Posts Tagged ‘Vrijheid’

maart 23rd, 2019 · by John · Filosofie NL, Weblog NL

“Er is niets belangrijker in de wereld dan vrijheid. Vrijheid is het waard om opofferingen voor te doen, het is het waard om er je baan voor te verliezen, het is het waard om er voor in de gevangenis te zitten.” Deze woorden zijn meer dan vijftig jaar geleden uitgesproken door Martin Luther King (1929-1968). Vrijheid is inderdaad een centraal begrip in de mensenrechten, waar het in een groot aantal betekenissen wordt gebruikt. Zo is er bijvoorbeeld persoonlijke, intellectuele, politieke en academische vrijheid. Daarnaast wordt er ook onderscheid gemaakt tussen ‘vrijheid van’ en ‘vrijheid tot’. Wat houdt het begrip vrijheid echter concreet in?

Wat is vrijheid?

Een veelgebruikte, maar te eenvoudige definitie van vrijheid is “doen en laten wat je zelf wilt”. Ik gebruik de kwalificatie ‘te eenvoudig’, omdat je in deze betekenis van vrijheid alleen volledig vrij kunt zijn als je alleen op de wereld bent. En dat is niet het geval. Aristoteles (384-322 BCE) stelde al dat de mens een gemeenschapswezen is, en daarom zijn er grenzen aan de individuele vrijheid.

Niemand zal willen dat ík vrij ben om zijn bezittingen te stelen of te vernietigen, alleen maar omdat ík dat toevallig wil.

Leven in een gemeenschap maakt het noodzakelijk met elkaar om te gaan en samen te werken. We moeten daarom vaak onze eigen drijfveren opzij zetten, en ook aan het belang van anderen denken en werken. Niemand zal willen dat ík vrij ben om zijn bezittingen te stelen of te vernietigen, alleen maar omdat ík dat toevallig wil. Het is onmogelijk in een gemeenschap te leven, zonder dat er beperkingen worden opgelegd aan een of alle individuen. Maar beslissen welke individuele vrijheden moeten of mogen worden beperkt en welke niet, is niet eenvoudig.

Het woord vrijheid roept positieve associaties bij ons op. Noemen we iemand een vrijheidsstrijder, dan steunen we het doel waarvoor hij strijdt. Noemen iemand, die exact hetzelfde doet een terrorist, dan is het duidelijk dat we zijn gedrag afkeuren. Het begrip vrijheid is dus niet neutraal, het is iets nobels en waardevol. Velen hebben dan ook hun leven geofferd om vrijheid te bevechten. Maar hoe positief vrijheid ook klinkt, het betekent voor iedereen iets anders, en dat anders is vaak tegenstrijdig.

Een andere te eenvoudige definitie van vrijheid is, dat een individu vrij is als hij niet gevangen is. Zit iemand in de gevangenis, dan is hij niet vrij. Hij kan niet uitgaan om een pizza te eten of naar de bioscoop te gaan. Maar ook als je in de gevangenis zit, is vrijheid geen eenduidig begrip. Behalve als je in een wel heel erg wrede gevangenis zit, ben je namelijk altijd vrij om te denken, op en neer te wandelen in je cel of naar de wand te staren.

In de gevangenis mag je vaak ook een studie volgen. Dat wordt zelfs gepropageerd om, bij vrijlating je overgang naar de maatschappij te vergemakkelijken. Echter, studie vereist concentratie. En probeer je maar eens te concentreren als je medegevangenen de hele dag de tv hard aanzetten en luidruchtig commentaar leveren. Geen van hen legt beperkingen op aan je vrijheid om te studeren, maar studeren wordt de facto wel onmogelijk gemaakt.

Naast individuele vrijheid spreken we ook over de vrijheid van een natie. Dan betekent vrijheid dat je land niet wordt bezet door een vreemde mogendheid. In de tweede wereldoorlog was Nederland bezet door het Derde Rijk. In 1945 werden we bevrijd, maar dat betekende niet dat ons vanaf dat moment geen restricties meer werden opgelegd. Anderzijds waren we zelfs onder de bezetting niet geheel beperkt in ons doen en laten.

Een vrije natie kan ook betekenen dat we niet totalitair worden bestuurd. In een totalitaire staat willen de autoriteiten volledige controle uitoefenen over ons persoonlijk leven. In zijn meest extreme vorm is de essentie daarvan beschreven door George Orwell (1903-1950) in zijn roman ‘1984’. In het land dat hij daarin beschrijft, heeft de staat de volledige controle over het leven van zijn onderdanen overgenomen en wordt letterlijk iedereen in de gaten gehouden: “big brother is watching you”. In dat land is er geen privédomein waarin individuen hun vrije keuze kunnen uitoefenen en leven of zelfs denken zoals ze willen. Elk gebied van het leven is onderworpen aan controle door de staat.

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat vrijheid geen kwestie is van alles of niets. Tussen volledig vrij zijn wat onmogelijk is, of volledig beperkt worden in je handelen en denken wat niet wenselijk is, zijn er vele mogelijkheden. Je kunt in sommige opzichten vrij zijn en in andere weer niet, daarnaast kun je ook in meerdere of mindere mate vrij zijn. Vrijheid is niet het soort term dat in de context van een woordenboek kan worden beschreven. Het is een begrip waar al eeuwen over wordt gedebatteerd en er is geen onomstreden manier om het te definiëren.

Tussen volledig vrij zijn wat onmogelijk is, of volledig beperkt worden in je handelen en denken wat niet wenselijk is, zijn er vele mogelijkheden.

Twee Vormen van Vrijheid

Isaiah Berlin (1909-1997) was een Brits filosoof, historicus en politicoloog. Om enigszins inhoud aan het begrip vrijheid te geven, introduceerde hij het concept van negatieve (vrijheid van) en positieve vrijheid (vrijheid tot).

Negatieve Vrijheid

Bij negatieve vrijheid gaat het om vrij zijn van bemoeienis met hetgeen je denkt en doet. De vraag hier is dan ook: Wat is het gebied waarbinnen het aan een persoon of groep personen moet worden overgelaten om te zijn wie ze willen zijn en te doen wat ze willen doen, zonder inmenging door anderen?

Diverse theorieën beschrijven de aanvaardbare grenzen van inmenging in het leven van anderen. Je beperkt mijn negatieve vrijheid als je het aantal keuzes begrenst dat ik kan maken. De mate van mijn negatieve vrijheid wordt dus bepaald door het aantal opties dat voor mij openligt. Het wordt daarnaast ook bepaald door de soorten keuzes die beschikbaar zijn. Niet elke keuze heeft een gelijkwaardige status, sommige zijn van groter belang dan andere. Voor de meesten van ons zal de vrijheid van meningsuiting belangrijker zijn dan de vrijheid om te kiezen tussen tien soorten waspoeder.

Het doet er daarbij niet toe of ik daadwerkelijk gebruik maak van de keuzes die mij worden geboden. Negatieve vrijheid is een kwestie van deuren die openstaan, niet van de vraag of ik al dan niet besluit over een bepaalde drempel te stappen.

  • Als jij je auto op mijn oprit parkeert en daardoor verhindert dat ik weg rijd, beperk je mijn vrijheid. Oók als ik ervoor kies om in bed te blijven lezen, en dat óók zou hebben gedaan hebben als je mijn oprit niet had geblokkeerd.
  • Als de overheid mij ervan weerhoudt om te demonstreren door een betoging te verbieden, dan wordt mijn vrijheid beknot. Zélfs als niets te betogen heb, of niet van plan ben óóit een demonstratie bij te worden.

Negatieve vrijheid is een kwestie van deuren die openstaan, niet van de vraag of ik al dan niet besluit over een bepaalde drempel te stappen.

Anderzijds is niet elke beperking van mijn opties een inbreuk op mijn negatieve vrijheid. Alleen beperkingen die worden opgelegd door anderen kunnen mijn vrijheid beïnvloeden. Ik kan zeggen dat ik niet vrij ben om tien meter in de lucht te springen, of dat ik niet vrij ben om een obscure passage in een boek van de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1967) te begrijpen, maar deze beperkingen zijn mij niet opgelegd. Ze zijn veroorzaakt door de aard van het universum en het gestel van het menselijk lichaam, en daarom niet relevant voor onze discussie over vrijheid.

De duidelijkste gevallen waarin je persoonlijke vrijheid wordt beperkt is wanneer iemand je dwingt iets te doen wat je niet wilt.

  • Je kan gedwongen te worden om in het leger te gaan, als je in een land zou wonen waar de militaire dienstplicht geldt.
  • De wet kan je verplichten een valhelm te dragen elke keer dat je op je snorfiets rijdt.
  • Je partner kan je dwingen thuis te blijven en niet naar de bioscoop te gaan, of de keuken op te ruimen in plaats van nog een uur te studeren.

Is armoede een beperking van de individuele vrijheid? Armoede vergrendelt inderdaad veel deuren, maar deze deuren worden niet noodzakelijkerwijs geblokkeerd door de acties van anderen. Armoede kan te wijten zijn aan slechte weersomstandigheden die leiden tot hongersnood, of aan een ziekte of een ongeluk. Of armoede al dan niet als een beperking van vrijheid moet worden beschouwd, hangt af van je visie op de oorzaken van die armoede. Ben ik te arm om een brood te kopen als gevolg van andermans handelingen, dan is mijn vrijheid ingeperkt. Maar als mijn armoede het gevolg is van een door droogte veroorzaakte hongersnood, beperkt dat mijn negatieve vrijheid niet.

Positieve Vrijheid

Negatieve vrijheid is een kwestie van het aantal en de soort keuzes die voor je open staan en hun relevantie voor je leven. Het is een kwestie van niet worden beperkt. Bij positieve vrijheid gaat het om het kunnen bereiken wat je kunt en wat je wilt of om in de woorden van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) te spreken, “te worden wie je bent”. Daarbij staan alle deuren voor je open en zijn er geen externe belemmeringen om te bereiken wat je wilt bereiken. Maar ook dan kunnen er belemmeringen zijn, die je verhinderen dat te doen.

Bij positieve vrijheid gaat het om het kunnen bereiken wat je kunt en wat je wilt, om te worden wie je bent.

Ik weet bijvoorbeeld dat studeren belangrijk voor me is, want ik wil later een leuke baan hebben en een aardig salaris verdienen. Maar ik word vaak afgeleid door minder belangrijke, maar wel leuke activiteiten, zoals uitgaan of tv kijken. Ik weet dat ik een grotere mate van positieve vrijheid zal ondervinden, als mijn ‘hogere’ rationele kant (studeren is goed) het wint van mijn ‘lagere’ neigingen (uitgaan is leuk). Maar theoretisch weten en feitelijk doen zijn twee verschillende dingen.

In tegenstelling tot de gevangene, heb ik wel degelijk de mogelijkheid om te studeren. Niemand weerhoudt mij ervan dat te doen. Niemand doet mijn boeken op slot en niemand verbergt mijn pen en papier. Niemand sleurt me de deur uit om naar de kroeg te gaan.

Positieve vrijheid is een kwestie van in staat zijn om van de geboden gelegenheid gebruik te maken door controle over je leven te hebben en rationele keuzes voor jezelf te kunnen maken. Maar die controle heb ik niet, ik ben niet echt vrij. Ik ben een slaaf ben van mijn neiging om kortstondig plezier voorrang te geven, boven mijn lange termijn welbevinden. Mijn ‘hogere’ zelf verlang er naar te worden wat het is, het wil graag waardevolle en nobele doelen nastreven. Maar mijn ‘lagere’ zelf wordt gemakkelijk op een dwaalspoor gebracht, vaak door irrationele overwegingen.

Net zoals negatieve vrijheid niet alleen speelt op individueel niveau, omvat het begrip positieve vrijheid ook de controle over het gemeenschappelijke leven. Een vrije samenleving, in de zin van positieve vrijheid, is een maatschappij waarin de leden een actieve rol spelen bij het beheersen van die gemeenschap, bijvoorbeeld door hun deelname aan democratische instellingen. De mensen in die samenleving zijn vrij, omdat zij gezamenlijk het leven in hun gemeenschap onder controle hebben en de doelen kunnen bereiken die ze gezamenlijk wensen.

Vrijheid en Verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid is het spiegelbeeld van vrijheid. Als je, rekening houdend met door anderen opgelegde beperkingen, vrij bent om te doen en laten wat je zelf wilt, en als je kunt bereiken wat je wilt bereiken, dan ben je ook zelf verantwoordelijk voor hetgeen je doet, of nalaat te doen.

In de filosofie van Jean Paul Sartre (1905-1980) staat de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens centraal. Ons bestaan is volgens hem een dynamisch proces waarin wij, als individueel persoon, onszelf definiëren door onze acties en keuzes. De mens is zomaar in een zinloze wereld geworpen en het komt er vervolgens op aan onszelf te ontwerpen en te realiseren. Inderdaad, worden wat je bent. Hoe we dat doen, staat ons vrij. Die vrijheid belast ons echter met een enorme verantwoordelijkheid. Volgens Sartre zijn we zelfs “gedoemd tot vrijheid’. Kiezen biedt volgens hem echter de enige mogelijkheid tot een daadkrachtig, authentiek en vrij leven.

Als je vrij bent om te doen en laten wat je wilt, en als je kunt bereiken wat je wilt bereiken, dan ben je ook zelf verantwoordelijk voor hetgeen je doet, of nalaat te doen.

Conclusie

Vrijheid is niet simpelweg doen en laten wat je zelf wilt. Niemand leeft alleen, iedereen is lid van een gemeenschap. Dat kan je gezin zijn, je buurt, je werk, je stad, je land en ja zelfs de gehele wereld. Jouw persoonlijke vrijheid houdt echter daar op, waar die de vrijheid van anderen beperkt. En uiteraard ook andersom: de vrijheid van anderen houdt op daar waar die jouw vrijheid inperkt. Op dat punt moeten jij en de ander jezelf beperkingen opleggen, dan wel beperkingen láten opleggen door bijvoorbeeld de overheid of de leiding van de organisatie waar je toebehoort.

Gaat het bij het streven naar negatieve vrijheid om het minimaliseren het aantal mogelijkheden die anderen voor je hebben afgesloten. Bij positieve vrijheid zijn er geen beperkingen van buiten. Gegeven je uitgangspositie in het leven, kun je alles bereiken wat je wilt. Je moet daarvoor wel afwegingen maken en bijvoorbeeld kiezen voor minder plezier op de korte termijn, om een beter leven te krijgen op de lange termijn. Maar daarin ben je volledig vrij, maar ook volledig verantwoordelijk.

Binnen een samenleving bestaat een grote mate van negatieve vrijheid als die niet wordt bezet door een macht van buiten of niet totalitair wordt bestuurd. Positieve vrijheid in een maatschappij wordt bereikt als de leden van die gemeenschap bijdragen aan het succesvol maken van die samenleving. Daarin zijn zij volledig vrij, maar ook volledig verantwoordelijk.

John Greijmans

Rotterdam, maart 2019