigens is er ook dan altijd hulp op de achtergrond. Hulp die niets extra kost.

Neem alleen keuzes die je doel ondersteunen

In mijn vorige blog over financiële zelfredzaamheid, sprak ik over het belang van een goede financiële planning. In een workshop of in individuele sessies met een financiële planner leer je wat je financiële doelstellingen zijn en wat je ervoor moet doen om die te realiseren. Als je een keuze moet maken, hou dan altijd dat doel in je achterhoofd.

Zorg dat je de verschillen tussen de alternatieven doorziet

Maak pas een keuze als je er zeker van bent dat je die snapt. Independer is gemakkelijk, het laat veel alternatieven zien en jij kunt kiezen. Maar, dat is voor sommige mensen toch te moeilijk. Ze kiezen dan vaak voor het product met de laagste prijs. Bij Independent Insurances geven we je de mogelijkheid om tijdens het vergelijken, advies van een van onze adviseurs in te roepen. Zo krijg je ook inzicht in de kleine lettertjes van een verzekeringsproduct, en kun je een weloverwogen beslissing maken.

Eis de optie om een keuze terug te draaien

Als je keuzes terug kan draaien, zal je veel meer durven experimenteren. Het versterkt je zelfvertrouwen en de bereidheid om nieuwe producten te bekijken. Als je bij Independent Insurances een verzekering afsluit kun je die nog veertien dagen terugdraaien. Daarna “zit je eraan vast”, echter voor maximaal één jaar en dat is te overzien.

Het paternalistische “ik bepaal wel wat goed voor je is” is niet in het belang van de klant. Aan de andere kant betekent keuzevrijheid inderdaad extra werk.

“Mensen reageren daarop verschillend: ze kiezen niet en blijven zitten waar ze zitten, of ze schakelen vrienden in [..] of vergelijkingssites. Of ze vinden kiezen heerlijk en zoeken het tot op de bodem uit. Samen zijn al die ‘kiezers’ een disciplinerende tegenmacht voor aanbieders [..] die zich anders niet hoeven aan te passen aan een maatschappij die verandert. Keuzevrijheid is geen straf, het is een zegen.” Aldus Marike Stellinga in het NRC van 4 juni 2016.

John Greijmans

mei 9th, 2016 · by John · Weblog NL

Als je in het land der verzekeringen de klant centraal wil stellen, dan ontkom je niet aan een existentiële vraag: heeft de klant wel een verzekering nodig? Een eenvoudig maar verkeerd antwoord dat helaas maar al te vaak wordt gegeven is: als de klant het vraagt, heeft hij het blijkbaar nodig. Als dat namelijk zo zou zijn, waarom hebben we dan nog een adviseur nodig? Nee, om deze vraag echt te beantwoorden moeten we ons eerst verdiepen in de theorie van het risico management. 

Wikipedia definieert risicomanagement als “een continu proces dat ten aanzien van de doelstelling risico’s identificeert en beoordeelt”. Dit proces bestaat uit zes stappen: doelstelling vaststellen, risico’s identificeren, gevolgen inschatten, risico’s beoordelen, risico’s beheersen en monitoring. 

De doelstelling is datgene wat een persoon wil bereiken

Een potentiele verzekeringsklant heeft bijvoorbeeld als doel dat hij altijd daar naar toe kan gaan waar wil. Hij heeft daarom een nieuwe auto aangeschaft. 

Een risico is een onzekere gebeurtenis met mogelijke gevolgen voor de doelstelling

Er kan van alles met een auto gebeuren. Een medeweggebruiker kan vergeten voorrang te geven waardoor de auto onbruikbaar wordt. Dat is dan een externe oorzaak dat de doelstelling niet wordt gehaald. Een interne oorzaak is bijvoorbeeld wanneer de accu het begeeft.  

Risico’s inschatten op kans van optreden en mogelijke gevolgen

Zowel de aanrijding als de lege accu hebben hetzelfde gevolg: de auto kan niet meer rijden en dus is de klant niet meer mobiel. Moeilijker is het om de kans vast te stellen. Een voorzichtige poging zou kunnen zijn dat de kans dat de accu van een nieuwe auto het begeeft klein is, en de kans op een ernstige aanrijding iets groter. 

Stel de risico-acceptatiegraad vast

Welk risico is de klant bereid te nemen? Stel de aanrijding gebeurt, en met de auto kan niet meer worden gereden. Dit risico wil de klant niet nemen, hij is daardoor immers gedurende langere tijd niet mobiel. De lege accu dan? Stel dat dat gebeurt. Onze klant kan dan de Wegenwacht bellen, die de auto weer aan de praat krijgt. Daarna kan hij naar de werkplaats rijden en de accu onder garantie laten vervangen. Wellicht enigszins lastig, maar er is goed met deze oplossing te leven. De klant accepteert dus het risico van de lege accu. 

Beheersen van risico’s die je niet wil of kan accepteren

De klant acht het risico van de aanrijding, en dat de daardoor auto niet meer bruikbaar is, te groot geacht en accepteert dat niet. Hij moet dan dit risico beheersen. Eén manier om dit te doen is een verzekering afsluiten die garandeert dat er altijd een vervangende auto klaar staat. Een andere, wellicht iets duurdere optie is bijvoorbeeld om een tweede auto aan te schaffen. 

Monitoren dat de gemaakte keuzes nog altijd juist is

De klant kiest om de lege accu niet, maar de aanrijding wel te verzekeren. Op het moment dat de keuze is gemaakt, is dat dus de juiste. Maar omstandigheden kunnen veranderen. De auto wordt ouder en de kans op een lege accu daarmee groter. Bovendien kan er een plotseling tekort aan accu’s ontstaan. De klant kan dan bijvoorbeeld overwegen om ook bij een lege accu een verzekering voor een vervangende auto af te sluiten.

Voorbeelden zijn altijd aan te vechten. Wat evenwel belangrijk is, is dat ons voorbeeld laat zien, dat verzekeren niet altijd de beste oplossing is. Soms kan de klant het risico accepteren (accu) of een tweede auto aanschaffen. En als dat te duur is zou je met de rest van de straat gezamenlijk een vervangende auto aanschaffen. De kans dat namelijk twee mensen uit één straat een aanrijding krijgen is relatief klein. Dat risico durven we dan wel te accepteren. Toch? 

John Greijmans

februari 29th, 2016 · by John · Weblog NL

In vergelijking tot een gemiddelde consument, hebben banken en verzekeringsmaatschappijen een betere kijk op de gevolgen van financiële producten. Haast per definitie is de consument de zwakste partij in een transactie. Om de consument te beschermen is daarom een zorgplicht ingevoerd: financiële dienstverleners moeten helpen voorkomen dat consumenten een financieel product afnemen dat niet bij hen past.  

Met het naleven van de zorgplicht gaat het echter regelmatig mis, soms met flinke financiële gevolgen. Consumenten die menen schade te hebben geleden doordat een financiële instelling in zijn zorgplicht tekort is geschoten, kunnen een klacht indienen. Toch vrijwaart de zorgplicht de consument niet in alle gevallen van de consequenties van een verkeerde beslissing. Onderstaand twee voorbeelden uit het NRC van enkele weken geleden. 

Nalatigheid valt niet altijd onder de zorgplicht

Een dame vroeg een wat oudere meneer of ze even zijn beveiligingscodes mocht verifiëren. Dat vond meneer goed. En dat kostte hem zijn volledige spaartegoed. Meneer stelde de bank aansprakelijk: deze had moeten ingrijpen. Zulke bedragen boekte hij nooit over, zeker niet naar een buitenlandse rekening. Dat de oplichter hem kon bellen en wist dat hij klant bij de bank was duidde toch op een beveiligingslek? Bovendien was de klant 72 en had weinig digitale ervaring. 

De rechter oordeelde anders. Van een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende betaaldienstgebruiker mag worden verwacht dat die geen codes afgeeft aan een onbekende. Er zijn daarvoor voldoende mediacampagnes geweest. Daarnaast heeft de klant niet geverifieerd of de beller wel een bankemployé was. Bovendien was er al eens eerder geprobeerd hem bankgegevens af te troggelen, en de bank had hem destijds gewaarschuwd. Conclusie: de schade is voor de klant, wegens nalatigheid. 

Zeewaardigheid valt niet altijd onder de zorgplicht

Een Jacoba werd geramd door een tanker, en zonk. De bemanning werden binnen een kwartier gered. Daarover was de schipper blij, maar die blijheid duurde niet lang. De matroos die wacht had op de brug, beschikte niet over de vereiste papieren. Daardoor was de kotter, juridische gezien niet zeewaardig. En dus gold de verzekeringspolis niet. De schipper had dit kunnen weten als hij uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart beter had gelezen. 

De schipper voerde aan dat de verzekeraar hem actief op de hoogte had moeten brengen. Had hij dat gedaan, dan was de schipper niet uitgevaren. De verzekeraar is dus aansprakelijk. Toch? Nee! De rechter vindt dat van een schipper mag worden verwacht dat die zich realiseert, dat zoiets fundamenteels als de niet-zeewaardigheid van het schip belangrijke gevolgen kan hebben. De schade is dus voor rekening van de schipper.  

De eigen verantwoordelijkheid van de consument blijft bestaan

De zorgplicht houdt in dat een bank of verzekeraar de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Deze verplichting geldt echter niet in alle gevallen waar de consument schade ondervindt. Het doorgeven van beveiligingscodes en het niet hebben van de vereiste scheepvaartpapieren zijn voorbeelden van gevallen waar de eigen verantwoordelijkheid van de consument zwaarder weegt dan de plicht tot zorg. Volledige vrijwaring bestaat niet in bank- en verzekeringsland. 

John Greijmans

oktober 25th, 2014 · by John · Weblog NL

Veel geslaagde ondernemers verkopen op enig moment hun bedrijf en ontvangen daarvoor vaak veel geld. Ze zijn geslaagd! Ze zijn vijfenzestig jaar en vaak nog jonger, en hebben een vermogen. Wat ga je daarmee doen? In één keer opmaken lukt niet. Het geld op de bank zetten, brengt nauwelijks meer op dan de vermogensrendementsheffing en geld zelf beleggen in (beursgenoteerde) effecten is niet eenvoudig. Veel oud-ondernemers kiezen dan voor vermogensbeheer.

Wat is vermogensbeheer?

Vermogensbeheer ook wel investment of asset management genoemd, is het beheer van vermogens door daarin gespecialiseerde organisaties of personen. Dit kan op individuele of op collectieve basis gedaan worden. Collectief beheer vindt plaats via beleggingsfondsen (vrijwillig) of pensioenfondsen (verplicht).

Aangezien we het over oud-ondernemers hebben, ligt de focus in dit artikel bij individueel vermogensbeheer. Je vertrouwt je vermogen toe aan een beheerder om daarmee voor jou te beleggen en rendement te creëren. Er worden afspraken gemaakt over hoe dat beheer wordt uitgevoerd, welke vrijheid de beheerder heeft bij zijn aan- en verkoopbeslissingen en de wijze waarop hij aan jou rapporteert.

Wat doet een vermogensbeheerder?

De gebruikelijke gang van zaken is dat vermogensbeheerder en opdrachtgever samen vaststellen wat het doel van het beheer is. Een belangrijk punt van aandacht daarbij is de risicotolerantie: hoe erg vindt onze oud-ondernemer het, als er een keer een (fors) negatief rendement wordt gehaald?

Op basis van de uitkomsten van het intakegesprek wordt een beleggingsprofiel vastgesteld. Dat kan variëren van zeer defensief tot zeer offensief. Een defensieve belegger wil weinig risico lopen om zijn vermogen te verliezen. Hij accepteert dat er een kleinere kans op een hoger rendement is. Een offensieve belegger maakt een grotere kans op een hoger rendement, maar is bereid zijn financiële klap te incasseren als het onverhoopt niet goed gaat met de belegging.

In veel gevallen vindt er tussen opdrachtgever en beheerder periodiek overleg plaats waarin de resultaten van het gevoerde beleid worden besproken en het beleid voor de komende periode wordt vastgesteld.

Opleidingseisen en toezicht

Het beleggen van vermogen is risicovol. Er kunnen grote winsten worden gemaakt, maar onze oud-ondernemer zou ook alles kunnen verliezen. Daarom worden er hoge eisen gesteld aan het kennisniveau van vermogensbeheerders en is het toezicht wettelijk geregeld.

De opleidingseisen voor vermogensbeheerders zijn sterk verzwaard. Minimaal wordt een opleiding in de economische sfeer op HBO-niveau gevraagd. Vaak aangevuld met specialistische opleidingen zoals de Nederlandse VBA- of de Amerikaanse CFA-opleiding.

Toezicht op vermogensbeheerders vindt op diverse niveaus plaats. Financiële instellingen en hun werknemers (vermogensbeheerders, adviseurs en handelaren) zijn geregistreerd bij het Dutch Securities Institute (DSI). De vermogensbeheerder is daarmee onderworpen aan de tuchtrecht van het DSI.

Als de oud-ondernemer klachten heeft over de wijze waarop hij door de vermogensbeheerder is behandeld kan hij een klacht indienen bij het DSI. Deze kan in zijn beslissing een geldelijke vergoeding toekennen. Het DSI kan echter ook op eigen initiatief maatregelen vorderen bij zijn tuchtcommissie.

Consumenten van financiële diensten kunnen zich ook wenden tot het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Sinds 1 april 2007 heeft het Kifid een aantal taken van het DSI overgenomen. De Ombudsman van het Kifid en in tweede instantie de Geschillencommissie kunnen een bindend advies geven bij geschillen tussen consumenten en vermogensbeheerders.

Tot slot…

Op deze manier kan onze oud-ondernemer relatief rustig van zijn oude dag genieten, Relatief, want bij beleggen blijft het risico bestaan dat er geld verloren wordt…

John Greijmans

 

« Older Entries